Macedonië

Ik deel de hoop van redacteur Yaël Vinckx niet in het artikel `Goede hoop voor Macedonië' (NRC Handelsblad, 28 juli).

Allereerst gaat de vergelijking met de Presevo Vallei mank. Het Servische leger zou militair geen enkele moeite met de rebellen hebben gehad. Kort voor het akkoord had het Servische leger bij de wederinname van een dorp buiten de gedemilitariseerde zone bovendien nog gedemonstreerd dat ze het zonder onnodig geweld konden. Daarmee was de laatste hoop van de Albanese rebellen dat het Westen zich zou bedenken als de strijd uit de hand liep van de baan. Daarbij kwamen nog de inspanningen van het Westen om de bevoorradingsroutes af te snijden. De keus was hier dus tussen roemloos ten onder gaan in de strijd of terugtrekking.

In Macedonië liggen de kaarten anders. Het Macedonische leger kan de rebellen niet aan. De bevoorrading van de rebellen is geen probleem: zelfs als de grens met Kosovo echt dicht gaat (wat zeer onwaarschijnlijk is) zijn er nog grote voorraden en een lange grens met Albanië. Tot nu toe heeft in geen van de Balkan-oorlogen een partij zich zo altruïstisch getoond dat zij zo'n voordelige positie vrijwillig opgaf. De deelname aan de besprekingen lijkt dan ook vooral strategisch bedoeld: proberen de uitkomst zo te draaien dat de blaam voor het mislukken van de besprekingen bij de Macedoniërs komt te liggen.

Ondertussen worden rond Tetovo massaal Macedoniërs door rebellen uit hun huis gezet met de boodschap dat ze nooit meer terug hoeven te komen omdat het gebied nu van de Albanezen is. Dit geeft een heel ander beeld van hoe de rebellen over de toekomst denken. Of zoals een Albanese journalist het anderhalf jaar geleden in Tetovo tegen mij zei: ,,Kosovo is al van ons, dit gebied hier komt nog wel.'' Het waren deze verdrevenen uit Tetovo die de motor vormden van de recente anti-westerse onrusten in Skopje: niet de VRMO zoals uw artikel suggereert.