Karakter

Karakter is een van de mooiste woorden uit het Nederlands, althans, dat vind ik. Het is ook een van de mooiste woorden uit het Engels trouwens, en uit het Frans, nu ik er over nadenk. Misschien is het ook wel het mooiste woord uit het Fins? Of het waar is weet ik niet, maar ik denk zo langzamerhand dat ik wel bewezen heb, althans dat we rustig kunnen stellen dat `karakter' een van de mooiste woorden ter wereld is. Luister maar: Ka-rak-terrr. Rug-gen-graat. Of: `Kráááák' alsof er een hele grote boom omvalt – dát geluid, dat is dan zijn karakter. Dan weet je dat hij een echte kerel was. `Krááák!'

Vroeger had je veel kerels met karakter, mijn vader had zo'n karakter. Dat waren die kerels met die brede polsen, met die dikke vingers, waar je op je zeventiende nóg van verloor bij armpje drukken. Ze zopen jenever en ze rookten Caballero, en toen ik hem op mijn achttiende in een patatfrietkraam belde, terwijl ik het in mijn broek deed van angst omdat de Hells Angels uit Huizen in Noord-Holland (levensgevaarlijk) naar tegen me deden, toen kwam hij wel even kijken.

,,Donder op'', had hij tegen de engste gezegd. ,,Donder toch op, anders geef ik je een pak op je lazer'', had hij gezegd.

En: ,,Zullen we maar meteen een kip meenenem'', had hij gezegd toen ze wegreden. Mijn vader was gek op kip.

Kip, jenever en Caballero. Dat laatste heeft hem genekt. Hij flikkerde om als een ouwe boom, krááááák, en toen was hij weg. Weg voor altijd.

Vaak denk ik nog aan hem. Ik had hem nog veel willen zeggen en bedanken, en zo, en dat ik jaloers was op zijn karakter.