Visterrine met groenten en kruiden

Omdat er in deze visterrine gelatine wordt verwerkt, moet het één dag voordat het op tafel wordt gezet worden klaargemaakt. Kook de peultjes beetgaar en laat ze uitlekken. Pocheer de verse vis nét gaar. Snijd de vis in stukjes. Snijd de schoongemaakte lenteuitjes in dunne ringen en de tomaten in plakken. Besmeer de binnenkant van een cakevorm of patépot heel dun in met olie. Bekleed de pot met een royaal stuk huishoudfolie, dat tegen de randen wordt geplakt. Het stuk folie moet ruim over de rand steken. Leg op de bodem van de vorm plakjes tomaat. Leg er een laagje gepocheerde visstukjes op. Leg ze niet te dicht op elkaar. Houd hier en daar een opening, zodat de visbouillon die tot slot in de vorm wordt gegoten tot de bodem kan doordringen. Strooi wat kruiden op de stukjes vis, die weer worden toegedekt met bijvoorbeeld een laagje mosselen, garnalen en gerookte zalm en tomaatplakjes.

Ga door met het maken van lagen tot alle vis, kruiden en groenten zijn gebruikt. De laatste laag bestaat uit plakjes tomaat. Week de gelatinebladen in een ruime hoeveelheid water. Knijp het water uit de bladen en los ze op in de warme (maar niet kokende) bouillon. Giet de bouillon in de vorm. Dek de visterrine af met huishoudfolie. Leg een plankje met een gewicht, bijvoorbeeld een vol conservenblik, op de terrine. Laat terrine een nacht op een koele plaats staan. Til hem dan aan de stukken folie uit de vorm. Snijd de visterrine met een scherp mes in plakken. Lekker erbij is: een sausje van 1 deel mayonaise, 2 delen zure room, wat kappertjes en een scheutje Noilly Prat.