Zelfvertrouwen Indonesische generaals groeit

De Indonesische generaals hebben zich hersteld van de algemene demoralisering na de val van Soeharto. Zij speelden een sleutelrol bij de afzetting van Wahid en zetten hun kaarten op Megawati.

Er zijn de afgelopen twee weken heel wat krasse uitspraken gedaan over de jongste machtswisseling in Jakarta, vooral door medestanders van oud-president Wahid, maar zijn gewezen woordvoerder Wimar Witoelar spande de kroon. Tijdens een kort bezoek aan Australië noemde hij Wahids afzetting ,,een militaire staatsgreep met gebruikmaking van parlement en Volkscongres''. Hij zei ook dat de machtswisseling de wedergeboorte inluidde van de Nieuwe Orde, het autoritaire bewind van oud-president Soeharto.

Witoelar, ooit gastheer van een populair praatprogramma voor de commerciële televisie, doet in exuberantie niet onder voor zijn voormalige broodheer. Toch bespeuren ook minder betrokken waarnemers een toenemend zelfvertrouwen onder de generaals, die bij het aantreden van Wahid, in oktober 1999, in de hoek gedreven leken. De Japanse historicus Takashi Shiraishi, die is verbonden aan de Universiteit van Kyoto en te boek staat als een uitmuntend indonesianist, constateert vandaag in The Jakarta Post dat het politieke systeem van Indonesië is veranderd. Onder Soeharto, zegt hij, kende het land een sterk presidentieel bestel, met maar één machtscentrum: het staatshoofd. ,,Intussen'', aldus Shiraishi, ,,is er een zwak presidentieel systeem dat elementen bevat van een parlementair stelsel. Er zijn nu drie machtscentra: de president, het parlement en het hoofdkwartier van de TNI (de Indonesische strijdkrachten). De president kan niet langer regeren, laat staan overleven, zonder de steun van parlement en TNI. President Megawati heeft een goede verstandhouding opgebouwd met de conservatieve vleugel van de TNI, onder leiding van de landmachtchef, generaal Endriartono Sutarto. Daarmee kunnen we de hervormingsagenda van de presidenten Habibie en Wahid afschrijven.''

Het staat buiten kijf dat de generaals zich hebben hersteld van de algemene demoralisering in de rangen na de val van Soeharto, toen de straat om reformasi total riep, de militairen werden weggezet als willoze werktuigen van Soeharto en klem werden gezet met onderzoeken naar rechtsschendingen in het verleden. Wahid mikte op professionalisering van de TNI, nam ambitieuze generaals op in zijn kabinet en speelde een enkele radicale hervormer in de rangen uit tegen de rest. Het eerste werd gepikt, het laatste niet. De TNI hervond zijn eenheid juist in afkeer van Wahids verdeel-en-heerspolitiek en diens bemoeienis met het promotiebeleid. De generaals, schouten-bij-nacht en luchtmachtmaarschalken overwonnen de schaamte die de korpsgeest had uitgehold, speelden een sleutelrol bij de afzetting van Wahid en zetten hun kaarten op Megawati.

Dat is nog geen `wedergeboorte van de Nieuwe Orde'. In die dagen moesten zij het voor promoties hebben van de gunsten van Soeharto, die zich als generaal bd de rol van poppenspeler kon veroorloven. De Nieuwe Orde kende naast het openbaar bestuur een parallelle, militaire bestuurspiramide, die de civiele pendant naar haar hand zette. Ter compensatie van de krappe defensiebegroting beschikten de generaals bovendien over zakelijke stichtingen, zodat ze niets tekort kwamen en hun ondergeschikten in geval van nood financieel sauveerden. De TNI kent nog steeds een territoriale organisatiestructuur, maar regionale commandanten zijn sinds de wedergeboorte van de partijpolitiek hun greep op het plaatselijk bestuur grotendeels kwijt. Vele van hun zakelijke stichtingen gingen als gevolg van de monetaire crisis van 1997 bankroet, zodat zij de armoede onder het voetvolk niet meer kunnen bestrijden met bonussen, wat de discipline niet ten goede komt. Hun invloed op de landspolitiek verloopt niet langer langs dat ene machtscentrum, het presidentiële paleis, maar ook en vooral via hun fracties in parlement en Volkscongres. Vooral via die lijn droegen zij bij aan de val van Wahid.

In de laatste weken van zijn presidentschap raakte Wahid de controle over de strijdkrachten kwijt. Zijn dreigementen met uitroeping van de noodtoestand vonden geen gehoor bij de top van TNI en landmacht. Een van de generaals die hij had opgenomen in zijn kabinet, Susilo Bambang Yudhoyono, in de wandeling 'SBY', moest zijn verzet tegen een nooddecreet bekopen met ontslag, maar gooide vorige week hoge ogen in de race om het vice-presidentschap. SBY's senior van de militaire academie, Agum Gumelar, volgde hem op als superminister van Veiligheidszaken en zette achter de schermen het verzet tegen `het decreet' voort. Dat, en een oude vriendschap met Megawati, levert hem volgende week mogelijk opnieuw een ministerspost op.

Alle grote fracties in het Volkscongres werden in de voorlaatste week van juli vanuit het TNI-hoofdkwartier discreet toch dringend gemaand om spoed te maken met de buitengewone zitting. Zondagmiddag 22 juli begonnen verschillende krijgsmachtonderdelen een `paraatheidsoefening' op het Vrijheidsplein, die de hele nacht duurde. In het Volkscongres werd het militaire optreden geregisseerd door een vice-voorzitter van het college, de bedaarde Solonees luitenant-generaal Hari Sabarno. In de bewogen nacht van 22 op 23 juli werd hij ten paleize ontboden. Daar kreeg hij van Wahid de instructie om de steun van de leger- en politiefractie voor een buitengewone zitting in te trekken of anders ,,vannacht nog terug te treden''. Sabarno antwoordde in Hoog-Javaans. Hij zou ,,serieuze aandacht schenken aan alle wensen van de president en zich daartoe inspannen indien de mogelijkheden dit toelaten.'' Een chiquere vorm van insubordinatie is niet denkbaar.