DE ONTWAKENDE WERELDSTAD

Wordt Berlijn opnieuw de navel van Europa of blijft het een Provinznest aan de arme oostflank van het verenigde Duitsland? In haar laatste stuk als correspondent spreekt Michèle de Waard met tal van nieuwe bewoners van de dorpse metropool aan de Spree. 'Na de Wende was het in Berlijn weer Stunde Null.'

Olga danst. Zwarte haren springen om haar hoofd. Deejay Jurij draait de volumeknop verder open. Olga gooit haar dunne zwarte bloes uit en danst door, in zwarte bh en zwarte broek. In de film, die op de muur wordt geprojecteerd, wandelen Russische stripfiguren onverstoorbaar heen en weer. Op de dansvloer wordt het almaar voller, vrolijker en warmer. Olga is gelukkig. Iedereen is gelukkig in de Berlijnse Russendisko.

Het wordt een wilde avond, had Wladimir Kaminer me de dag ervoor gezegd. Kaminer en zijn vriend Jurij begonnen de disco, samen met Kaminers vrouw Olga, op de verjaardag van de Russische revolutie. De eerste dansavond met Russische hits heette 'Wild dansen op de verjaardag van de Oktoberrevolutie'. Het werd zo'n succes dat Wladimirs Russendisko in korte tijd in Berlijn beroemd is geworden.

Elke maand treden Kaminer, Jurij en Olga met hun Russendisko op in Kaffee Burger in de Torstrasse, van tien uur 's avonds tot vijf uur's morgens. Kaminer draait Russische popmuziek, hij noemt het zelf 'etnokitsch'. Ooit in de Sovjet-Unie verboden rockgroepen als Leningrad, maar ook schlagers, Moldavische zigeunerballades en de zangeres Zemfira, de Russische variant van Britney Spears. De Russische Berlijners zijn dol op de protestrock, waarin alles in Rusland op de hak wordt genomen. De Duitse Berlijners houden gewoon van de swingende Russische salsa en reggae-muziek.

Wladimir Kaminer, 33 jaar, is een avonturier. Hij kan model staan voor de stroom jongeren die na de val van de Berlijnse Muur in 1989 naar de Duitse hoofdstad zijn getrokken. Jonge schrijvers, artiesten, filmmakers, uitgevers, galeriehouders, mode-ontwerpers, internetondernemers. Nieuwlichters, maar ook gewoon Verrückte, die hun ondernemingszin en dadendrang willen botvieren.

Generatie Berlijn

Nog voordat de politici uit Bonn naar de nieuwe hoofdstad verhuisden, zag de socioloog Heinz Bude een 'Generatie Berlijn' ontstaan. Bude, die werkt op het gerenommeerde Instituut voor Sociologisch Onderzoek in Hamburg, beschreef in Die ironische Nation hoe goed het herenigde Duitsland de sprong van de Bonner naar de Berlijnse Republiek had doorstaan.

Nu ziet Bude een nieuwe garde ontstaan, die de naoorlogse intellectuele helden Günter Grass, Jürgen Habermas en Hans Magnus Enzensberger zou kunnen aflossen. De Generatie Berlijn is geen nieuwe culturele subcultuur, maar bestaat uit een groep jonge ondernemers in de cultuur, politiek en het bedrijfsleven, die de Berlijnse Republiek als laboratorium gebruiken. Een generatie van › 'experimentele kapitalisten', voor wie de globalisering niet meer omstreden is. Ze komen uit alle windstreken: uit West-Duitsland, Amerika of Frankrijk, maar ook uit Polen en Rusland. Wat New York of Londen is voor Nederlanders, is Berlijn voor Oost-Europeanen. Kaminer ontdekte tot zijn verbazing dat er in Duitsland drie miljoen Russen wonen. 140.000 daarvan zitten in Berlijn.

Wladimir was 22 jaar toen hij Rusland verliet, aangemoedigd door zijn vader. 'De vrijheid is hier slechts te gast, ze kan hier niet blijven', zei zijn vader in Moskou. 'Zoon, grijp je kans. Hang niet de hele dag rond om bier te drinken. De grootste vrijheid die je hebt is de vrijheid om de benen te nemen!'

Dus toen de Oost-Duitse communistische regering in haar nadagen besloot Russische joden op te nemen, greep Wladimir zijn kans. In de zomer van 1990 kocht hij met zijn vriend Mischa voor 96 roebel een treinkaartje naar Berlijn-Lichtenberg. Ze hadden niet eens een visum nodig. 'In Oost-Berlijn vond ik al snel een woning, werk en mijn vrouw Olga', zegt Wladimir opgewekt in café Kiepert aan de Schönhauser Allee in Prenzlauer Berg, waar volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung per vierkante meter de meeste schrijvers van de stad wonen.

