Survivallers '14-'18

Bertie Felstead is dood; 106 geworden. Ongelofelijk, als je er goed over nadenkt. Hij is beroemd geworden door in de kerstdagen van 1914 met nog wat Royal Fuseliers in de buurt van Rijssel (Lille) uit zijn loopgraaf te komen, om met Beierse infanteristen een partijtje voetbal in het niemandsland te spelen. De officieren aan beide kanten van het front werden boos. Het zal in dezelfde tijd zijn geweest dat Jaroslav Haseks Brave soldaat Schweijk de vuurdoop kreeg. Hij roept: ,,Niet schieten! Je zou wel eens iemand kunnen raken!' Niemand wilde luisteren. Vooral de generaals waren veel verstandiger. De voetballers werden teruggecommandeerd, of teruggefloten past beter in dit verband en vier jaar later waren er tien miljoen mensen doodgeschoten en twintig miljoen gewond. Toen kwam Hitler nog. De rest van het verhaal kennen we.

Mensen die goed bij hun hoofd zijn, zien de absurditeit van de oorlog en zullen daarom nooit begrijpen hoe de meesten dat bedrijf rechtvaardigen op zo'n manier dat ze er zelf geen speld meer tussen kunnen krijgen. Menno ter Braak zag eens een reportage van een veldslag uit de Eerste Wereldoorlog, een film achter de linies opgenomen. Daar sjokten de soldaten in een lange rij, de meesten de dood of verminking tegemoet. Het viel Ter Braak vooral op, dat ze op de voet werden gevolgd door de `geneeskundige troepen' die gingen opruimen wat er een paar uur later van hun makkers over zou zijn, terwijl in tegengestelde richting de eerste casualties alweer terugkwamen. Tolstoi ziet de absurditeit vertegenwoordigd door de snipverkouden Napoleon. Op een heuveltje staat hij leiding te geven in de slag bij Borodino. Hij deelt bevelen uit op grond van inlichtingen over situaties die niet meer bestaan, waarna de koerier daarmee terugsnelt naar zijn regiment dat intussen onvindbaar is geworden. Toen een jaar of twintig geleden Iran en Irak elkaar van de kaart probeerden te vegen, wat we hier op de televisie goed konden volgen, maakte Piet Grijs de vergelijking met een slapstick-film. De dikke en de dunne hebben een verkeersruzie, en slopen elkaars auto's. De dikke rukt een spatbord van dunnes auto; de dunne wreekt zich op dikkes koplampen. Het publiek lacht. Toch is het niet absurder dan het besluit van een generaal om verse troepen in de strijd te gooien. De generaals begooiden elkaar met verse troepen.

Nu komt op de televisie de Big Brother-formule langzamerhand aan het einde van zijn krachten. Het lijkt me op den duur ook geen pretje, iedere avond te zitten koekeloeren naar mensen die over het algemeen niets anders doen dan andere mensen als die niet voor de televisie zitten. Er moest iets bij. Proberen de verloofde van je vriendin af te pakken, survivallen op een onbewoond eiland, zelf voor de camera een schorpioen doodtrappen. Dat heb je met die voorstellingen. Het moet steeds erger want anders gaan de miljoenen zappen. Een jaar of acht geleden, schat ik, was een Britse ondernemer al op het idee gekomen, ergens in Schotland een soort concentratiekamp in te richten, met prikkeldraad en al. Van een bijna echte kampbeul kon je een pak rammel krijgen als je je blikje frisdrank niet tot de bodem had leeggedronken. Het werd een mislukking. Dit naneefje van Himmler was zijn tijd te ver vooruit. Hij had niet begrepen dat er televisie bij moest.

De BBC, in de oorlog zowat de betrouwbaarste instelling ter wereld, heeft de volgende stap in de escalatie gezet. Op het ogenblik wordt ergens in Noord Frankrijk (strijdtoneel in 14-18) een grote loopgraaf gegraven waar in het najaar, als het hard regent, 25 vrijwilligers, aangekleed als soldaten van destijds, voor de camera's gaan survivallen. Vanzelfsprekend veroorzaakt dat protesten. Er zullen altijd mensen zijn die niet begrijpen hoe het mogelijk is dat wereldrampen, ongelukken, grootschalige smeerlapperij tot entertainment kunnen worden verwerkt. Hun protest leidt tot niets. De makers voorspellen dat het publiek `met afgrijzen' zal kijken. Dan kan het niet meer stuk. In november gaat The Trench een hoge kijkdichtheid scoren. En wie weet, komt een van de vrijwilligers op het idee een partijtje voetbal met de mensen van de camera's en het geluid te gaan spelen. Want in zekere zin zijn deze technici de vijand. Zo'n spontane voetbalwedstrijd lijkt me een goed idee, om het nog echter te maken. Tenzij het al door iemand anders is vastgelegd, claim ik het bij deze.

Toevallig is juist de nieuwe Nederlandse vertaling (door Mechtild Cleassens) van Henri Barbusse, Le feu verschenen. Veel loopgraventaal van toen, zeer verdienstelijk in het eigentijds Nederlands overgebracht. Barbusse heeft zijn meesterwerk geschreven in 1916, na twee jaar ervaring als frontsoldaat. Kijkend naar de BBC-tv kun je het erbij nemen om te controleren of het allemaal klopt in de loopgraaf van 2001. Het andere grote boek van Barbusse heet L'enfer (1908) Het is ook vertaald, maar lang geleden. Het gaat over de terreur van de vleselijke lusten zoals die toen werden ervaren. Een survivalprogramma, voor als de loopgraaf van de BBC weer gesloten is.

Henri Barbusse: `Het vuur'. De Arbeiderspers, ƒ49.95.