Stimuleren van tijdelijke migratie biedt voordelen

Op de huidige krappe arbeidsmarkt kunnen veel bedrijven moeilijk personeel vinden. Tijdelijke immigranten bieden uitkomst omdat ze, anders dan permanente immigranten, niet langdurig werkloos kunnen worden, meent Thijs de Ruyter van Steveninck.

Begin juli erkende premier Kok openlijk dat Nederland de facto een immigratieland is. Hij riep op tot een openbaar debat hierover, analoog aan dat in Duitsland. Kan immigratie in Nederland een oplossing vormen voor de huidige krapte op de arbeidsmarkt en de naderende vergrijzing?

De discussie richt zich meestal op migranten die, met medeneming van hun familie, permanent in Nederland blijven. Op basis van ervaringen in het verleden valt niet te verwachten dat dit op lange termijn een oplossing is, aangezien zij na enige tijd deel gaan uitmaken van het probleem. In principe leveren immigranten Nederland geld op als ze werken en kosten ze geld als ze niet (meer) werken. De eerste arbeidsmigranten hebben hierdoor eerst een positieve bijdrage aan de Nederlandse economie geleverd, maar die verdween toen zij vroegtijdig arbeidsongeschikt werden. Bovendien werkte de meegekomen familie doorgaans niet. Het toelaten echter van migranten die tijdelijk naar Nederland komen, met een contract voor 4 á 5 jaar, en hun familie niet meenemen, kan wel degelijk nuttig zijn.

Op de huidige krappe arbeidsmarkt kunnen veel bedrijven moeilijk nieuw personeel vinden, waarbij het soms gaat om hoog opgeleide ICT-ers, soms om ongeschoold lopende band personeel. Deze vraag naar arbeid is voor een groot deel niet permanent, en valt weer weg als de Nederlandse economie in een recessie terecht komt. Tijdelijke immigranten kunnen hier uitkomst bieden omdat ze, anders dan permanente immigranten, niet langdurig werkloos kunnen worden. Als de tijdelijke vraag naar arbeidskrachten afneemt, wordt hun contract gewoon niet verlengd.

Het probleem van de vergrijzing is van een geheel andere orde. Het percentage gepensioneerden begint langzaam maar zeker te stijgen, hoewel niet zo snel als in Duitsland. Over enige decennia zal de Nederlandse beroepsbevolking daardoor met veel minder mensen een nationaal product moeten voortbrengen dat gelijk is aan het huidige plus economische groei. Hiernaast `kosten' ouderen meer aan verzorging en medische behandelingen.Ook hier kan het aantrekken van tijdelijke immigranten uitkomst bieden. Permanente immigranten vergrijzen zelf ook, tijdelijke niet. Wanneer hun contract beëindigd is, gaan zij terug, waarna ze de Nederlandse samenleving niets meer kosten.

Het feit dat het Nederlandse pensioenstelsel kapitaaldekkend is, en dus niet zoals in Duitsland uit de lopende belastingopbrengsten betaald moet worden, staat hier in principe los van. Immers, over 30 jaar is niet het gebrek aan geld om goederen en diensten te kopen het probleem, maar het gebrek aan menskracht om deze goederen en diensten te produceren. We kunnen ze natuurlijk ook in het buitenland kopen, maar het is de vraag of een langdurig tekort op de betalingsbalans op groot enthousiasme kan rekenen.

Twee mogelijkheden worden vaak als alternatief voor immigratie genoemd. WAO-ers zouden weer aan het werk gezet moeten worden. Maar hoe groot is de kans dat een voldoende groot deel van hen ingezet kan worden om het noodzakelijke arbeidsaanbod te vergroten? Als het echt zo'n gemakkelijke oplossing zou zijn, was dit al lang gebeurd. Ook toen de arbeidsmarkt nog niet overspannen was, kostte de WAO de samenleving veel geld. Verder wordt het oprekken van de pensioengerechtigde leeftijd genoemd als middel om de arbeidsmarkttekorten op te vangen. Maar het is de vraag of Nederlanders dat wel willen. Mensen lijken steeds eerder van hun rust te willen gaan genieten, getuige de populariteit van aanvullende pensioenen.