Tien jaar geleden verstond Wladimir nog geen woord Duits, inmiddels is hij hard op weg een Duitse schrijver te worden. Hij schrijft in het Duits, zijn lezers en luisteraars zijn Duits. Hij publiceert in de Frankfurter Rundschau, de Berlijnse taz en de Süddeutsche Zeitung. Vorig jaar verscheen zijn bundel Russendisko, korte geestige verhalen over de 'normale waanzin' in de Duitse hoofdstad. 'Duitsland is een ander land geworden. Eerst waren er twee Duitslanden, nu nog maar één. Alle vragen zijn open, iedereen zoekt antwoorden', zegt de Rus met zijn donkere stem, borstelige wenkbrauwen en vriendelijke, groenbruine ogen. Als alle Kreativen in de stad draagt Wladimir artistiek zwart - een zwart hemd, zwarte broek, zwarte schoenen.

Berlijn was een dorp, maar na de val van de Muur is de stad net zo'n smeltkroes geworden als New York. 'Iedereen wil naar Berlijn. Er zijn yuppies, diplomaten, culturele pioniers. De regering zit om de hoek. Je hebt ministers die de metro nemen. Elke dag verschijnen bij mij in de buurt nieuwe winkels. Andere zaken zijn enkele uren later al weer over de kop. Het dorp krijgt iets van een metropool.' Voor Wladimir is het een fascinerende wereld. En niet alleen voor hem.

Dat het herenigde Duitsland Berlijn tot nieuwe hoofdstad heeft gekozen, heeft de stad geen windeieren gelegd. Alleen al voor de verhuizing van de politieke instellingen van Bonn naar Berlijn is 20 miljard mark uitgetrokken. Talrijk zijn de nieuwe en gerenoveerde gebouwen, zelfs de façades van de stalinistische woonblokken aan de Karl Marx-Allee zijn opgeknapt. Door de nazi's en de communisten berooid achtergelaten, ondergaat de stad nu een complete gedaanteverwisseling.

Aan de rand van Europa

Toen de Sovjet-troepen op 1 mei 1945 de rode vlag uithingen op de verwoeste Rijksdag, lag 70 procent van de stad in puin. Er waren meer bommen op Berlijn gegooid dan op heel Groot-Brittannië. De wederopbouw van West-Duitsland, in de jaren vijftig en zestig, is aan Berlijn voorbijgegaan. De stad werd beroofd van haar economische en intellectuele kapitaal. Tijdens de Koude Oorlog was Berlijn dan wel een politiek brandpunt, in werkelijkheid was het gedegenereerd tot een arme provinciestad aan de rand van Europa.

Nu herrijst de stad uit haar as. Berlijn heeft de stille hoop de hoofdstad van Europa te worden. Maar voorlopig is de stad nog te arm en te dorps. Dat merk je meteen als je landt op het kleine vliegveld Tegel, dat met geen enkele Europese hoofdstad een rechtstreekse verbin › ding heeft. Roerend was dan ook de uitbundige viering van de eerste directe lijnvlucht Berlijn-Washington.

Toch raakt na de Wende het lege toneel langzaam weer bevolkt. Het is de fascinatie voor de onvoltooide stad die mensen uit alle windstreken aantrekt. Zelfs de oude Berlijnse uitgever Wolf Jobst Siedler, die nog steeds treurt om

de Roaring Twenties, moet het toegeven: de toekomst ligt daar waar de intelligente jeugd heentrekt.

Een aantal jaren geleden verhuisde ik uit Bonn naar Oost-Berlijn. Toen was mijn lichtgele huis het enige opgeknapte pand in de grauwe en stille Zehdenickerstrasse in Mitte. Overal zag je de sporen van tientallen jaren ddr-verwaarlozing: afbrokkelende balkons, kapotte deuren en trappen. 's Winters hing de onmiskenbare geur van bruinkool in de lucht.

Drie jaar en talloze bouwkranen verder is 80 procent van de huizen grondig opgeknapt. Kolenkachels zijn zeldzaam geworden. Parkeren is in deze straat bij het geliefde Scheunenviertel, de vroegere joodse wijk, bijna onmogelijk geworden. Zodra het donker is, nemen werkende jongeren, dotcom-ondernemers, yuppen, schrijvers, punks, vrolijke anarchisten en studenten de straten in beslag. Ze gaan naar een after work party in Delicious Doughnuts of bevolken tot in de vroege uren clubs als B-Flat, Oxymoron, Cibo Matto of Reingold. Het Berlijnse nachtleven kent geen sluitingstijden en in de stad van de singles gaat niemand graag vroeg naar bed.

Alleen de wijk rondom de Hackescher Markt, vóór de Wende vergeten en verwaarloosd, telt al zo'n 8.000 kroegen. Franz Biberkopf uit Alfred Döblins roman Berlin Alex- anderplatz zou zijn buurt niet meer herkennen.

Zo groeien de twee stadshelften, die veertig jaar gescheiden waren, weer langzaam aaneen en verschuift het centrum naar het Oosten, het oorspronkelijke hart van de stad. Berlin Mitte, tussen Brandenburger Tor en Alexanderplatz, neemt haar plaats in het stadscentrum weer in. 'Dat is het echte Berlijn, dat veertig jaar door de Muur was afgesneden. Dit gebied en Prenzlauer Berg hebben zich ontwikkeld tot dynamische magneten voor winkels en amusement. Vooral hier zie je hoe Berlijn verandert in de hoofdstad en, zo hopen de Berlijners, in een economisch en cultureel Powerhouse', jubelt de Britse Rough Guide to Berlin.

