`Ik zal mijn eigen plek opeisen. En dat is voorin.'

Bram Som (21) is op papier de beste Nederlandse atleet bij de WK in Edmonton. Op basis van de seizoensranglijst behoort hij tot de favorieten op de 800 meter. Maar Som heeft internationaal een magere palmares. De hardloper uit de Achterhoek legt een nieuw examen af.

Bram Som heeft binnen een jaar zijn onschuld verloren. De atleet zal zich na de Olympische Spelen geen tweede keer laten flikken. Daags voor het begin van de wereldkampioenschappen in Edmonton klinkt het grimmig, dat hij zijn positie in de wedstrijden deze keer wél zal verdedigen, desnoods met harde hand.

Som wordt niet graag herinnerd aan `Sydney', waar zijn olympisch debuut werd versjteerd door de Marokkaan Mouhssin Chehibi. In de laatste serie van de 800 meter dacht de Achterhoeker op weg te zijn naar de halve finale, toen hij in de eindsprint plotseling aan zijn hand werd getrokken door de Afrikaan, die hem vervolgens enkele honderdsten van seconden voorbleef.

Het afgewezen protest wakkerde de gevoelens van onrecht extra aan, maar veranderde niets aan zijn situatie. Chehibi ging naar de halve finales en de Nederlander bleef uitgeschakeld. De ontgoochelde Som had een harde les geleerd: bij internationale kampioenschappen wordt er om elke centimeter `oorlog' gevoerd.

In Edmonton, waar Som morgen zijn serie loopt, zal hij zich geen tweede keer opzij laten zetten. ,,Ik zal mijn eigen plekje opeisen'', meldt hij strijdlustig. ,,En dat is voorin, ook al om in mijn eigen ritme te kunnen lopen. Midden in de groep moet je niet zitten; veel te link met al dat geduw en getrek.''

Maar Som realiseert zich dat hij makkelijk praten heeft. De praktijk heeft tot op heden uitgewezen, dat hij in internationale velden voor de finishlijn meestal voorbij wordt gesneld. De loper uit Gaanderen mag dan van alle deelnemers in Edmonton de vierde seizoenstijd (1.43,98) achter zijn naam hebben staan, een garantie voor succes is dat geenszins. Op grote toernooien gelden nu eenmaal andere wetten.

Bovendien heeft Som recent nog ervaren dat de praktijk weerbarstiger is dan de theorie. De huizenhoge favoriet voor de 800-metertitel bij de Europese kampioenschappen voor neo-senioren in Amsterdam werd in het Olympisch stadion slechts vijfde. Een mentale tik, waarvan Bram Wassenaar, zijn technisch begeleider in Edmonton, verwacht dat die overigens louterend zal kunnen gaan werken.

Som laat zich in Edmonton niet verleiden tot het uitspreken van verwachtingen. Hij hoopt de finale te halen. Uiteraard om sportieve redenen, maar ook om zijn A-status bij sportkoepel NOC*NSF niet te verspelen. Hij weet zich moreel gesterkt door de tijd onder de 1.44,00 die hij tijdens de Golden-Leaguewedstrijd in Monaco liep. Som: ,,Ik had niet verwacht dat ik nu al in staat ben om in de 1.43 te lopen. Het was namelijk geen doel op zich en daarom een aangename verrassing.''

Die opsteker in combinatie met de goede sfeer in de Nederlandse ploeg maken van Som een gretige atleet, die beseft dat het tijd wordt om zijn nationale faam ook eens op een internationaal podium te bevestigen.

Merkwaardig genoeg roemt Som de sfeer in de Nederlandse ploeg. Waar andere jaren Nederlandse individuen op reis gingen, heeft de nieuwe technisch directeur Henk Kort het voor elkaar gekregen om zoiets als een groepsgevoel te creëren.

,,Het is nu professioneler en gezelliger dan onder Bert Paauw'', ervaart Som, die Korts voorganger overigens maar kort heeft meegemaakt. ,,Voorheen gingen groepjes atleten met hun trainers op pad en trof je elkaar wel ergens op de baan. Waar eerder niemand de kamer wilde delen met Robin Korving, doen we nu veel samen en hebben we veel lol. Van haat en nijd, waarvan voorheen nog wel eens sprake was, heb ik deze keer niets gemerkt. Troy Douglas maakt wel veel lawaai, maar daar stoort niemand zich aan. Zo is hij nu eenmaal.''

Tot Soms teleurstelling kan hij in Edmonton niet worden begeleid door Honoré Hoedt. Zijn trainer wordt een dezer dagen vader en heeft om die reden zijn taak overgedragen aan Wassenaar. Niet om de oud-atleet te diskwalificeren, maar een vervanger is nu eenmaal minder vertrouwd dan de eigen coach. Ter compensatie heeft Som wel dagelijks contact met Hoedt, die op die manier enige grip op zijn atleet probeert te houden.

Wassenaar voelt zich desondanks geen tweede keus. Hij probeert gewoon van zo groot mogelijke waarde voor Som te zijn. Bijvoorbeeld door hem moed in te praten en de concurrentie niet de hemel in te prijzen.

De Zwitser André Bucher, dit seizoen veruit de beste 800-meterloper, is in de ogen van Wassenaar een atleet met een beperkte techniek, van wie hij nog maar moet zien of die ook zonder een `haas' tot een snelle tijd in staat is. Som hoeft niemand te vrezen, beweert Wassenaar zelfverzekerd. De atleet zelf uit zich op voorhand wat realistischer: ,,Eerst maar eens die finale halen.''