OM kon kwade wil niet bewijzen

Het openbaar ministerie besloot op het hoogste niveau tot vervolging van twee diplomaten wegens hulp aan mensensmokkelaar Asgi M. Maar de zaak draaide uit op vrijspraak.

Er is voorlopig een einde gekomen aan wat oud-ambassadeur B. Körner gisteren ,,een langdurige nachtmerrie'' noemde. Twee jaar lang hebben deze voormalige chef de poste op de Nederlandse ambassade in de Sri-Lankese hoofdstad Colombo en zijn hoofd consulaire en algemene zaken, J. Hendrichs, toegeleefd naar het moment van gisteren. Toen wenste voorzitter C. Kleinrensink van de meervoudige kamer van de Zwolse rechtbank hen vriendelijk goedemiddag. Even daarvoor had hij een korte samenvatting van het vonnis voorgelezen in de unieke zaak tegen de twee diplomaten wegens betrokkenheid bij mensensmokkel. De geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de twee diplomaten boven het hoofd had gehangen, was in een klap verdwenen.

Weliswaar verwierp de rechtbank de drie gronden waarop de verdediging had gevraagd het openbaar ministerie niet-ontvankelijk te verklaren in deze zaak. Maar in het vonnis stelde de rechtbank dat de ten laste gelegde medeplichtigheid aan mensensmokkel niet wettig en overtuigend was bewezen.

Centraal in deze zaak stond het juridische vraagstuk van `voorwaardelijke opzet en winstbejag'. Kon de officier van justitie bewijzen dat de twee diplomaten een groot risico hadden genomen door de zakenman Asgi M. behulpzaam te zijn bij het verlenen van visa aan mensen die hij daarvoor bij de ambassade voordroeg? M. bleek een mensensmokkelaar te zijn, en zijn bewezen financiële winstbejag daarbij was volgens het OM voldoende om de twee medeplichtigheid aan te rekenen. Zélf hoefden ze dat winstbejag niet te hebben gehad. Maar volgens het vonnis acht de rechtbank ,,met name niet bewezen dat er sprake is geweest van opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, gericht op winstbejag bij M. en of zijn mededaders''.

Volgens het team van verdedigers van Körner en Hendrichs was sprake van ,,een strafproces met een hoog experimenteel karakter'' en ,,innoverend denken van de officier van justitie''. Raadsman W. Dommering, die Körner bijstaat in diens onderhandelingen met Buitenlandse Zaken, sprak gisteren kortweg van een ,,idiote zaak'' waarbij er ,,geen enkele reden tot vervolging bestond''.

Toch is vervolging van de twee diplomaten in deze publicitair zeer gevoelige zaak een beslissing geweest die op het hoogste niveau van het openbaar ministerie is genomen. Het college van procureurs-generaal zal ook bij het overwegen van een eventueel hoger beroep worden betrokken, zei gisteren de Zwolse persofficier D. Veurink. ,,De officier van justitie is niet op z'n bek gegaan'', meende Veurink. ,,Het was ook geen onzin-zaak, zoals de advocaten wel hebben beweerd. Het stonk als de pest.'' Veurink zei ook `blij' te zijn dat de rechtbank het OM wel ontvankelijk had verklaard in deze zaak. ,,Dat vonden we al heel wat.''

In afwachting van een eventueel beroep door het OM willen de twee diplomaten hun onderbroken loopbanen bij Buitenlandse Zaken weer oppakken. Körner is korte tijd geschorst geweest, maar werkt inmiddels in een tijdelijke functie op het departement in Den Haag. Tijdens de rechtszitting had hij laten weten dat het zijn grootste ambitie is weer een post in het buitenland te krijgen.

Een intern onderzoek van het departement naar de gang van zaken in Colombo leverde Körner eerder een ,,tik op de vingers'' op, zoals een van de advocaten het omschreef, maar volgens het departement was ,,niets gebleken van onrechtmatigheden''. Körner en Hendrichs hadden gewoon hun werk gedaan, zoals hun advocaten ter zitting steeds hadden betoogd.

Ter zitting bekritiseerden de advocaten van Körner en Hendrichs ook de ambassademedewerkers die ,,leugenachtige'' en ,,meinedige'' verklaringen tegen het diplomatenduo hadden afgelegd. Twee van deze medewerkers zijn niet langer bij de ambassade in dienst. Een derde, een beroepsdiplomaat, is werkzaam op het consulaat-generaal in Chicago.