Waren de Gendarmenmarkt, de Friedrichstrasse, Unter den Linden, de Hackesche Höfe en de Käthe Kollwitzplatz enkele jaren geleden 's avonds uitgestorven, nu wandelen dichte scharen voetgangers over de stoepen. In het nieuwe centrum zijn tal van elegante restaurants en dure hotels gekomen. In Borchardt, Lutter & Wegner en de Newton Bar aan de Gendarmenmarkt komt de Schicki Micki. Eens schreven hier Heine en Humboldt, Fontane en E.T.A. Hoffmann hun meesterwerken, nu treffen mensen uit de mediawereld, elmsterren uit Hamburg en München, ondernemers uit Keulen en Berlijnse politici elkaar hier.

In het Konzerthaus aan de Gendarmenmarkt, dat geldt als een van de mooiste ontwerpen van de beroemde Pruisische architect Karl Friedrich Schinkel (1781-1841), worden weer bals georganiseerd. De culturele elite komt samen in café-restaurant Schwarzenraben, even verderop in de uitgaanswijk bij de Hackescher Markt. Wie herinnert zich nog dat scouts van internationale bedrijven, speurend naar toplocaties in Oost-Berlijn, zich naar het Westen haastten om een werkende telefooncel te zoeken?

'Bauen, brauen, sauen', wierp de schrijver Lion Feuchtwanger zijn geboortestad München eens voor de voeten, en hij vertrok naar Berlijn om met Bertolt Brecht te gaan samenwerken. Want in Berlijn speelde de muziek. Nu is het weer zover, schreef de joodse publicist Rafael Seligmann onlangs in een column in Welt am Sonntag. 'Berlijn geeft weer de toon aan. Iedere kunstenaar, iedere schrijver en chroniqueur die mee wil tellen moet naar Berlijn.'

De engel Damiel

Berlijn heeft zijn hele geschiedenis geaarzeld tussen grootheidswaan en een minderwaardigheidscomplex. Koningen en keizers bouwden er kathedralen, sleepten Griekse godenbeelden en het complete Pergamon-altaar naar Berlijn, omdat ze een Athene aan de Spree wilden creeren. Joseph Roth zag Berlijn al in 1930 als 'een jonge, ongelukkige en toekomstige stad'. Onbewuste vergissingen en bewust kwaadaardige beslissingen hebben haar ontwikkeling nu eens geremd, dan weer gestimuleerd, noteerde hij in zijn dagboek. En nu, na de verkrachting door de nazi's, de verwoesting door de bommen en de verwaarlozing door de communisten heeft de stad opnieuw een lange weg te gaan.

De atmosfeer van de gedeelde stad is nergens zo treffend verbeeld als in Der Himmel über Berlin van regisseur Wim Wenders. Niemand heeft de historische breuken, de angst, maar › ook de gelatenheid van de inwoners in de stad zo ontroerend in beeld gebracht. Wenders laat hoofdrolspeler Bruno Ganz als de engel Damiel door Oost- en West-Berlijn dwalen. Nu eens stuit hij op de Plötzensee waar de opstandelingen tegen Hitler zijn geëxecuteerd, dan weer treft hij een stervende man in het West-Berlijnse Schöneberg met wie hij een lied zingt over het verre Oosten en het wilde Westen, of twee stuntmannen, die vechten in een diepe bomkrater. Plotseling loopt in de film een zoekende oude man over het uitgestorven, braakliggende terrein bij het westelijk deel van de Muur en mompelt: 'Ik kan de Potsdamer Platz niet vinden! Nee, hier kan het toch niet zijn, want aan de Potsdamer Platz, daar was toch het Café Josti...'

Bij Josti was het altijd druk, hij had er koffie gedronken, een sigaar gerookt. 'Potsdamer Platz was een levendig plein', herinnert de oude man zich. Trams, omnibussen met paarden, en het warenhuis Wertheim. 'Maar plotseling waren er allemaal vlaggen... Het hele plein hing er mee vol. En de mensen waren helemaal niet vriendelijk meer en de politie ook niet. Waar zijn mijn helden gebleven?', vraagt de oude man zich af.

Als ik tien jaar later op een zondagmorgen over de Potsdamer Platz loop, weerklinkt een vreemde echo van Wenders' oude man. 'Waar is de Muur gebleven? ', vraagt een oude heer uit West-Berlijn. Na veertig jaar deling en elf jaar hereniging durft hij eindelijk een kijkje te nemen aan de 'andere kant' van de verdwenen grens. Hij is verbluft. Nog steeds sidderen de conservatieve dames en heren bij de chique tennisclub Rot-Weiss in de West-Berlijnse wijk Grunewald bij de gedachte door de Brandenburger Tor te moeten lopen. Voor hen blíjft dat het donkere Oosten - altijd al arm.

