DE LAATSTE REIS

Net als de landmacht heeft ook de Koninklijke Marine moeite om personeel vast te houden. De hiërarchie is minder strikt geworden, de wal lokt met leukere banen en sinds de invoering van e-mail laat de discipline te wensen over. Een kwart van het marinepersoneel gaat op zoek naar een andere baan. Op manoeuvre in de Caraïbische Zee met de Harer Majesteits De Ruyter, het vlaggenschip van de marine dat eind dit jaar uit de vaart wordt genomen.

'Het leven hier is géén doorlopend feest.' De stem van vlootaalmoezenier Peter Kortekaas schalt over het dek van het oorlogsschip. 'Beginnende matrozen denken vaak nog dat de marine staat voor verre landen, avonturen en mooie reizen', zegt hij tegen zijn 'gemeente'. 'Maar de ervaren marineman weet wel beter. Er moet ook gewerkt worden.'

Zeventien bemanningsleden volgen de openluchtdienst in de haven van San Juan in Puerto Rico. Majoor Strookappe speelt keyboards en luitenant ter zee Van Heijningen begeleidt op de gitaar. Aan het einde van de dienst komt een lange, slanke man aanrennen. Hij ploft neer op een vrije stoel. Hij is te laat, een doodzonde bij de marine. Maar officier Montsma heeft een niet alledaags excuus. 'Ik heb mijn vriendin zojuist ten huwelijk gevraagd', fluistert hij. 'Vanochtend werd ik wakker en dacht: deze vrouw laat ik niet meer lopen. We hebben elkaar het afgelopen jaar maar vijf weken gezien, maar wel honderden uren getelefoneerd.'

Matrozen halen de kerkvlag neer, een rood kruis op een wit fond, ten teken dat de dienst ten einde is. De kerkgangers gaan terug naar hun schepen of gaan op de wal telefoneren met het thuisfront. Bij de telefooncellen staan marinemensen in de gloeiendhete zon in lange rijen te wachten. Officier Montsma slentert in gedachten verzonken terug naar de brug. Hij heeft de wacht.

De laatste reis

Het is zondagmiddag, de trossen van de De Ruyter gaan weer los, de korte broeken en slippers zijn vervangen door helderwitte uniformen. De bemanning neemt in stijl afscheid van het swingende San Juan. 'Meerrol!', schettert een stem door de scheepstoeter. Voor een groep matrozen is dit het sein om de kabels binnen te trekken. 'Voorspringen los!', brult de bootsman. Jonge mannen en vrouwen in kraakhelder wit uniform sjorren gedisciplineerd aan grote trossen; op de De Ruyter geen elektrische lieren, maar het eeuwenoude handwerk. Even later vaart het eskader statig de Caraïbische Zee op.

Vier fregatten en een bevoorradingsschip met samen zo'n duizend manschappen aan boord vormen het Nederlands-Belgische eskader dat tweeëneenhalve maand rondvaart over de Atlantische Oceaan en de Caraïbische Zee. Hoofddoel: het trainen van de gevechtskracht op zee. Hr. ms. De Ruyter is het vlaggenschip. Aan boord zijn 225 bemannings- leden, waarvan 44 vrouw. Dat ligt ver boven de 9 procent, het gemiddeld percentage vrouwen bij de marine. Dit is de laatste grote reis van het 25 jaar oude oorlogsschip, dat eind dit jaar uit dienst wordt gesteld.

Kalverstraat

De De Ruyter is een drijvend dorp op de oceaan met bakkerij, tandarts, predikant, ziekenboeg en eetzalen die 's nachts veranderen in cafés. Het leven aan boord speelt zich voornamelijk af in de lange donkere gangen en benauwde hokjes in de buik van het oorlogsschip. Centraal in die buik is de Whalegang, de Kalverstraat van het schip. Het is een lange, smalle stalen gang die door het schip loopt. Vooral 's ochtends en 's avonds is het hier druk. Achter grijze stalen deuren zitten onder meer de bakkerij, wasserij en ziekenboeg. Ook zijn hier het Caf - de cafetaria van de matrozen -, het korporaalsverblijf en Het Gouden Bal, het café-restaurant van de onderofficieren.

