Dorp aan de Spree

Neem een stad vol historische lidtekens, die vijftig jaar gefixeerd is in de tijd. Een stad in twee delen omgeven door een arm niemandsland. Beide delen worden met subsidies kunstmatig in stand gehouden. Beide delen haten elkaar en bestoken elkaar met politiek spervuur. Ze zijn van elkaar gescheiden door een muur omgeven door mijnenvelden, prikkeldraadversperringen en wachttorens met Vopo's die schieten. Aan de ene kant van de muur flaneren Berlijners langs de versjofelde Kurfürstendamm, aan de andere kant sjokken ze over een verpauperde Unter den Linden. En daar tussenin staat de Brandenburger Tor te somberen.

Dan wordt die kaasstolp er opeens afgetrokken en moeten die twee helften weer aaneengroeien tot een min of meer organische eenheid. De winkels, de kantoren, de woningen, de verkeersborden, de ziekenhuizen, de trams en autobussen, de kleding van de mensen, de auto's en ten slotte de Ossies en de Wessies zelf.

Het mooi'te symbool van die ongelijke strijd was het 'Ampelmännchen', het mannetje op het voetgangersstoplicht, dat er in oost heel anders uitzag dan in west. Het krakkemikkige mannetje uit het oosten moest het veld ruimen, tot woede van de Ossies.

Wat geweldig moet het zijn om burgemeester van zo'n stad te worden! Eberhard Diepgen (cdu) heeft het sinds de val van de Muur zo'n tien jaar volgehouden, maar nu is Berlijn failliet en moet hij het veld ruimen. Lijkt me logisch: elke eerste burgemeester zou struikelen over zo'n opdracht.

Hoe zou hij de hereniging in de praktijk van alledag hebben aangepakt?

Ik hoop vurig dat hij een dagboek heeft bijgehouden en dat zijn pen in honing is gedoopt.