Baken Unilever deint straks mee op golven conjunctuur

Het aandeel Unilever was het afgelopen jaar vrijwel het enige rustpunt voor beleggers. Met de nieuwe strategie van het bedrijf komt daar verandering in.

Tussen de deprimerende stroom winstwaarschuwingen en massaontslagen vielen gisteren de winstcijfers van zeep- en voedingsmiddelenbedrijf Unilever op. Ondanks de grootste teruggang van het winstniveau in de VS in 20 jaar, de aarzelende economie in Europa en de onzekerheden in Zuid-Amerika, met name Argentinië, presenteerde het concern een winststijging over het tweede kwartaal van 35 procent. Per aandeel een plus van 8 procent.

Opnieuw bewijst Unilever dat de verkoop van zeep- en voedingsmiddelen nauwelijks last had van economische tegenwind. Terwijl Burhrmann, de groothandel in kantoorspullen, tot kort geleden dacht in een recessie-ongevoelige branche te werken, maar dit jaar vier keer met winstwaarschuwingen door het stof moest, zijn de Rotterdammers als één van de weinigen in staat om de belofte waar te maken. Daarom is het aandeel populair bij lange-termijnbeleggers.

Het concern heeft de fraaie winstcijfers te danken aan drie factoren: het synergievoordeel van het vorig jaar overgenomen Bestfoods, de reductie van het aantal merknamen van 1.600 tot 400 – een onderdeel van het reorganisatieplan `De Weg naar Groei' – en de onstuimige vraag naar producten met een gezondheidsclaim. Zo kwam de omzetstijging in Europa geheel voor rekening van de cholesterolverlagende Becel-margarine Pro-Activ en de onverzadigbare vetzuren van Bertolli (olijfolie en margarine).

Maar de kans dat Unilever de komende jaren conjunctuurgevoeliger wordt, neemt toe. De concentratie op 400 merknamen betekent dat het concern meer en gerichter reclamegeld uitgeeft, zodat de producten een duidelijker imago krijgen. Voor dit soort producten zijn consumenten bereid meer geld neer te tellen. Een belangrijk deel van de forse stijging van de winstmarge dit jaar, van 11 naar 13 procent, is te danken aan de merkensanering. Het bedrijf wil die marge nog verder verruimen naar minimaal 16 procent in 2004, liet het gisteren weten.

Op die manier worden de merkproducten van Unilever luxueuzer en zullen prima worden verkocht als de economie goed draait. Probleem is dat bij een stijgende werkloosheid en een dalend consumentenvertrouwen de klanten deze producten ook sneller inwisselen tegen goedkopere varianten van de concurrentie. Ze zullen minder geneigd zijn in hun smallere buidel te tasten voor dure merkproducten.

Een tweede factor die de conjunctuurgevoeligheid van de multinational verstrekt is de toegenomen vraag naar gezondheidsproducten, zoals van Becel en Bertolli. Ook dit zijn boodschappen met torenhoge marges, die nu lijken door te breken naar een bredere groep consumenten. Deze producten drijven echter voor een belangrijk deel op een beperkte toegevoegde waarde. Als de economie achteruit kachelt, is het de vraag hoeveel mensen nog 6,60 gulden betalen voor een kuipje margarine dat het cholesterolgehalte met 10 procent vermindert.

Vijf jaar geleden zette de gevoeligheid voor incidentele ontwikkelingen in, met de doorbraak van Magnum en later de koop van Hertog IJs. IJs is een luxeproduct met een hoge marge, waarvan de omzet natuurlijk afhankelijk is van het weer. Zo zorgde het tegenvallend weer van het afgelopen voorjaar voor een zes procent lagere ijsverkoop en bijna voor een omzetdaling van Unilever in Europa. Gelukkig boden de trendy producten van Bertolli en Becel de helpende hand.

Het aandeel Unilever was het afgelopen jaar vrijwel het enige rustpunt voor beleggers. Terwijl de koersen van hightech- en telecomaandelen instortten en de AEX-index sinds augustus vorig jaar met 20 procent daalde, werd Unilever in dezelfde periode 33 procent meer waard. Na de merkenreductie en de margevergroting van Unilevers producten zal het aandeel minder worden gezien als baken van rust. Straks deint het baken Unilever ook mee op de golven van de conjunctuur.