'Bo, heb je snel geld?', vraagt matroos Walters. Ze loopt de Toko Plaka di Bo binnen, het financiële zenuwcentrum aan boord achter een van de deuren in de Whalegang. Hier zwaait sergeant-majoor Strookappe, bijnaam Bo, de scepter. De mollige Bo zit in een klein hok. Een tafel, computer, printer en kluis nemen bijna de hele ruimte in beslag. Al vanaf het vertrek uit San Juan is het druk in de Toko. Met vijftig gulden rent Walters naar de belastingvrije shop aan de overkant waar ze tegen een fractie van de winkelprijs sigaretten kan kopen. De 'bank' van Bo hangt vol met ansichtkaarten en foto's uit tropische landen en verre steden. Varen bij de marine vindt hij 'machtig mooi'. Hij is zelfs zo verslingerd aan het marineleven, dat hij zijn as na zijn dood wil laten uitstrooien over zee. 'In de grond rotten vind ik een smerig idee. Dan dwarrel ik liever uiteen boven de golven van de oceaan.' Maar hij ziet ook hoe de marine verandert. 'Toen ik als zeventienjarig ventje in 1972 bij de marine in dienst kwam, lagen de verhoudingen nog totaal anders. De matrozen maakten de bedden van de onderofficieren op, stofzuigden hun kamers en verzorgden de was voor alle hogere rangen. Na de bezuinigingen van de afgelopen jaren doen we dat allemaal zelf.'

Privileges op de helling

In alle gesprekken op de De Ruyter komt het aan de orde: de traditionele militaire hiërarchie staat onder grote druk. Er zijn meer goed opgeleide matrozen aan boord en meer vrouwen, en door e-mail vervagen de grenzen tussen thuis en schip.

'Van onderen!' waarschuwt hofmeester Hovius als hij een plunjebaal vol vuil wasgoed oppakt. 'Het is het meest vervelende bijbaantje dat ik heb', moppert hij, terwijl hij baal na baal naar het benedendek laat vallen. 'De vuile was van de officieren sorteren en het schone goed netjes opvouwen en op hun bedden leggen. Zelf zijn ze daar te lui voor.'

Uit het onderofficiersverblijf weerklinken intussen namen als zweepslagen. 'Knol. Zwaan. Spijkers.' Het sorteren van de schone was is in volle gang. Netten met ondergoed en sokken vliegen door de lucht. Hofmeester Van der Biezen coördineert en roept namen. Broeken, hemden, shirts: in een mum van tijd belanden ze op het juiste stapeltje. In een uur tijd is de was van 45 man gesorteerd en gevouwen.

De officieren kennen weinig privileges. Ze moeten hun kamers zelf op orde houden, › hun bedden zelf verschonen, stof afnemen en zelf hun schoenen poetsen. Twintig jaar geleden werd dat nog allemaal voor ze gedaan. Het enige privilege dat ze nu nog hebben, is dat de hofmeester thee schenkt tijdens het ontbijt, de schalen met eten op tafel zet en dat de was voor hen verzorgd wordt. Maar door de toenemende personeelstekorten en het steeds mondiger worden van de matrozen staan ook deze privileges op de helling.

Uniform tussen bikini's

De De Ruyter vaart ver uit de kust voor een militaire oefening. De witte tropenkleding is verwisseld voor het werktenue: kakiuniformen. Aan dek blazen matrozen de 'killer tomato' op met gas. De killer tomato is een knalrood plastic vierkant van vier bij vier meter, het is het doel dat de fregatten moeten proberen te raken. Matroos Germaine van IJsselmuide (20) ligt met een instructieboek tussen een groep matrozen op het dek in de zon. Ze draagt haar kakiuniform, maar haar collega's, gebronsd door de zon, liggen in groepjes rond het kanon met alleen een bikini aan. Het is Germaines eerste reis. Ze is net tien dagen aan boord en bestudeert de radarprocedures. Ook haar valt het vervagen van de hiërarchie op. 'Het valt me honderd procent mee', vertelt ze. 'Tijdens de opleiding in Den Helder had ik al diep ontzag voor mensen met één streep meer. Zo is de sfeer aan de wal. Maar aan boord vallen de rangen en standen grotendeels weg.' Er zijn veel jonge mensen, zegt ze, en dat scheelt. Germaine koos voor de marine, omdat varen haar wel spannend leek. 'Maar het avontuur valt in de praktijk tegen. Je moet aan boord wc's schoonmaken en gangen schrobben. Zegt zo'n korporaal 's ochtends tegen me: "ga maar schoon schip maken". Dan trek ik mijn mond open. Voor dat soort werk ben ik hier niet gekomen. Daar leer ik niets van. Ik ben geen poetsvrouw.' Ze haalt haar schouders op en pakt haar boek weer op. De operationele dienst, waar ze bij wil, houdt zich bezig met de echte oorlogsvoering, ze leert alles over wapen- en radarsystemen. 'Al heb je niet door dat je werkelijk met oorlog bezig bent', zegt ze relativerend. 'Het is meer een virtueel spel dat je speelt. Eigenlijk is de hele marine een spel. Matrozen spreken de hogere aan met hun rang en je groet elkaar met de hand aan de pet. Dat hiërarchische spel moet je willen spelen. Ik heb er geen problemen mee.'