Maar op Wenders' kale steppe van de Potsdamer Platz is nu een 'Small Manhattan' ontstaan. Daimler-Benz en Sony kochten grote delen van het vroegere plein op en toparchitecten als Renzo Piano, Helmut Jahn en Giorgio Grassi bouwden een kleine imposante stad met kantoren, woningen, filmhuizen, een musicaltheater en sushi- en cocktailbars. Van de Berlijnse Muur is geen spoor meer te bekennen. Alleen een donkere stenen streep dwars over het plein herinnert aan de gehate 'antifaschistischer Schutzwall', zoals de vroegere ddr-leider Erich Honecker en zijn communisten het symbool van de Koude Oorlog noemden. Sinds kort organiseren de Groenen fietstochten langs de voormalige grens.

Wim Wenders werkt alweer aan een nieuwe film, over de hereniging van Berlijn.

Zweem van allure

De politieke verhuizing van Bonn naar Berlijn heeft onmiskenbaar nieuwe energie in de stad gebracht. Lobbyisten, zakenmannen in grijze pakken, journalisten en winkelende politici bevolken het nieuwe centrum. Met het Sony Center, de herbouwde Pariser Platz, de glazen koepel van de Engelse architect Norman Foster op de Rijksdag en Honeckers opgeknapte torenhoge 'Platten' (Honi's Platten) aan de Leipziger Strasse krijgt het provinciale Berlijn zelfs een zweem van internationale allure.

Na de val van de Muur was het wantrouwen bij de Westerse bondgenoten over het ontstaan van een nieuw 'Teutonië' in het hart van Europa groot. De schrijver Günter Grass zag al een 'Vierde Rijk' aan de horizon opdoemen. De filosoof Jürgen Habermas waarschuwde voor 'D-mark-nationalisme'. Linkse intellectuelen maanden dat de verankering van Duitsland in West-Europa (de 'Westbindung') geen gevaar mocht lopen. Slechts een kleine meerderheid van 338 parlementariërs koos op 20 juni 1991 voor Berlijn als nieuwe hoofdstad; 320 afgevaardigden hielden vast aan het kleine Bonn, het symbool van bescheidenheid.

Twaalf jaar later is de lucht opgeklaard. Zelfs de meest fervente tegenstanders in de Duitse Bondsdag zijn bijgedraaid. Het is nog › maar een paar jaar geleden dat Friedbert Pflüger, parlementslid van de cdu, in zijn kantoor aan de Rijn in Bonn tegen me zei dat hij de Rijksdag een protserig en Wilhelminisch gebouw vond, waar de Bondsdag 'nooit' zou mogen worden ondergebracht. Deze zomer bekende hij me zich zeer thuis te voelen in de Berlijnse Republiek. 'De vrees dat symbolen uit het verleden weer een prominentere rol zouden spelen, is ongegrond gebleken', zegt Pflüger nu. Enthousiast leidt hij zijn gasten door het 'fantastische, open parlementsgebouw' en hij noemt de glazen koepel van Foster het nieuwe symbool van de democratie. 'Berlijn is een open, Europese, hoogst spannende stad, die dagelijks het bewijs levert dat de fundamenten van de Bonner democratie springlevend zijn.'

En wordt de stress van de miljoenenstad - Berlijn heeft 3,4 miljoen inwoners - de Bonners te groot, dan duiken ze met een Kölsch biertje onder in hun eigen 'bruine' café Ständige Vertretung aan de Schiffbauerdamm, genoemd naar de vroegere permanente vertegenwoordiging van West-Duitsland in de ddr. Zeker 90 procent van de parlementariërs voelt zich happy in Berlijn, schat Pflüger. Dat geldt ook voor de talloze landgenoten die de dagelijkse lange wachttijden trotseren om de trappen naar de koepel op te kunnen klimmen. Sinds de Rijksdag twee jaar geleden werd geopend, zijn er al ruim vier miljoen bezoekers geweest, acht keer zoveel als in een vergelijkbare periode in het parlement in Bonn, vertelt een woordvoerder van de Bondsdag.

Historische debatten

Ondanks al deze mondaine veranderingen blijft Berlijn de stad met de felbewogen geschiedenis. 's Avonds organiseren talrijke verenigingen, universiteiten, info-cafés en instituten vaak spannende debatten over de littekens die het verleden hebben achtergelaten. In de Mauerstrasse, die eens vlakbij de Muur lag, wordt in het 'Stasi-Archiv' gediscussieerd over de militaire gevangenissen in de ddr.

De ambassade van de deelstaat Beieren heeft een expositie ingericht over het getto van Warschau, die geopend wordt met een discussieavond. Jonge spd-parlementariërs hebben zich georganiseerd in de politieke praatgroep 'Generatie Berlijn' en buigen zich in een lokaal in de Rijksdag over de kwestie 'buitenlanders in Duitsland'.

In het Tränenpalast, de vroegere controlepost tussen Oost en West in de Friedrichstrasse die is omgebouwd tot een rockcentrum, voeren bezoekers heftige gesprekken over 'Hitlers lange schaduw'. De Akademie der Künste heeft 'Rechtsradikalismus - Ein Versagen der Zivilgesellschaft' op de agenda staan.

