Eerlijk zijn tegen Rusland

Vrede, verbondenheid en samenwerking zijn alleen denkbaar tussen volkeren en landen die weten wie ze zijn. Als ik niet weet wie ik ben, wie ik wil zijn, wat ik wil bereiken, waar ik begin en waar ik eindig, dan zijn mijn betrekkingen met de mensen om me heen en met de rest van de wereld onvermijdelijk gespannen, vol argwaan en belast door een minderwaardigheidscomplex dat misschien wel schuilgaat achter gezwollen bravoure. Gebrek aan zelfvertrouwen en onzekerheid over de eigen identiteit leiden onherroepelijk tot wantrouwen jegens anderen, toeschrijving van kwade bedoelingen aan de rest van de wereld en tenslotte tot een agressiviteit die kan uitmonden in de overheersing van mensen die daar niet van gediend zijn.

Dit is helaas een redelijke beschrijving van basisverhouding tussen de NAVO en de Russische Federatie. Anders dan landen als Mexico, Zweden of Oostenrijk, die geen lid zijn van de NAVO maar er wel aan grenzen, maakt Rusland dat veel groter en veel machtiger is dan alle andere buren van het bondgenootschap bij elkaar zich doorlopend ongerust over de aanwezigheid van de NAVO en ziet het met lede ogen de uitbreiding naar het oosten aan.

Natuurlijk is een van de redenen hiervoor gelegen in de trage denktrant die nog stamt uit de Sovjet-tijd, toen de NAVO door het totalitaire bewind en zijn media werd afgeschilderd als de aartsvijand van de Sovjet-Unie. Tot op zekere hoogte klopte dat ook: de NAVO koesterde weliswaar geen agressieve bedoelingen – en was zelfs niet bereid Europese landen te helpen als hun sovjet-`bondgenoot' daar met zijn leger binnenviel – maar ze maakte geen geheim van haar bedoeling het communisme te beteugelen, en van haar kijk op de Sovjet-Unie als haar strategische tegenstander.

Tegenwoordig is de toestand volkomen anders. De Sovjet-Unie en het Warschaupact bestaan geen van beide meer en de NAVO streeft nu andere doelstellingen na dan tijdens de Koude Oorlog wenst zelfs een bondgenootschap met Rusland. Maar het lijkt wel of Rusland dat niet inziet, of het zelfs waarachtig allemaal niet in de gaten heeft. Dat kan alleen veranderen als de nieuwe heersende machten in Rusland kiezen voor realisme in plaats van populisme; besluiten het gezond verstand in plaats van nationalistische hartstochten te koesteren; vrienden in plaats van vijanden te zoeken; en een open democratische samenleving op te bouwen in plaats van vast te houden aan rancunes uit de Sovjet-tijd.

De mogelijkheid van zo'n verandering ligt weer in de aard van de Russische identiteit of het Russische zelfinzicht. Ondanks de opmerkelijke vordering die Rusland heeft gemaakt op de weg naar democratie en markteconomie, worstelt het toch ergens nog met een probleem waaronder het bij mijn weten al min of meer zijn hele geschiedenis gebukt gaat, namelijk de vraag waar het begint en waar het eindigt; wat nog tot zijn domein behoort en wat daar al buiten valt; waar het zijn beslissende invloed uit moet oefenen en vanaf welk punt het dat rechtens niet meer kan.

Het lijkt wel of Rusland een gebrek aan zelfvertrouwen en een onzekerheid over zijn identiteit en dus ook over zijn grenzen compenseert met imperialistische retoriek en nationalistische bombast, die we goed kennen van mensen als Vladimir Zjirinovski, maar die in beschaafder vorm op veel grotere schaal voorkomt. Ik vind het bijvoorbeeld nagenoeg onzinnig dat zo'n groot en machtig land ongerust wordt bij het vooruitzicht dat drie democratische republiekjes aan zijn grenzen – Estland, Letland en Litouwen – lid worden van een regionale groepering waarover het niet de macht heeft. Het is toch zinloos om vast te houden aan een cordon sanitaire als binnen enkele minuten honderden intercontinentale raketten uit Nevada Moskou of uit de Oeral New York zouden kunnen vernietigen?

Mijn gedachten komen niet voort uit een afkeer van Rusland of een meerderwaardigheidsgevoel – of anderzijds uit de angst hoe Rusland mogelijk zal reageren op een verdere NAVO-uitbreiding. Ik probeer gewoon de dingen bij hun naam te noemen en mijn hoop op een goede en vriendschappelijke omgang uit te spreken. Maar is vriendschap denkbaar zonder openhartigheid?

Anders dan veel westerse politici die Rusland schijnheilig proberen te paaien, zogenaamd ten bate van vrede en vriendschap, geloof ik dat vriendschap met Rusland het beste wordt gediend als we het behandelen als gelijke en ronduit de waarheid zeggen, hoe onaangenaam die ook mag zijn. Ik ben er diep van overtuigd dat Rusland niet verdient dat we het bejegenen als een melaatse, een invalide of een kind dat een bijzondere behandeling vereist en wiens grillen, hoe gevaarlijk ook, begrepen en verdragen moeten worden. Aan zo'n houding hebben Rusland en het Westen geen van beide iets. Die versterkt alleen maar de Russische misvattingen en zet westerse staatslieden aan tot hopeloze en ongepaste compromissen.

Rusland is begonnen aan een zoektocht om zijn ware ik te herontdekken, om zijn positie te bepalen in de wereld van vandaag, om vast te stellen hoe zijn bestaan eruit gaat zien. Dat kon wel eens een lange tocht worden. Maar dat is geen reden om Rusland met fluwelen handschoenen aan te pakken. Alle werelddelen hebben problemen – Rusland met zijn zelfinzicht; Afrika met zijn armoede, hongersnood en stammenoorlogen; het Westen met het dilemma of het toe zal staan dat de beschaving die het deze planeet heeft gegeven – en soms opgelegd – zichzelf vernietigt, of in de diepten van zijn kennis en geweten bronnen aan zal boren van een hernieuwd verantwoordelijkheidsbesef voor de wereld.

We zijn niet in een positie om elkaar verwijten te maken. Maar we zijn ook niet in een positie om niet eerlijk tegen elkaar te zijn. Dat heeft Rusland nodig en dat verdient het ook.

Václav Havel is president van de Republiek Tsjechië.

©Project Syndicate