'Uit de oren!', roept een matroos naar de zonnebaders. We drukken onze vingers in de oren. Bèèèng, bèèèng, bèèèng, de ene granaat na de andere verlaat het dubbelloops Bofors-kanon en suist af op de killer tomato. Germaine plugt oordopjes in en studeert gewoon door.

In de commandocentrale, het zenuwcentrum van de De Ruyter in de donkere buik van het schip, worden de oefeningen gecoördineerd. Op de beeldschermen is het scheepvaartverkeer in de wijde omtrek te volgen. Op een van de vele zee- en landkaarten zijn de belangrijkste drugssmokkelroutes aangegeven, want het bestrijden van hasjboten is tegenwoordig een belangrijke neventaak van de marine. 'Vliegbriefing!' schalt het door de ruimte. Een groepje officieren verzamelt zich rond de tafel. Wanneer de commandant erbij komt, springt iedereen rechtop. De hiërarchie mag nog zo uitgehold zijn, in de houding springen is nog steeds gemeengoed.

Arbo-wet

In de kanonstoren komt de oorlog het meest dichtbij. Het is een ouderwets tafereel. Majoor Rinus Klasens (44), de geschutskonstabel - de man die het kanon bedient - sjouwt samen met zijn mannen met granaten van zo'n anderhalve meter hoog en 45 kilo zwaar in een ruimte die nog het meest weg heeft van een Kip-caravan. Zonder morren laden ze de magazijnen van het kanon. 'Dit kanon is uniek', vertelt Klasens trots. 'Het is de laatste nog werkzame Bofors. De andere zijn gesloopt of staan in een museum.' De toren waar het kanon bovenop staat, gaat dwars door zes dekken heen. Eén patroon is voldoende om een f-16 uit de lucht te halen. 'Op het moment van schieten spuit de adrenaline door je lijf', zegt Klasens. Het geluid van het vurende kanon barst dwars door mijn oordoppen heen. Klasens is aan één kant doof. 'Hoort er bij', zegt hij schouderophalend. 'Maar binnenkort is het gedaan. Dan krijgen we zelfdenkende wapensystemen. Dit kanon is te arbeidsintensief en voldoet niet meer aan de Arbo-wet. De granaten zijn te zwaar.' Hij heeft wel wat moeite met die Arbo-wet. 'Werken we nu bij de Koninklijke Marine of bij het Leger des Heils? We hebben nu nog een paar weken de tijd om onze munitievoorraad weg te schieten. Eén patroon voor de Bofors kost 6.300 gulden. Normaal schieten we er per oefening zo'n twintig weg, maar nu het einde van de De Ruyter in zicht is, schieten we er zo honderd de lucht in.' Hij laadt nog een granaat. De De Ruyter will go with a bang.

Knuffelberen, naakte vrouwen

Als je de slaapvertrekken van de matrozen ziet, kun je je nauwelijks voorstellen dat ze dit schip als hun tweede huis beschouwen.

Ze liggen met twaalf man op dertig vierkante meter in stapelbedden van drie boven elkaar. Het enige privé-eigendom is een groen gordijntje dat ze kunnen dichttrekken als ze willen slapen, en een eigen kastje. In het 'washok' kunnen er twaalf tegelijk terecht, maar die staan zich dan wel schouder aan schouder te scheren.

'Toen ik hier 25 jaar geleden aan boord kwam, was dit een luxe schip', vertelt korporaal Steiger, de bakker van de De Ruyter.

'In de oude schepen van toen sliepen we met zestig man in het slaapverblijf.' Matroos Lennard van den Nieuwendijk ligt op zijn bed met een laptop. Zijn maat ligt boven hem te lezen. Lennard studeert informatica via de loi. 'De marine betaalt mijn studie als ik in één keer slaag. Weinig ruimte om te studeren? Ach, ik weet niet beter.'

