Vonnis: genocide

GENOCIDE is een Europese actualiteit. Dat wisten we eigenlijk wel, maar het Internationaal straftribunaal voor het voormalige Joegoslavië in Den Haag heeft het nu voor het eerst openlijk uitgesproken. Het veroordeelde de Bosnisch-Servische generaal Krstic tot 46 jaar gevangenisstraf wegens zijn aandeel in de massale vernietiging van de moslimmannen van Srebrenica en daarmee van een plaatselijke etnische gemeenschap.

Het is minder eenvoudig dan het lijkt om het punt te bepalen waarop etnische zuivering omslaat in volkenmoord. Het eerste is al erg genoeg, maar het is een elementaire eis van gerechtigheid nauwkeurig aan te geven wanneer dit overgaat tot het ,,ultieme delict'' zoals genocide wordt genoemd. Het genocideverbod is een breed aanvaarde norm van internationaal recht, maar het ontbreekt schromelijk aan jurisprudentie, zoals het Joegoslavië-tribunaal bij een eerdere gelegenheid opmerkte.

Het tribunaal voor Rwanda heeft in VN-verband in 1998 de eerste veroordelingen uitgesproken, maar het Joegoslavië-tribunaal bleef eind 1999 in de zaak tegen `Servische Adolf' Jelišic, een dolgedraaide kampbeul, voor deze drempel steken. Het ontbrak aan de ,,precieze logica van de vernietiging'' die voor veroordeling vereist is. Dat ligt anders bij een belangrijke commandant als Krstic, ook al heeft deze zijn handen niet zelf vuil gemaakt. Een stelling waartegen overigens direct hoger beroep is aangekondigd.

Niet alleen wegens de Nederlandse betrokkenheid bij het drama-Srebrenica brengt de uitspraak in de zaak-Krstic de Balkan en de gruwel van de genocide dichterbij. Het tribunaal wil nog wel aannemen dat een professionele militair als Krstic, die van zijn vak hield, geen vooropgezet plan had over te gaan tot executie van duizenden burgers en ongewapende personen. Waar het om gaat is dat hij instemde met dit kwaad op een manier die voldoet aan het zware vereiste van ,,mens rea'', het element van opzet dat typerend is voor het internationale misdrijf van genocide.

OPMERKELIJK IS dat het tribunaal daar met zoveel woorden aan toevoegt dat ,,er zeker mensen zijn wier individuele verantwoordelijkheid groter is'' dan die van ondercommandant, later commandant Krstic van het Drina Korps dat het bloedbad aanrichtte. Het bevel kwam ,,waarschijnlijk van iemand anders''. Dat verklaart de veroordeling tot 46 jaar in plaats van levenslang, hetgeen bij zo'n vonnis in de lijn der verwachting ligt. Het kan moeilijk anders betekenen dat na de aanklager ook het tribunaal ongeduldig wordt dat de in staat van beschuldiging gestelde voormalige generaal Mladic en de Bosnisch-Servische ex-president Karadzic nog steeds niet zijn aangehouden. Want wie kan die ,,iemand anders'' zijn?

Het is niet zonder risico wanneer rechters zich zo committeren. De kritiek op de Balkan is toch al dat het tribunaal, rechters en aanklagers, één pot nat is. Dit vindt ook weerklank in het Westen. Rechters en aanklagers zitten letterlijk onder één dak en zetten zich gelijkelijk in voor het ,,succes'' van hun onderneming, heeft de bekende Britse advocaat voor de rechten van de mens Geoffrey Robinson opgemerkt. Hij spreekt van ,,het probleem van Neurenberg'': overwinnaarsrecht.

DIT IS EEN THESE die ongetwijfeld op de proef zal worden gesteld in het komende proces tegen Miloševic, zodat zeker de rechters beter hun kruit droog kunnen houden.