Ook het grootkapitaal investeert lustig in de debatcultuur. Bij de Dresdner Bank aan de Pariser Platz treedt kanselier Gerhard Schröder, die liever naar de toekomst kijkt, met Euro-sceptici in de ring. En het Siemens Forum - de grootste werkgever van Duitsland zat al ver voor de oorlog in Berlijn - trekt veel publiek met een avond over de rol van joden in de stad.

Zelfs Madonna liet zich in Berlijn van haar ernstige kant zien. Toen zij vorige maand op tournee Berlijn aandeed, dook ze niet onder in de vermaarde Szene van muziekclubs als wmf, Tresor of Maria am Ostbahnhof, waar de beautiful people na middernacht opduiken, maar bezocht ze de tentoonstelling'Ernst Ludwig Kirchner en de Ondergang van Pruisen' in de Neue Nationalgalerie. Ze trok ook tijd uit voor de sporen die de nazi's hebben achtergelaten en bekeek de folterkelders van Hitlers Gestapo, met de permanente tentoonstelling 'Topographie des Terrors' in de Niederkirchnerstrasse. Op de laatste dag van haar bezoek ging ze met haar vriendin Gwyneth Paltrow naar Sachsenhausen, het concentratiekamp van de vroegere Reichs- hauptstadt. Naar verluidt kon de zangeres geen woord meer uitbrengen na haar bezoek aan de Todesbaracke 38 met de verbrandingsovens.

'Je loopt in Berlijn tot je knieën in de geschiedenis en dat blijft zo, al wordt er nog zoveel gebouwd', zegt Harry Mulisch, die enkele dagen in Berlijn is. We spreken elkaar in de lounge van het geheel gerenoveerde historische hotel Adlon bij de Brandenburger Tor. Het is niet alleen wat je ziet, maar ook wat je van de geschiedenis weet. 'Hier om de hoek, 80 meter verder, lag de bunker van Hitler. Op de plek waar hij is verbrand, is nu een kinderspeelplaats. Ik ben niet de enige die dat weet.' Het vreselijke verleden maakt Berlijn interessant. Dat zal Berlijn nog lang heugen en dat moet ook, vindt Mulisch. De wreedheden van Nero of de gruwelen van de Jacobijnen zijn peanuts vergeleken met wat de nazi's hebben aangericht.

Mulisch heeft de avond tevoren met Günter Grass gedebatteerd over literatuur, Duitsland en zijn nieuwe boek Siegfried. Eine schwarze Idylle. Siegfried is Mulisch' afrekening met Hitler, die in zijn roman een kind maakt bij zijn vriendin Eva Braun, dat door de Führer wordt gedood omdat het joods bloed zou hebben. Geen schrijver in Duitsland zou op deze manier korte metten met Hitler durven en kunnen maken. Juist daarom reageert de overvolle zaal uitbundig.

Er kwamen meer dan duizend mensen af op het debat in het Haus der Kulturen der Welt ('In München was dat niet gelukt', zegt Mulisch). De schrijver komt vaak naar Berlijn en waant zich telkens opnieuw in een andere stad. 'In Amsterdam of Londen blijft alles hetzelfde. In Berlijn verandert alles voortdurend. In de 19de eeuw zaten er denkers en dichters, toen de Untertanen [onderdanen zoals Heinrich Mann de bevolking omschreef ten tijde van de keizer]. Daarna waren het sadisten, later communisten. Nu hebben we een democratie. Berlijn is steeds bezig zichzelf te definiëren. Misschien wordt het nu wel normaal.'

Nog ligt Berlijn aan de periferie van de Europese Unie, maar over vijftig jaar zou het wel eens de hoofdstad van Europa kunnen zijn, schat Mulisch. Dan ligt Londen aan de zijlijn. Voor de Britse publicist en Duitslandkenner Neil Ascherson is dat geen vraag meer. Berlijn heeft alles om het brandpunt te worden van de Europese cultuur en politiek, schreef hij in de Guardian in een column met de titel 'Alle wegen leiden naar Berlijn'. In de 21ste eeuw kruisen de twee grote Europese spoorlijnen - van Parijs naar Moskou en van Stockholm naar Wenen - elkaar precies op de Lehrter Bahnhof, het nieuwe centraal station dat wordt gebouwd bij Schröders kanselarij en de Rijksdag.

Failliete boedel

Maar een wereldstad is Berlijn nog lang niet. Daarvoor is het te leeg, te arm en nu ook nog zo goed als failliet. De stad heeft een schuld van meer dan 80 miljard mark. Dit voorjaar kwam aan het licht dat de staatsbank Bankgesellschaft Berlin zich heeft vergaloppeerd aan talloze onroerend-goedprojecten, en nu zit het bestuur van de deelstaat Berlijn opgezadeld met een onverwachte miljardenstrop.