'Het went', zegt ook matroos Nadja Walters tussen het dweilen door. De kleine Maastrichtse werkt zich in het zweet. Verblijf 6 ruikt naar chloor en groene zeep. De slaapkamer van twaalf vrouwelijke matrozen krijgt een flinke sopbeurt. 'Morgen krijgen we inspectie van de commandant', verklaart Nadja. In verblijf 21 van de mannelijke matrozen, een paar deuren verder, gebeurt hetzelfde. De knuffelberen - de jongens hebben er allemaal een - bengelen aan draden naast hun kussen. Naakte vrouwen sieren de wanden. 'Die laten we dus hangen', beslist matroos Bonte. Binnen drie kwartier zien de verblijven er onberispelijk uit. 'Het moet goed schoon zijn, want de commandant en de 1ste officier komen de boel controleren', weet Nadja. 'De 1ste officier draagt witte handschoenen en gaat letterlijk met zijn vinger langs de leidingen.' Een uur later klinkt door de scheepsomroep dat de commandant de inspectie laat vervallen. In verblijf zes klinkt teleurstellend gejoel. 'Alle moeite voor niets!'

Zwangere vriendin

In de hut van commandant Michiel Tegelberg (47) hangt een staatsieportret van de koningin en een Delftsblauw tegeltableau van Michiel de Ruyter. Het zijn de enige decoraties in de sober ingerichte hut. De tengere, vriendelijk kijkende Tegelberg heeft niets van een kadaverofficier. 'Ik zie mezelf › niet alleen als operationele baas van een oorlogsschip, maar ook als manager van het bedrijf en als burgemeester van het dorp

De Ruyter', vertelt hij. Hij spreekt over de bemanning als 'mijn mensen'. 'We zitten hier 24 uur op elkaars lip', zegt hij. 'Werk en privé zijn niet te scheiden. Om de boel op de rails te houden, hebben we een aantal duidelijke regels nodig: respect voor jezelf en voor elkaar, er niet als een vetlap bijlopen, geen drugsgebruik en schone verblijven. Ik maak regelmatig rondjes door het schip. Ik wil weten wat er speelt. Daar horen ook inspecties van verblijven bij. Maar er is ook ruimte voor leuke dingen.'

De arts steekt haar hoofd door het groene gordijn. De vriendin van een jonge matroos is zwanger. Ze is in Nederland. Hij wil snel naar haar toe om te overleggen wat ze moeten doen: houden of weghalen? Voor Tegelberg is de keus snel gemaakt. 'Naar Nederland met die jongen.'

Dood voor het thuisfront

Matroos Herman Drost (20), fel geblondeerd haar, perst de tafelkleedjes voor het officiersverblijf. 'Voor ik naar zee ging, dacht ik dat het er bij de marine streng aan toe zou gaan', zegt hij. 'Maar je hebt vooral lol met elkaar. Veel meer dan op de middelbare school.' Een traditie die Herman beslist wil meemaken, is '21 geslagen worden'. 'Dat gebeurt meestal op je 21ste verjaardag. Je broek wordt helemaal strakgetrokken, er wordt bier, sambal en citroen overheengesmeerd en dan krijg je daar 21 slagen overheen.' Het ritueel is door de leiding verboden. 'Maar sommige tradities moet je in ere houden', vindt hij. Hij plaatst echter ook zijn kanttekeningen bij de vriendschappen aan boord. 'Tussen je maten aan boord en je vrienden thuis maken we een duidelijk onderscheid. Thuis heb je echte vrienden voor wie je door het vuur gaat, hier maak je voortdurend nieuwe, tijdelijke vrienden.' Wasbaas Remco Ides komt erbij staan. Hij heeft een andere ervaring met zijn vrienden thuis: 'Ga je varen, dan ben je voor het thuisfront eigenlijk dood. Het leven gaat er zonder jou immers gewoon door. Bij de marine leef je een tweede leven. Ik ben door het varen veel vrienden kwijtgeraakt. Bij de marine werd ik in één klap volwassen. Je houdt hier meer rekening met elkaar en denkt beter na voordat je iets doet.'

De ervaringen zijn ook heftiger, zegt hij. 'In Dakar zagen we kindertjes die lagen te sterven. Dan kom je weer thuis bij je vrienden die nog steeds dezelfde zijn als toen we op school zaten. Dat matcht dan niet meer.

De vriend met wie ik als kind in de box heb gelegen, ben ik zelfs kwijtgeraakt. Dat is de prijs van dit bestaan.'

Fanmail op de website

De contacten met het thuisfront beperken zich al lang niet meer alleen tot de periodes waarin de bemanning daadwerkelijk aan wal is. 's Morgens om halfacht vormt zich direct na het ontbijt een lange rij in de Whalegang bij het Bureau E-mail-uitgifte. 's Nachts worden alle mails in één keer binnengehaald en verstuurd. Per dag komen er zo'n tweehonderd en worden er evenzoveel verstuurd. Adjudant Begliner heeft bericht van zijn dochtertje: 'Pap, hier mijn rapportcijfers en ik heb meegedaan aan gymwedstrijden.' Begliner glundert. 'Mijn kinderen kunnen hun belevenissen direct aan mij kwijt.

