VS hebben het moeilijk met Indonesië

De 30 septemberbeweging was wat vertraagd. Pas vanaf twee uur in de ochtend van 1 oktober 1965 begonnen troepen in Jakarta met de omsingeling van het presidentiële paleis en de bezetting van het telegraafkantoor en de Nationale Bank. In de officiële documentatie van de Amerikaanse regering worden deze gebeurtenissen beschreven onder het kopje `Wat waarschijnlijk gebeurde'. Die documentatie is onlangs naar buiten gekomen, maar geschrokken hebben autoriteiten vervolgens opgeroepen de al verspreide publicaties terug te sturen. Zoals een van de ontvangers spottend opmerkte: ze proberen de tandpasta terug te duwen in de tube. Ruim 800 pagina's aan memoranda en communicaties tussen Washington en de ambassades in Jakarta en andere betrokken hoofdsteden zijn inmiddels te lezen op internet, onder meer op de website van NRC Handelsblad.

De 30 septemberbeweging, bestaande uit linkse dissidenten binnen de strijdkrachten en uit kaderleden van de PKI en van de communistische jeugd- en vrouwenbeweging, vermoordde tijdens de eerste uren van haar machtsgreep zeven vooraanstaande generaals van het Indonesische leger. De zwaar geschonden lijken werden een paar dagen later teruggevonden in een put op het terrein van de luchtmachtbasis Halim. Twee generaals op de dodenlijst wisten de dans te ontspringen. Nasution, chef van de staf van de strijdkrachten, ontkwam zijn belagers over de tuinmuur bij zijn huis, Soeharto werd niet thuis aangetroffen. Dit werd de rebellen noodlottig: Soeharto, bevelhebber van het Strategisch Commando (Kostrad), heroverde binnen een etmaal met steun van een bataljon van de Siliwangidivisie de strategische punten in de hoofdstad. De staatsgreep-in-wording verliep snel waarna zich een omwenteling-in-slow-motion voltrok die pas in maart van het volgend jaar haar beslag kreeg.

De Amerikaanse documentatie behelst niet het laatste antwoord op openstaande vragen. Was er een rechtse coup in staat-van-wording, wie was kolonel Untung, lid van de lijfwacht van president Soekarno, en wat motiveerde hem de leiding op zich te nemen van de daadwerkelijke greep naar de macht, in hoeverre was de top van de PKI daarbij betrokken, wat was de rol van communistisch China en, op het moment zelf de belangrijkste onzekerheid, hoe opereerde Soekarno? Wel wordt onthuld hoe de ambassade in Jakarta zijn best deed om via contacten in de strijdkrachten op de hoogte te raken van wat er voorviel en hoe Washington zich, naarmate in de loop van maanden Soeharto een rijzende ster bleek te zijn en het leger de enig overgebleven stabiele kracht in de staat, het hoofd brak hoe deze als gunstig beschouwde gang van zaken kon worden bevorderd.

Tot twee keer toe hadden de VS Nederland, de voormalige kolonisator, gedwongen zich te buigen voor Indonesië's eisen. De relaties met Jakarta behoorden dan ook een tijd lang tot de beste van Amerika's internationale betrekkingen. Maar gaandeweg was er de klad in gekomen en in 1965 bevonden zij zich op een dieptepunt. Soekarno was steeds meer onder de bekoring geraakt van de PKI en deze partij op haar beurt was zich meer en meer gaan richten op de Chicoms in Amerikaans jargon. Bovendien had Soekarno de confrontatie afgekondigd tegen Maleisië en was er een Indonesische guerrillastrijd op gang gekomen tegen Noord-Borneo en op de zuidelijke Filippijnen. Het Washington van president Johnson was bezig zelf verstrikt te raken in de Indochinese oorlog en had geen behoefte aan vanuit het zuiden omvallende domino's. Het had de handen vol aan communistische tegenstanders in Zuid-Vietnam, Laos en Cambodja.

De Amerikanen verwachtten al langere tijd een machtsgreep van de PKI, al dan niet met handhaving van Soekarno als staatshoofd. Maar zij werden verrast door de coup van 1 oktober. Op een vraag van minister van Defensie McNamara wat de VS konden ondernemen, antwoordde onderminister van Buitenlandse Zaken Ball dat niet meer te doen viel dan evacuatie van Amerikanen, mocht dat nodig worden. Daartoe werden een tweetal vlooteenheden in reserve gehouden. Maar toen het Indonesische leger met aanvankelijk succes op de linkse coup reageerde, raakte Washington in de ban van zijn eigen twijfels. Wie had in Jakarta de feitelijke macht, Nasution of Soekarno (Soeharto werd een aantal weken over het hoofd gezien)? Was de PKI in staat tot een tegenzet en dreigde burgeroorlog en zelfs een uiteenvallen van de staat?

Eén ding stond vast: Amerika meende de generaals slechts hulp te kunnen bieden die niet toegeschreven kon worden. Dat was in het belang van gever en ontvanger. Maandenlang vernauwde dit de diplomatieke manoeuvreerruimte. Het State Department van minister Rusk was namelijk van mening dat hulp met een afzender alleen aan een functionerende Indonesische regering kon worden verstrekt. Ieder bewind werd onbetrouwbaar geacht zolang Soekarno aan de touwtjes trok. In februari ontsloeg de president Nasution als minister van Defensie. De maatregel gaf de tegenbeweging van de generaals nieuw elan. In de loop van maart dicteerde Soeharto Soekarno nieuwe leefregels, onder meer inhoudend een verbod op de PKI die de president enkele weken eerder nog terug in het zadel had willen helpen.

Behalve dat de tegenbeweging van de generaals een nieuw tijdperk inluidde dat nagenoeg de rest van de twintigste eeuw intact bleef, leidde zij ook tot een bloedbad waarvan honderdduizenden het slachtoffer werden. De Amerikaanse ambassade meldde niet te kunnen zeggen of het dodental dichter bij de honderdduizend dan bij het miljoen lag, maar achtte het verstandig naar buiten toe het laagste getal aan te houden. Niet alleen met communisten en sympathisanten werd afgerekend, op grote schaal werden allerlei openstaande rekeningen bloedig vereffend.

De beschuldiging dat de Amerikanen de generaals aan een lijst met namen van PKI-leiders en -kaders hebben geholpen, wordt in de nu vrijgekomen publicatie gememoreerd. De betrokken diplomaat zegt die lijst uit openbare PKI-bronnen te hebben samengesteld en vervolgens op gezag van zijn bronnen te hebben voorzien van gegevens over lot of verblijfplaats van de genoemden sinds 1 oktober '65. De meesten waren gedood of gevangen genomen of vermist. Drie dergelijke lijsten had hij vanaf december naar Washington gestuurd, de eerste had hij ook ter hand gesteld van contacten in het Indonesische leger.

Weer vragen de Amerikanen zich af wat zij met Indonesië aanmoeten. In 1965/66 hoopten zij op het Indonesische leger, nu maken zij zich zorgen over militaire invloed op de regering van Soekarnodochter Megawati. Het kan verkeren.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.