Het Berlijnse parlement stuurde de cdu-burgemeester Eberhard Diepgen met zijn

kabinet naar huis. Een rood-groene overgangs-regering houdt het schip voorlopig drijvende. Maar hoe moet het nu met de scholen? Gaat de bijstand omlaag? Is er nog minder geld voor cultuur? Worden de drie opera's samengevoegd? Blijft Daniel Barenboim, leider van de Staatsoper Unter den Linden, in Berlijn? En is er geld genoeg om de kostbare renovatie van het Museumsinsel met zijn prestigieuze musea te voltooien, vragen de Berlijners zich af.

De bewoners hebben hun hoop gevestigd op de vervroegde verkiezingen, komende herfst. Dat kan nog spannend worden: de traditionele machtspartijen van Berlijn, cdu en spd, hebben de stad zo in het nauw gebracht dat de groeiende onvrede misschien de vroegere communisten, verenigd in de pds (Partei des Demokratischen Sozialismus), weer aan de macht helpt. Wordt Gregor Gysi, voorheen lid van de Socialistische Eenheidspartij Duitsland in de ddr, werkelijk de nieuwe burgemeester van Berlijn? Moeten de oud-communisten, die op 13 augustus 1961 de Muur optrokken, nu de mentale hereniging van de stad gaan verwezenlijken?

Gregor Gysi, de advocaat met de scherpe tong, had vorig jaar net zijn fractieleiderschap neergelegd. Ruim tien jaar na de Duitse hereniging was hij moegestreden tegen de vergrijsde gestaalde kaders in de pds, die nog steeds overtuigd moeten worden van de ontsporingen van het socialisme. De held van menige talkshow had zelfs plannen voor een eigen praatprogramma. Maar toen burgemeester Diepgen en zijn kabinet werden weggestemd, bleken Gysi en de partij elkaar hard nodig te hebben.

De kans dat Gysi burgemeester wordt, lijkt klein, ook al is de partijleiding van de pds inmiddels druk doende enkele socialistische hoofdstukken in haar partijprogramma te herschrijven. Ze heeft het boetekleed aangetrokken over de bouw van de Muur en zelfs het principe van winstmaken erkend als 'motor van innovatie'. Veel West-Berlijners zullen ze niet over de streep trekken met hun nieuwe pragmatisme. Maar Gysi kan zijn partij wel aan een goede tweede plaats helpen, zodat ze kan meeregeren. Want de pds kan volgens de peilingen rekenen op een groeiende aanhang.

Inmiddels heeft oud-Bondskanselier Helmut Kohl zich in de strijd geworpen met Koude-Oorlogsgeschut. Kohl schildert Gysi af als de 'Castro' van Marzahn (zijn kiesdistrict). Maar dat deert de pds-kandidaat niet. Gysi is populair in het Oosten, waar de pds goed is voor 40 procent van de stemmen, en zelfs bij de jongeren in Mitte is hij favoriet. Alleen al uit protest tegen de corrupte vriendjespolitiek van de grote coalitie, die Berlijn in een crisis heeft gestort.

Vaag visioen

Na de val van de Muur leek het geluk de stad voor het eerst in jaren weer eens toe te lachen. Oost-Berlijn, de hoofdstad van de ddr, was verdwenen. West-Berlijn als gesubsidieerd kapitalistisch eiland middenin het rode Oosten bestond niet meer. De soldaten van de vier bezettingsmachten (Amerika, Engeland, Frankrijk en Rusland) gingen naar huis. Voor het eerst in lange tijd was de bevolking weer aan zichzelf overgelaten. Ze had een vaag visioen: Berlijn als werkplaats van de Duitse eenheid, als laboratorium van Europa. Maar in de dagelijkse praktijk blijkt dat een zware opgave.

In de Lion Feuchtwangerstrasse in de Oost-Berlijnse wijk Hellersdorf staat de Ernst Haeckelschule er treurig bij. Het gebouw is vuilbruin uitgeslagen en heeft in geen jaren een lik verf gezien. Stucwerk valt van de muren. 'De ramen zijn kapot. Het tocht in de klas en het regent naar binnen', zegt Jörn-Peter Roloff, de 39-jarige rector van de school. 'Geld voor renovatie en nieuwe schoolboeken is er niet. Ons materiaal is verouderd. Vooral bij aardrijkskunde en natuurkunde is dat een reusachtig probleem. Vacatures worden niet opgevuld. De bibliotheek is vaak gesloten wegens gebrek aan personeel.'

Roloff moet op zijn school met 800 leerlingen al tien jaar bezuinigen. Bij andere scholen zoals het John Lennon-gymnasium in Mitte, de Nikolaus August Otto Hauptschule in Steglitz of de Feldmark Grundschule in Hohenschönhausen is het niet anders. In Steglitz bedraagt het schoolbudget nog maar 40 procent van dat in 1995. Bij de Max Planck-school vallen de boekenkasten uit elkaar, landkaarten ontbreken en de apparatuur bij natuurkunde dateert uit ddr-tijden. En dan staan ons de gevolgen van de bankencrisis nog te wachten, zegt Roloff.