Zo blijf ik meer betrokken bij het gezin.

Ik bemoei me hier zelfs met de bouw van mijn nieuwe huis. Ik kan nu gewoon met mijn vrouw meedenken.'

Twee jaar geleden was dat volstrekt ondenkbaar. 'Toen werd de band met het thuisfront doorgesneden zodra we het Marsdiep bij Den Helder verlieten. Je wist niets, hoorde niets en de post kwam altijd pas na een week of twee aan boord. Mijn vader kreeg een hartaanval. Dat hoorde ik dan twee weken later. Nu zou ik onmiddellijk met de helikopter van boord gaan en het vliegtuig naar huis nemen.'

Een paar deuren verder legt een aantal matrozen de laatste hand aan de website van de De Ruyter, waarop het thuisfront kan zien hoe het er aan boord toegaat. Er is alleen geen gastenboek op de site. 'Daar hebben we slechte ervaringen mee', zegt matroos Van Dijk, studentikoos brilletje en lange bijeengebonden haren. Hij grinnikt: 'Krijgen collega's fanmail van meiden waar ze ooit een avondje mee zijn gaan stappen. Die mailtjes leest het thuisfront ook. Dat geeft alleen maar onrust.'

Ook het radiostation van de De Ruyter, Radio 806, wordt bestookt met e-mailtjes van thuis. Vooral de Rob en Bobshow is populair. Dagelijks komen er verzoeknummers voor de bemanningsleden uit Nederland. In slaapverblijven en eetzalen schettert de stem van de deejays uit de speakers: 'Nou Frits, je bent al weer twee maanden weg en je moeder mist je. Dus daarom nu van Frans Bauer Als een man in de wind. Groetjes van oma Pip en ome Henk.' Maar het huwelijksaanzoek voor matroos Bianca, dat vanmiddag per e-mail is binnengekomen, vinden de deejays toch minder geschikt voor de ether. Bianca krijgt haar aanzoek in een envelop.

Handje in handje betrapt

Magazijnbeheerder Ingrid Roosendaal (29), bijnaam Roos, ziet er met haar lange gestalte, stralend witte tanden en mooie krullen uit als een mannequin. Overdag sjouwt ze met kisten en jerrycans. Na het werk staat ze in het smalle gangetje tussen de voorraden in de punt van het schip met haar vriendin de kapper te sporten op muziek. Als meisje van tien wilde ze al bij de marine. 'Ik viel voor de plaatjes van marineschepen in tijdschriften. Mijn hele school heb ik erop afgestemd.

Ik wilde korporaal worden, maar tijdens een oefening aan boord kreeg ik een plank in mijn nek. Ik kan daardoor niet meer lang achter elkaar zitten en moest een ander vak leren. Dat betekende dat ik als matroos weer opnieuw kon beginnen. Maar dat vond ik niet erg, want dit is een baan met een grote vrijheid. Als magazijnbeheerder kom ik overal in het schip en mijn chef laat me vrij.' Dit is haar laatste grote reis, Roos heeft haar jeugddroom ingeruild voor de liefde. 'Acht jaar geleden ontmoette ik in de machinekamer mijn grote liefde. Ik probeerde het zo lang mogelijk geheim te houden. Overal stiekem afspraakjes maken. Maar op een gegeven moment werd ik in een buitenlandse haven handje in handje betrapt door mijn collega's.'

Terwijl Roos kniebuigingen maakt, zitten de matrozen Nadja Walters en Maaike Stuiver met gitaren op het dek. Maaike leert Nadja akkoorden spelen. Ook Nadja vond een matroos aan boord 'erg leuk'. Maar als de liefde toeslaat, moet je laveren tussen zelfdiscipline, tolerantie van de andere bemannings- leden en geduld tot je een vrij weekeinde hebt in een buitenlandse haven. Af en toe ontstaan stelletjes die samen jaren aan boord vertoeven. 'Dat kan best', zegt Nadja, 'maar je moet niet officieel gaan samenwonen. Anders wordt een van beiden overgeplaatst.' Nadja moet nu even niets meer hebben van relaties aan boord. 'Ik was erg verliefd op een matroos. Na het einde van onze reis zijn we los van elkaar op vakantie gegaan, want die hadden we jammer genoeg al voor ons vertrek uit Den Helder geboekt. Na een paar weken bleek hij verliefd te zijn geworden op een ander. Dat deed me verschrikkelijk veel zeer. Voor die pijn kun je niet weglopen, want je ziet elkaar voortdurend op zo'n schip.' Ze pingelt nog wat op haar gitaar. 'Het slijt wel, op den duur', zegt ze.

