Gelderse gruwelgotiek

In een serie recensies van romans die in het literaire hoogseizoen ten onrechte onopgemerkt bleven deze week `Schiethak en Lommelhaas' van Leon Gommers

(Gelderse Cahiers 17, Vantilt, 128 blz. ƒ27,50)

,,Koken – 't is allemaal alchemie,' zei Leon Gommers drie jaar geleden in het CS van deze krant. De in Heerlen geboren Nijmegenaar, die zichzelf op de achterflap van zijn tweede roman Het uurwerk van Floor presenteerde als `schrijver en kok', heeft nu een novelle geschreven waarin hij die stelling uitwerkt. Voor Schiethak en Lommelhaas (de 17de uitgave in de sympathieke reeks `Gelderse Cahiers' van de Stichting Kunst en Cultuur Gelderland) baseerde hij zich op een laat-middeleeuws handschrift met zeer uiteenlopende recepten: van de bereiding van aardbeien tot de behandeling van aambeien, en van het conserveren van kweeperen tot het bereiken van de eeuwige jeugd.

Gommmers' hoofdpersoon Jobard is een meesterkok die terugdenkt aan zijn zestiende jaar, toen hij als leerling meehielp bij een feestmaal dat werd aangericht door de Gelderse kasteelheer Gantelet. Het meerdaagse banket, waarvoor het boodschappenlijstje onder veel meer `4 beren/ 5 kalveren/ 100 mergpijpen/ 2 kuipen reuzel en vet/ 1200 pond gepekeld reevlees' omvat, is voor Gantelet niet alleen de gelegenheid om een aantal kleine criminelen spectaculair ter dood te brengen, maar ook om zijn pasgeboren stamhouder aan zijn gasten te tonen. De ironie wil dat de hoge heren bij wijze van culinaire stunt een groot aantal `verwarde schotels' krijgen opgediend (`kip smaakt naar karper en karper naar varken'), terwijl de lezer zich realiseert dat de getoonde baby niet van Gantelet maar van Jobard is.

Hoe Jobard de vader van de grafelijke erfgenaam wordt, is maar één van de verhaallijnen die in Schiethak en Lommelhaas worden uitgezet. Ten minste zoveel aandacht krijgt het `bijklussen' van de middeleeuwse koks: Jobard gaat de aambeien van zijn heer te lijf met een `potas van rundvet en verbrande mollen'; hij verwent zichzelf met eigengemaakte `doodshoning', een licht-hallucinerende drug gemaakt van het lijkenvocht uit mummiewindsels; en hij houdt zich bezig met het samenstellen van een gezichtszalf op basis van `jongensvet', dat op hardhandige wijze betrokken wordt uit een bij het kasteel gelegen pachtersdorp. De onorthodoxe recepten van de kok die kan `ruiken voor twee en mengen als geen ander' worden afgewisseld met kijkjes in de middeleeuwse keuken, waar mosterd wordt gemaakt van `gevijzeld zaad, broodkruim en groensap van appelen', en amandelpap wordt verdund met het kooknat van een os en snippers kippenvlees.

Gommers geeft een zwart en ongetwijfeld karikaturaal beeld van de late middeleeuwen. Als je hem mag geloven, werd Gelre in de veertiende eeuw bevolkt door sadisten, pedofielen, lijkenpikkers en zelfs kannibalen. Een van de onsmakelijkste scènes uit het boek is de aanval van het grafelijke gevolg op het pachtersdorp, waar – letterlijk – een slachting wordt aangericht die culmineert in het eten van vers mensenhart. Je gaat je afvragen of de opdrachtgevers van de Gelderse Cahiers erg blij waren met de manier waarop Gommers hun voorvaderen afschildert. Menselijk orgaanvlees is toch ander culinair erfgoed dan Gelderse rookworst.

De inhoud van deze gelegenheidsuitgave mag dan controversieel zijn, de literaire kwaliteit is dat niet – als je tenminste van de stijl van Leon Gommers houdt. In Schiethak en Lommelhaas (dat is genoemd naar de bijnamen van twee slagers die in de novelle een rol spelen) leeft Gommers zijn liefde voor het excentrieke woord, de mooi-gewrochte zin en de veelbetekenende alinea-van-één-regel uit. Dat geeft zijn proza iets weerbarstigs, maar ook iets aangenaam geheimzinnigs. De lezer moet werken, en wordt beloond met een aaneenschakeling van intrigerende scènes en elegante metaforen. Zo glanst de zomerkeuken `geelwit als room met een zweem saffraan', buigt een oude kamenier `als een bochelaar onder een ranselend knuppeltje-uit-de-zak', en liggen de kweeperen op de schappen met hun steeltjes `strak naar voren als de kruisboogpijlen op een wering om de schaarste te keren die het leven belegerde.'

Toegegeven, een sterke maag is een vereiste bij het lezen van Schiethak en Lommelhaas; Gommers' gruwelgotiek doet af en toe niet onder voor die van Edgar Allan Poe of Stephen King. Maar zoals de Amerikanen zouden zeggen: It definitely grows on you.

Gelderse gruwelgotiek