De schok

Zo krachtig, zo snel en zo overtuigend. Nooit was een race op de honderd meter sprint zo indrukwekkend als die van Ben Johnson op de Olympische Spelen van 1988 in het Zuid-Koreaanse Seoel. Al vóór de finish stak hij een van zijn supergespierde armen in de lucht. Bijna achteloos keek hij achterom naar zijn rivalen. Maar Johnson had op die 24ste september in feite geen tegenstanders. Goud, in een nieuw wereldrecord van 9.79 seconden. Niemand had voor mogelijk gehouden dat een mens zó snel kon zijn. De schok was groot toen twee dagen later duidelijk werd dat Johnson de wereld had bedrogen. De spierbundels van de Canadees bleken kunstmatig te zijn gekweekt met het verboden prestatiebevorderend middel stanozolol. Weg gouden medaille, weg wereldrecord, weg eeuwige roem. De Amerikaan Carl Lewis werd gekroond tot winnaar, voor de Brit Linford Christie. Johnson probeerde nog even de vermoorde onschuld te spelen, maar tevergeefs. Hij werd de vloek van de natie. Uiteindelijk kon hij niets anders dan toegeven. Jaren achtereen had Johnson stelselmatig doping gebruikt. Tot in Seoel het noodlot toesloeg. De atleet werd in de ban gedaan. Na zijn schorsing van twee jaar kwam hij terug. Niet meer als een winnaar, maar als een schlemiel die hardliep tegen paarden en auto's. In 1993 werd hij opnieuw betrapt op doping. Een levenslange schorsing volgde. Twee jaar geleden liep de Amerikaan Maurice Green een wereldrecord van 9.79 seconden.

Dit is de eerste aflevering van een serie over schokkende sportmomenten.