Geen blauwe mascara

Voor de jongeren van nu is de aanwezigheid van beide geslachten vanzelfsprekend, zeggen zowel de vrouwen als mannen aan boord. Samen werken, eten, slapen en wachtlopen is een normale zaak. Dat was begin jaren tachtig wel anders. 'We hadden twintig jaar geleden, toen de eerste vrouwen aan boord kwamen, hele strakke regels', herinnert commandant Tegelberg zich nog goed. 'Mannen en vrouwen mochten elkaar niet aanraken en als er romances opbloeiden, werd er hard ingegrepen. We wisten niet hoe we met een gemengde bemanning moesten omgaan en de leiding reageerde heel krampachtig. Nu zou ik niet meer anders willen. Een gemengde bemanning is meer in balans. De sfeer is rustiger en er zijn minder excessen.'

Maar nog steeds zijn er officiële regels. Mannen mogen niet in de slaapverblijven en washokken van de vrouwen komen en omgekeerd. Ook is er geen ruimte voor openlijke vrijpartijen. Volgens de officiële regels moeten de onderofficieren in pyjama slapen en als ze over de gang lopen een badjas dragen. De sociale controle is groot. Voor make-up en lange gelakte nagels is geen plaats. Alle vrouwen dragen het haar kort of in een staart. 's Avonds in de bar of op het achterdek geen verleidelijke zomerjurkjes, maar standaardwerkkleding. De net gearriveerde matroos Germaine van IJsselmonde begaat de fout lichtblauwe mascara aan te brengen. Haar kamergenote Walters zegt afkeurend: 'Voor wie doe je dat? Wil je soms een vent versieren?'

De marine staat voor vrouwen inmiddels wagenwijd open. Voor het functioneren van de organisatie zijn vrouwen zelfs onmisbaar geworden, maar carrière maken blijft lastig. Op de De Ruyter zijn vijf vrouwen opgeklommen tot korporaal en van de 24 officieren zijn er drie vrouw. 'Veel vrouwen die na de middelbare school voor de marine kiezen, gaan weer weg zodra hun vierjarig contract is afgelopen', zegt magazijnbeheerder Roosendaal. 'De meesten willen toch een gezin stichten. Varen en kinderen opvoeden is nu eenmaal moeilijk te combineren.'

Gelul

Murk Eland (40), eerste officier, een strikt hiërarchische man met een ochtendhumeur en de biografie van Michiel de Ruyter in zijn eenpersoonshut, heeft een goed gevoel voor de geschiedenis van de marine. 'De Koninklijke Marine heeft haar oorsprong in de beveiliging van de vaderlandse koopvaardijvloot', doceert hij. 'Maar de taken van de marine kregen na de voc-periode een andere inhoud. Nu gaat het vooral om internationale vredesoperaties en crisisbeheersing. Maar ook 'maatschappelijke' zaken zoals kustbewaking, het opbrengen van drugsboten en het opsporen van olievlekken behoren tegenwoordig tot onze taken.'

Hij kan, als verantwoordelijke voor het personeelsbeleid, goed begrijpen dat de jonge bemanning ambitieus en gedreven is. 'Jongeren zijn nu veel zelfbewuster en hoger opgeleid dan twintig jaar geleden', zegt hij. 'Opdrachten van meerderen worden niet meer klakkeloos uitgevoerd, want de eerste vraag die ze bij een opdracht stellen is: waarom? Alles wat je opdraagt en zegt moet beargumenteerd worden.

Toen ik als jonge officier aan boord kwam, durfde ik echt geen vragen aan de eerste officier te stellen. De matroos anno nu zegt: 'Wat is dat voor gelul, eerste officier? Waarom gaat dat hier zo? Kunnen we dat niet anders aanpakken?' Sommige ouderen die moeten leidinggeven, hebben daar moeite mee.'

Vrouwen zijn cruciaal

De kritische houding van het jonge personeel leidt niet alleen tot hiërarchische verwarring. In een in maart 2000 gehouden enquête gaf een kwart van het marinepersoneel aan binnen een jaar te zullen solliciteren naar een andere baan. In 1999 vertrokken 65 officieren, bijna een complete lichting adelborsten van het kim, het Koninklijk Instituut voor de Marine. In 2000 waren het er 49. Ondanks de gedrevenheid en motivatie is die trend ook te zien aan boord van de De Ruyter. Veel matrozen geven er de brui aan als hun contract is afgelopen. Matroos Peter de Vries is nog pas 24, maar hij speelt al met de gedachte. 'Het duurt nog zeker tien jaar tot ik me sergeant mag noemen. De rangen zitten vol. Ik heb mijn cv voor de grap op internet gezet om mijn marktwaarde te testen en kreeg onmiddellijk drie positieve reacties.' Nadja Walters denkt aan een gezin en aan een baan bij de politie. Voormalig verpleegkundige matroos Redelijk kon bij de marine geen ziekenverpleger worden en ging aan de slag bij de nautische dienst. Nu, na een paar jaar varen, vraagt personeelszaken hem alsnog te switchen naar de ziekenverpleging, maar Redelijk heeft weinig op met warrig personeelsbeleid. Hij heeft gesolliciteerd bij de politie.

