Lonnie Plaxico

Bassist Lonnie Plaxico heeft een zwak voor Armani-pakken, maar combineert die het liefste met gouden ringen door neus en oren. Niet direct een gladde jongen uit het museumjazz-circuit dus. Hij begon zijn carrière weliswaar bij de behoudende Wynton Marsalis, maar na een intermezzo in de hardbop-school van meesterdrummer Art Blakey vloog Plaxico uit om geen stijl onbeproefd te laten.

De bassist werkt net zo lief met experimentator Don Byron als de traditionelere Clark Terry. In dienst van M-Base exponent Steve Coleman herontdekte hij de funk, onder leiding van Dizzy Gillespie verdiepte hij zich in Caraïbische ritmes en als sideman van Freddie Hubbard bezorgde hij zichzelf een gedegen basis in hoge-snelheid-bop.

Op zijn eigen vijfde album met de veelzeggende titel Mélange veegt Plaxico al die invloeden bij elkaar - niet keurig naast elkaar maar goed vermengd tot een hoogst swingend mengsel. Palixo's akoestische spel is onnadrukkelijk licht en versmelt met de harde klappen van drummer Lionel Cordew en de voortdurend doorkabbelende percussie-ondergrond van Jeffrey Haynes.

Maar als hij zijn contrabas verruilt voor een elektrisch exemplaar weet hij ook een overtuigende groove neer te leggen. De blazers blinken vooral uit in glashard unisono-spel. Een ronkend Hammondorgeltje zorgt voor de nodige sfeer.

De elf nummers liggen vanaf de eerste draaibeurt prettig in het gehoor maar pas na herhaalde beluistering valt op hoe ingenieus de bijna achteloos gespeelde breaks in elkaar steken.

Lonnie Plaxico: Mélange (Blue Note, 7243 5 32355 2 9) Distr EMI.