Immigranten in het Spaanse leger

In Spanje verlaat binnenkort de laatste lichting dienstplichtigen de kazernes. De animo voor het nieuwe beroepsleger is gering. Defensie aast nu op buitenlanders, te beginnen uit Latijns Amerika.

Personeelstekort is lastig, te weinig soldaten vernederend. Begin deze zomer werd Spanje opgeschrikt door het bericht dat de Militaire Academie in Zaragoza, de elite-opleiding waar ooit de latere dictator Francisco Franco het commando voerde, krap zit in zijn voetvolk. De bewaking van het gebouw is noodgedwongen uitbesteed aan een particuliere bewakingsdienst. Misschien een idee om voortaan ook een cohort particuliere bewakers mee te laten marcheren in het jaarlijkse militaire defilé dat door de koning wordt afgenomen, zo grapte een Madrileens dagblad in zijn commentaar.

De tekorten zijn allesbehalve een grap, maar een knellend probleem voor Spanjes militaire top en minister van Defensie Federico Trillo. Spanje kende tot voor kort dienstplicht en toen reeds was de situatie weinig gunstig: in geen ander land in Europa werd zo massaal dienst geweigerd en vervangende dienstplicht aangevraagd als in Spanje. In de laatste jaren deed de helft van de dienstplichtigen zijn best om uit de kazernes te blijven, doorgaans met succes.

De dictatuur van Franco mag dan dood en begraven zijn, het Spaanse leger worstelde nog lang met een matig imago. Het materieel, de organisatie en niet in de laatste plaats het zwaar overbezette korps van officieren waren nog niet geheel van deze tijd, zo was de terugkerende klacht. Tot ver in de jaren negentig lekten onaangename verhalen uit over mishandeling van dienstplichtigen. In april 1997 werd een soldaat in de kantine doodgeschoten door een dronken sergeant die reeds eerder wegens geweldpleging was veroordeeld. Vrouwen die, aangemoedigd door reclamecampagnes die zinspeelden op emancipatie in de krijgsmacht, besloten een contract te tekenen, deden in de pers hun verhaal over voortijdig vertrek wegens onuitstaanbaar gedrag van hun mannelijke collega's.

In internationaal verband worden Spaanse strijdkrachten diplomatiek beschreven als een volwaardige partner, die evenwel nog midden in de transformatie naar een moderne legermacht zit. Afgezien van vernieuwing van het materiaal is dat een kwestie van grondige reorganisatie. ,,Of we willen of niet, we lopen nog steeds veertig jaar achter bij de oprichters van de NAVO'', aldus een kolonel van de landmacht.

Wat er is aan geld en nieuw materieel, wordt ingezet bij de internationale troepenmacht; de thuisbasis moet het doen de afdankertjes, zo luidt de klacht onder officieren. ,,Als er een conflict dreigt in Ceuta en Melilla, de Spaanse enclaves in Marokko, dan heeft de landmacht geen boten om de soldaten over te brengen. Moeten ze soms wachten op de pont van negen uur'', zo vroeg een verontruste militair zich af.

De laatste lichting dienstplichtigen verlaat binnenkort de kazernes. De krijgsmacht zit in de overgang naar een beroepsleger. Volgens de planning moet Spanje in 2014 beschikken over 102.000 soldaten, 27.500 onderofficieren en 20.500 officieren. Maar de werving stokt. Het avontuur dat wordt beloofd in de reclamefolders blijkt immers meestal bitter tegen te vallen: wachten draaien en veel verveling. En de soldij van rond de 1.400 gulden biedt evenmin reden tot tevredenheid; een ober verdient al gauw meer.

Met de inventiviteit van een goed veldheer besloot minister Trillo tot het aanboren van nieuwe bronnen. Defensie wil vanaf nu jaarlijks 2.000 immigranten ronselen. Een begin werd gemaakt met een wervingsactie in Argentinië en Uruguay onder afstammelingen van Spaanse emigranten. Vaak gaat het om kleinkinderen van Spanjaarden, die nog steeds de Spaanse nationaliteit kunnen claimen. Een goedkoop ticket naar Spanje, twee maanden militaire opleiding zonder verplichtingen en vervolgens desgewenst een meerjarig contract.

Met gemengde gevoelens was Spanje er getuige van hoe de eerste lichting Zuid-Amerikanen in juni op de Madrileense luchthaven Barajas werd binnengehaald. ,,Ik voel me net Maradona'', zo verklaarde een van hen, duidelijk onder de indruk van talloze camera's en flitslichten. Nog geen maand maand later waren de opkomende sterallures evenwel in de kiem gesmoord: 42 van de 200 nieuwkomers bleken reeds de kazerne te hebben verlaten om elders hun heil te zoeken. In lijn met de verwachting, vindt minister Trillo. Spanje gaat dan ook door met de werving van rekruten in het buitenland.