Commandant Michiel Tegelberg maakt zich zorgen. 'Er is veel verloop bij de marine', zegt hij. 'Dat komt door de maatschappelijke ontwikkelingen, maar ook door het systeem van tijdelijke contracten en door het feit dat de rangen vol zitten.' De vut-gerechtigde leeftijd is voor alle rangen inmiddels met vele jaren verhoogd en gecombineerd met een personele reductie van dertig procent in de afgelopen tien jaar. Zonder gedwongen ontslagen leidt dat tot verstopping in de hogere rangen. Maar Tegelberg ziet ook andere redenen: 'Gezinsplanning speelt ook een steeds grotere rol. Zeker als twee partners werken, is het varen echt een punt van discussie.

De vrouwen bij de marine zijn nu cruciaal. Als alle vrouwen bij de marine zouden weglopen, zou het bedrijf omvallen.'

Behalve met een groot verloop kampt de marine net als de andere krijgsmachtonderdelen ook met een moeizame werving.

In 2000 had de marine 1747 nieuwe mensen nodig. Uiteindelijk konden er 1276 worden aangesteld. Dat is 73 procent. Tijdens de opleiding haakt dan nog een aanzienlijk deel van de kandidaten af: in 1999 was dat 30 procent. Op termijn is het dus moeilijk de vloot bemand te krijgen. De oplossing van de personeelstekorten zal deels moeten komen vanuit de techniek. De Vlissingse scheepswerf De Schelde bouwt nu voor de marine vier hypermoderne fregatten, waaronder een nieuwe De Ruyter. In plaats van 306 mensen heeft dit schip niet meer dan 167 manschappen nodig.

Plafond gesloopt

De rode lichten in het schip zijn aan ten teken dat het buiten donker is en niemand meer › naar buiten mag. Op het achterdek staat een uitkijkpost op wacht, zodat niemand ongemerkt overboord kan slaan. Beneden in de Whalegang dreunt André Hazes door de muren van het korporaalsverblijf. Bakker Steiger is bevorderd tot sergeant en wordt over enkele dagen overgeplaatst. Vanavond is zijn afscheidsfeestje. Steiger geniet, maar er klinkt ook gekwetstheid door in wat hij zegt: 'Ik heb in totaal acht jaar op dit schip gewerkt. De laatste twee jaar vond ik de mooiste tijd. Ik was eigen baas. Nu krijg ik een andere rang en moet ik wegwezen. Ik heb een verzoek ingediend bij de marineleiding om de laatste weken van de De Ruyter ook te kunnen meemaken. Zo'n schip is toch een deel van jezelf geworden. Maar dat is afgewezen. Morgen vertrek ik.' De deejay houdt de moed erin: 'Geef de bakker nog een biertje!' roept hij door het korporaalsverblijf. Bij de marine staat het korporaalsverblijf bekend als de gezelligste plek op het schip, omdat hier geen verschil in rang bestaat: iedereen is er korporaal. De tap is er 24 uur open en er wordt ook sterke drank geschonken, in tegenstelling tot het verblijf van de matrozen. Steiger is na enkele biertjes weer wat opgewekter: 'Ik heb van de commandant duizend gulden gratificatie gekregen.

Toch een vorm van waardering', glimt hij.

Als de enkele aanwezige vrouwelijke korporaals het feestgedruis voor gezien houden, heeft dat onmiddellijk effect: de muziek gaat harder, de teksten worden grover, de bieromzet en het gezang nemen toe. De stemming stijgt. 'Officieel mogen we maar drie biertjes drinken', vertrouwt Steiger me toe. 'Maar drie biertjes per dag is gewoon een lachertje. In de havens bij het inladen is niet al te veel controle en dan kun je nog wel eens wat vaten apart zetten. Die staan dan nergens geregistreerd. Dat zijn de mazen in de marinewetten. De helft van de korporaals drinkt niet, maar een aantal is echt zware drinker. Die dek je natuurlijk tegenover de leiding. Soms loopt het uit de hand, zoals afgelopen week. Toen is het plafond gesloopt en waren een paar matrozen zwaar dronken. Heb je meteen gedonder, want dan is er sprake van "rangmisbruik". Je kan dan een boete krijgen, werkstraf of een berisping.' Steiger neemt nog een biertje 'om het af te leren'.