Toch kan de politieke en financiële crisis een keerpunt zijn, denkt hij. Ooit werd Berlijn geleid door grote persoonlijkheden als Willy Brandt en Richard von Weizsäcker. 'We hebben opnieuw een sterke burgemeester nodig. Iemand die de corruptie en vriendjespolitiek van de afgelopen veertig jaar kan doorbreken. Waarom niet Gregor Gysi? Hij is een goed politicus, toegegeven, van een malle partij. Maar laat de pds na twaalf jaar maar eens bewijzen wat ze kan. Bezuinigen moeten ze toch allemaal.'

Niet tot delen bereid

De Berlijners waren gewaarschuwd. Toen Berlijn tot hoofdstad werd gekozen, zei de christen-democratische politicus Wolfgang Schäuble, ooit de 'kroonprins' van oud-kanselier Helmut Kohl, tegen de Bondsdag: 'Niets kan zo blijven als het is.' Om de deling te overwinnen, moeten we bereid zijn te delen, hield hij de Duitsers voor. Maar de regering was niet tot delen bereid. Terwijl de nieuwe hoofdstad steeds meer taken kreeg, bleef er van de subsidies steeds minder over. Het verwaarloosde Oosten met zijn kapotte wegen, stations en industrie kost vooralsnog alleen maar geld.

'We gingen er destijds van uit dat Berlijn zo zou opbloeien dat de stad zichzelf kon bedruipen', zegt Schäuble nu in zijn Berlijnse kantoor. Sinds hij in het kielzog van Kohls zwart-geld-affaire als cdu-voorzitter het veld moest ruimen, huist hij als parlementariër in het kantorengebouw voor afgevaardigden op de hoek van Unter den Linden en de Wilhelmstrasse, ooit de 'Strasse der Macht', toen de hoogste nazi's hier hun ministeries hadden. 'Helaas is onze hoop nog niet uitgekomen.'

Het 'nieuwe Berlijn' in Mitte en de gerenoveerde huizen in Prenzlauer Berg en aan de Hackescher Markt geven een vertekend beeld van de economische situatie van de stad. Aan de rand van Berlijn staan kantoorcomplexen en fabrieken leeg. Bouwterreinen wachten al zo lang op investeerders dat ze zijn verworden tot biotopen van onkruid. Sinds 1991 zijn drie van de vier arbeidsplaatsen verloren gegaan. In 1989 had de stad nog 400.000 banen in de industrie, nu zijn er nog 120.000 over.

Alleen al in Oost-Berlijn ging meer dan 65 procent van de industrie verloren. Officieel is 16 procent van de beroepsbevolking werkloos. Als je hierbij de 'verborgen' werklozen optelt die tijdelijk werken in Arbeitsbeschaffungsmassnahmen (abm-projecten), dan heeft een kwart geen werk.

Uit onderzoek blijkt dat 300.000 van de 3,4 miljoen Berlijners arm zijn. Ze hebben een inkomen dat lager is dan de helft van een modaal salaris. Elk zesde kind is afhankelijk van bijstand. De zojuist voltooide dure kanselarij van Gerhard Schröder staat middenin het armenhuis van Berlijn, want in Mitte is de armoede het grootst.

Terwijl de straten in het populaire Scheunenviertel 's avonds in beslag genomen worden door hippe jongeren, verzamelen zich overdag groepjes werklozen in trainingsbroeken en op gympen in het Weinbergspark en voor de supermarkt op de hoek van onze Zehdenickerstrasse. De elektriciteitskast voor de winkel doet dienst als bar. Met een permanente toevoer van blikjes bier en een cassetterecorder met Duitse schlagers slaan de verliezers van de Wende zich door de dag. De meesten zijn ouder dan 40 jaar, ze werkten in de ddr in een van de industriële Kombinate. Met een bijstandsuitkering redden ze het net. Al krijgt een werkloze na vijf jaar mislukte omscholing maar 548 mark bijstand, de sociale dienst betaalt de huur en 'grote kosten' thuis. Met de kinderbijslag van 400 mark en zo nu en dan een zwarte klus 'loont het niet om eerlijk te zijn', zegt een medewerker van het arbeidsbureau.

Stunde Null

Economisch is Berlijn niet te vergelijken met hoofdsteden als Londen, Parijs of Amsterdam. Direct na de Duitse hereniging was de euforie groot. 'Berlijn wordt de grootste industriestad tussen de Atlantische Zee en de Oeral', riep Norbert Blüm, minister van Sociale Zaken in Helmut Kohls kabinet. Maar deze hooggespannen verwachtingen bleken een illusie. Geen toonaangevende Duitse onderneming heeft de afgelopen tien jaar het hoofdkantoor naar Berlijn verplaatst, behalve Dussmann, de dienstverlener (schoonmaak, bewaking) uit München.

Dit is wel verklaarbaar, want het federale Duitsland met zijn 16 deelstaten kent vanouds verschillende belangrijke economische en politieke centra. Zo zijn de banken in Frankfurt gebleven en de industrie in het Roergebied, Beieren en Stuttgart. München is het bolwerk van de hoogwaardige technologiebedrijven en Hamburg van de handel en de uitgevers.