Als tijdelijke migratie overwogen wordt, moet een aantal ethische afwegingen worden gemaakt. Ten eerste, is het wel rechtvaardig om mensen van ver naar Nederland te halen zonder hun toe te staan hun familie mee te nemen? Hierbij moet worden bedacht dat ook Nederlanders soms lang zonder familie zijn, bijvoorbeeld als ze bij de marine zijn of in de baggerindustrie werken. En door de gemakkelijkere en goedkopere mogelijkheden tot transport en communicatie is contact tussen migranten en de achtergebleven familie steeds minder een probleem.

Ten tweede kan men het cynisch vinden om mensen binnen te halen en ze na gebruik weer `af te danken'. De meeste potentiële immigranten zullen de mogelijkheid echter met beide handen aangrijpen, eenvoudigweg omdat ze er veel beter van worden. Dat ze deze keus maken uit armoede kan Nederland niet worden aangerekend. En is het oneerlijker om van één vacature veel immigranten kort te laten profiteren dan weinigen gedurende langere tijd?

Ten derde moet Nederland ook het belang van de landen van herkomst meewegen.Hoe hoog moeten de `afkoopsommen' zijn om gemaakte opleidingskosten voor geschoolde arbeid en de brain drain te vergoeden? Overigens geldt ook voor deze landen dat tijdelijke emigratie meer voordelen biedt dan permanente.

Niet alleen brengen remigranten werkervaring mee, ook blijft de band met hun vaderland beter behouden. Doordat hun familie achterblijft en ze er hun oude dag moeten doorbrengen, zullen ze er een groter deel van hun kapitaal naartoe sturen, als overmakingen naar verwanten of als investering in de vorm van een huis of eigen bedrijf. Dat zowel de Turkse als de Marokkaanse overheid de integratie van haar voormalige onderdanen in Nederland niet toejuicht (en soms zelfs tegenwerkt) komt voor een belangrijk deel door de wens overmaking van deze gelden niet in gevaar te brengen.

Er moeten ook economische afwegingen worden gemaakt. Hoe verhouden de kosten van het in Nederland opleiden van werknemers zich tot hen weghalen uit het buitenland en een inburgeringscursus geven? De lonen van personeel uit landen als de Filippijnen of Suriname liggen veel lager dan die van Nederlanders, hoewel gezien de ongunstige ervaringen van Randstad met verpleegkundigen uit Zuid-Afrika de duur en kosten van een inburgeringcursus niet onderschat moeten worden. Een belangrijke vraag is ook hoe deze kosten tussen overheid en bedrijfsleven verdeeld moeten worden.

Tenslotte bestaat een risico dat tijdelijke immigranten permanent in Nederland blijven. Dan krijgen we weer te maken met dezelfde problemen als bij de eerste generatie gastarbeiders. Dit zou kunnen worden verholpen door een deel van het loon te reserveren en pas uit te betalen bij remigratie.

Van de landen van herkomst kan vanwege genoemde redenen, anders dan in het geval van permanente migratie (of terugkeer van politieke vluchtelingen), veel medewerking worden verwacht.

Tijdelijke, in plaats van permanente, migratie biedt dus verschillende voordelen. Nederland krijgt te maken met hogere opbrengsten en lagere kosten van de migranten. Het land van herkomst gaat er financieel op vooruit, omdat migranten, die weten dat ze later teruggaan, geld overmaken, en door vergoedingen van de Nederlandse overheid of werkgevers. Bij een gegeven behoefte aan arbeid zijn er méér immigranten die profiteren, zij het voor kortere tijd.

Natuurlijk zijn er ook partijen die erop achteruit gaan: zij die anders permanent zouden mogen blijven en nu, met hun familie, terug moeten. Het is dan aan de politiek om aan te geven wat zwaarder moet wegen.

Dr. M.A. de Ruyter van Steveninck is als econoom werkzaam op het ministerie van Buitenlandse Zaken.