Elf uur sluitingstijd

Een paar deuren verder ligt het Caf, het verblijf dat uitsluitend toegankelijk is voor matrozen en de commandant. Het is volle bak. Gisteren was het 'lemavond' (limonadeavond), want de week ervoor waren er te veel vaten bier opgemaakt en was het allemaal iets te gezellig geworden, zo bleek uit de administratie.

Dus ging de biertap dicht, een beslissing van de door de matrozen democratisch gekozen 'Cafoudste'. De barkeepers annex deejays krijgen de matrozen met hun discostampers goed los. De geblondeerde wasbaas Herman Drost is net als de meeste van zijn collega's blij dat er voor de verschillende rangen verschillende verblijven zijn. 'Het Caf is zowel onze huiskamer als onze kroeg. Heb je bonje met je chef, duik je het Caf in. Hij moet dan buiten blijven. Voor rangen anders dan matroos is het verboden om hier naar binnen te gaan.'

De Cafoudste is matroos Redelijk. Hij heeft er de wind goed onder. Om vijf minuten voor elf roept hij: 'Sluit!' De lichten gaan aan en de muziek gaat uit. 'Schoonmaken!', roept hij. De bezoekers pakken bezems en dweilen. Om elf uur is het Caf brandschoon. Redelijk doet zijn plicht, maar hij is het eigenlijk niet eens met deze gang van zaken. 'Ben je een volwassen vent van midden twintig, is het met de gezelligheid om elf uur afgelopen! En sterke drank als wodka of whisky, ho maar. Zo word je toch behandeld als een klein kind?' Redelijk sluit het Caf af. In het rode schemerlicht zoekt iedereen zijn verblijf op.

Toneelstuk

We naderen Willemstad, de haven van Curaçao, in de vroege ochtenduren op de zesde dag na ons vertrek uit San Juan. 'Aantreden in tenue 12 met sabel, klusband, grootkruis en werkschoenen' klinkt het door de scheepsomroep. De bemanning verschijnt in wit tenue op het dek. Eerste officier Murk Eland, in vol ornaat, is verantwoordelijk voor deze militaire show. 'Als je geen ceremonieel kunt organiseren, dan kun je ook geen oorlog voeren', zegt hij. De matrozen van de artillerie hebben zich bij een batterij kanonnen geposteerd. Onder hun ceremoniële uniform dragen ze brandwerende kleding. Hun hoofden zijn omwikkeld met witte brandwerende doeken en hun oren afgedekt met gehoorbeschermers. Artillerieofficier Reijjenga geeft met zijn sabel 21 maal het sein 'vuur' aan. De gele, groene en roze huisjes van Willemstad trekken aan ons oog voorbij terwijl de saluutbatterij 21 rookwolken spuwt, gevolgd door 21 doffe knallen. Op de andere schepen van het eskader voltrekt zich hetzelfde ceremonieel. Toeristen staan langs de kade en zwaaien naar de bemanning. Voor Murk Eland is dit de eerste keer dat hij dit ceremonieel leidt. Hij kijkt strak voor zich uit en is zichtbaar gespannen. Na de eerste serie salvo's breekt een lach door op zijn gezicht: 'Het is toch prachtig om het koninkrijk binnen te varen onder saluutschoten?'

Adjudant Van Wijngaarden met een op de millimeter nauwkeurig geknipte snor, zorgt dat de fotograaf tijdens de ceremonie geen onvolkomenheden kan vastleggen. Openstaande hemden knoopt hij ter plekke dicht. Knorrig sist hij tegen een matroos: 'Doe je ketting weg.'

'Het is een groot toneelstuk', verzucht sergeant Bouman die naast de jonge matroos in de houding staat. 'Maar wil je aan boord overleven, dan moet je het spel wel meespelen.' M

Annamarie Sour is freelance journalist.

Carel van Hees is freelance fotograaf.

[streamliners] 'In de grond rotten vind ik een smerig idee. Dan dwarrel ik liever boven de golven van de oceaan.'

'Het avontuur valt in de praktijk tegen. Je moet aan boord wc's schoonmaken en gangen schrobben.'

'Acht jaar geleden ontmoette ik in de machinekamer mijn grote liefde.'

'De vrouwen bij de marine zijn nu cruciaal. Als alle vrouwen zouden weglopen, zou het bedrijf omvallen.'