Bovendien trekken er meer bewoners uit de stad weg dan er Neuberliner bijkomen. Ook de beroepsbevolking wordt kleiner. 'Het lot van Berlijn is dat het steeds opnieuw moest beginnen. Na de Wende was er weer een nieuwe Stunde Null', zegt Wolfgang Branoner, tot het vertrek van burgemeester Diepgen minister van Economische Zaken van de deelstaat Berlijn.

Tijdens de Koude Oorlog was West-Berlijn niet meer dan de werkbank van de Bondsrepubliek. Werd in het Beierse Bamberg tabak bewerkt en in sigarettendoosjes gestopt, in West-Berlijn werd alleen het cellofaan om het pakje gewikkeld. Een gezonde economie kwam niet van de grond. Maar Branoner ziet lichtpunten. 'De cultuur en dienstverlening als internet, reclame, tv, media, software, informatica, biotechniek zijn sterk gegroeid. In de nieuwe economie werden 160.000 nieuwe banen geschapen.

De helft van de Berlijners gebruikt internet, tegen 24 procent in heel Duitsland', becijfert Branoner.

Gold Berlijn tien jaar geleden nog als het bejaardenhuis vn Duitsland, nu is meer dan de helft van de inwoners jonger dan 35 jaar.

De grauwe Chausseestrasse in Oost-Berlijn is in een paar jaar tijd veranderd in Silicon Chaussee, zegt Sebastian Turner, directeur van het reclamebureau Scholz & Friends. Direct na de val van de Muur begon Turner met twee vrienden in Dresden een reclamebureau. Schrokken de grote reclamebureaus ervoor terug zich te vestigen in het 'Estland' van Duitsland, Scholz & Friends nam het risico en is nu in Duitsland opgeklommen tot de derde plaats onder de 6.000 reclamebureaus. 'We begonnen met drie man en zijn nu een bedrijf met 200 werknemers en 300 miljoen omzet.' Langzaam volgen de grote bureaus.

Berlijn is de stad van de talenten, nu moet het nog de sprong naar de professionaliteit maken. De politici zijn altijd weggelopen voor rigoureuze economische hervormingen, maar nu hebben ze geen keus meer, denkt Turner. Snelle oplossingen worden er gevraagd. Turner ziet de politieke crisis als een grote kans voor de stad.

Maar Volker Hassemer, voorheen minister van bouw, waarschuwt voor overspannen verwachtingen. 'We hebben tijd nodig. Economisch blijft Berlijn een lichtgewicht.' En dan moet er ook nog rekening worden gehouden met de Berlijners voor wie alles te snel gaat. We zijn op expeditie in Berlijn, zegt Hassemer. Het is avontuurlijk, interessant, maar het resultaat is onzeker. Eén ding staat vast: was Berlijn decennialang synoniem met de onmogelijkheden in Europa, nu symboliseert het voor velen haar kansen.

In het Café am Weinbergspark in Mitte komen elke woensdagavond de Surfpoeten bij elkaar, Ahne, Tube, Spider, Weber. Ze noemen zich de 'Liga für Kampf & Freizeit'. Terwijl videobeelden van oranje-witte lippen over de muren

glijden, lezen ze hun verhalen voor. Het café is afgeladen vol met twintigers en dertigers, studenten, werkende jongeren. Een bonte mix van jonge vrouwen gestoken in glimmend roze en felgroene truitjes; nonchalante jongemannen in donkerkleurige truien, bloezen, een enkel colbert. De vier Surfpoeten zijn met hun kortgeschoren hoofden, zwarte T-shirts en vriendelijke ogen nauwelijks van elkaar te onderscheiden.

Ahne, Tube, Spider en Weber zijn jonge Ossies. Ze vertellen over hun dagelijks leven in de Deutsche Demokratische Republik. De jonge Wessies in het Café am Weinbergspark luisteren ademloos naar hun verhalen over een verloren land. Daarna dansen ze samen op de muziek van dj Surf. In het café van de surfpoëten en in de Silicon Chaussee is Berlijn de werkplaats van de Duitse eenheid. Kaminers Russendisko is een laboratorium voor Oost en West. Berlijn is niet meer de ongelukkige stad van Joseph Roth. Het is een stad met toekomst, die bezig is eindelijk gelukkig te worden. M

Michèle de Waard is vijf jaar correspondent van NRC Handelsblad in Duitsland geweest.

Jens Rötzsch is freelance fotograaf in Berlijn en medeoprichter van het fotoagentschap Ostkreuz.

Gerectificeerd

Berlijn-foto's M

De bijschriften bij foto's van Berlijn, bij het stuk De ontwakende wereldstad (in het magazine M van zaterdag 4 augustus, pagina 10), staan niet in de juiste volgorde. Linksboven is het skeeleren op Unter den Linden te zien, rechtsboven de Potsdamer Platz, linksonder de nieuwe bondskanselarij en rechtsonder een café aan de Oranienburgerstraße.