De Hollander die Zweden versloeg

In de stationshal van Stockholm koop ik enigszins aarzelend twee rode anjers voor dertig kronen. Ik wil een eerbewijs brengen aan de gebroeders Van Suchtelen. De twee broers zouden al meer dan anderhalve eeuw op het kerkhof van Solna begraven liggen, maar ik ben er nog niet zeker van of ik hun laatste rustplaats zal vinden.

Mijn belangstelling voor Jan Pieter van Suchtelen werd een aantal jaren geleden gewekt tijdens een bezoek aan St. Petersburg, toen nog Leningrad. In de Nationale Bibliotheek wees een medewerkster van de handschriftenafdeling mij op het portret van Van Suchtelen. Boeken en handschriften van Van Suchtelen werden na zijn dood in 1836 door tsaar Nicolaas I gekocht en kwamen merendeels terecht in de Keizerlijke Bibliotheek aan de Nevski Prospect. En daar zijn ze nog steeds. Een paar dagen later kwam ik opnieuw een portret van Van Suchtelen tegen. Ditmaal in de Hermitage, in de eregalerij van de generaals uit de oorlog van 1812. Weer die Nederlandse naam. Wie was deze man en hoe was hij daar zo terechtgekomen?

Terug in Nederland ging ik op zoek naar gegevens over hem en zijn familie. Een levensbericht dat na zijn dood verscheen in de Algemeene konst- en letterbode leerde me dat Jan Pieter in 1783 met zijn vrouw naar Rusland was vertrokken om als ingenieur in dienst te treden van Catharina de Grote. Beetje bij beetje verzamelde ik materiaal over zijn levensloop. Hij doorliep een succesvolle carrière in Rusland. Vanaf 1785 gaf hij leiding bij de aanleg van het Catharinakanaal in Noord-Rusland, waardoor het stroomgebied van de Witte Zee met dat van de Kaspische Zee werd verbonden. Daarna vocht hij in de oorlog tegen Zweden van 1788, hetgeen hem een bevordering opleverde tot generaal-majoor. Tevens schonk Catharina hem een landgoed van 300 mannelijke zielen in Zuid-Finland.

In de volgende jaren maakte Jan Pieter, die inmiddels zijn naam had veranderd in Pjotr Kornilowitz, zich in het Russische leger verdienstelijk door eerst de vestingwerken in Polen te inspecteren en vervolgens alle vestingwerken van Witte Zee tot Zwarte Zee te bezoeken. Daarmee waren enkele jaren (1794-1797) gemoeid. Inmiddels was Catharina opgevolgd door haar zoon Paul I. Deze benoemde Van Suchtelen in 1799 tot generaal en chef. Hij werd naar Kiev en vervolgens naar Riga gestuurd als bevelhebber van de genie.

Zodra Alexander I aan de macht was gekomen (1801), riep hij Van Suchtelen terug naar St. Petersburg en benoemde hem tot generaal-kwartiermeester. In deze belangrijke functie kon hij zijn plannen tot reorganisatie van het leger doorvoeren. Tevens werd hij aangesteld tot directeur van het Cartografisch Instituut en tot inspecteur van het werk der ingenieurs.

In 1808 viel Rusland Zweden aan. De expeditie was voorbereid door Van Suchtelen. Het lukte hem om de Zweedse vesting Sveaborg te veroveren zonder dat het tot een veldslag kwam. De overwinning op de Zweden, die tot gevolg had dat Finland bij Rusland kwam, versterkte het gezag en de positie van Van Suchtelen.

Alexander benoemde hem in 1809 tot Russische ambassadeur in Zweden. Aanvankelijk werd hij er vijandig benaderd, omdat hij het land kort tevoren zo'n smadelijke nederlaag had toegebracht. Hij won echter snel vertrouwen en sympathie. In zijn huis in Stockholm hield hij wekelijks salon voor kunstenaars en geleerden. In de zomermaanden verbleef hij in zijn buitenverblijf te Ulriksdal, waar hij zich bekommerde om zijn tuinen en menagerie die voor bezoekers toegankelijk waren.

Ik raakte geboeid in deze erudiete en beminnelijke wereldburger, die naast zijn werk op militair en diplomatiek terrein een hartstochtelijk verzamelaar was van boeken, handschriften, schilderijen, tekeningen en munten. Zijn privé-archief bleek in Moskou te zijn terechtgekomen in het Centraal Staats-Krijgshistorisch Archief en het lukte me zowaar toestemming te krijgen daar te komen werken. Eenmaal binnen in de studiezaal was veel geduld en overredingskracht nodig om de gewenste inventarisnummers in te zien, maar met hulp van een Russische collega lukte het om ook de correspondentiedossiers op tafel te krijgen. Alleen een map die in de inventaris omschreven stond als `persoonlijke herinneringen' kreeg ik niet in handen, omdat het materiaal te kwetsbaar was: haarlokken van Jan Pieter en van andere familieleden.

Onderdeel van historisch onderzoek is ook het veldwerk: het bezoeken van de plaatsen waar de hoofdpersonen hebben geleefd. Voor Van Suchtelen begint die tocht in Grave, waar hij op 2 augustus 1751 werd geboren, gisteren dus 250 jaar geleden. Zijn geboortehuis moest daar echter enkele tientallen jaren geleden wijken voor de bouw van een nieuw gemeentehuis.

Omdat Van Suchtelen de laatste twintig jaar van zijn leven in Stockholm woonde en daar stierf, bezocht ik dus onlangs die stad. Ik zag er zijn buitenhuis in Ulriksdal, thans bewoond door de Zweedse prinses Christina, en de Adolf Fredriks Kyrka waar op 30 januari 1836, twaalf dagen na zijn dood, de uitvaartdienst werd gehouden, nadat 128 kanonschoten waren afgevuurd.

Nu ben ik op zoek naar zijn graf in Solna, een buitenwijk van Stockholm. Ik kom terecht op een uitgestrekte begraafplaats. Het is hier onbegonnen werk om alle graven te inspecteren. Daarom zoek ik de administratie van de begraafplaats. Maar nee, zegt de dienstdoende medewerkster nadat ze het computerbestand van de overledenen heeft geraadpleegd, er ligt hier geen Van Suchtelen.

Maar daar zie ik op de balie een boekje liggen over kerkhoven in Stockholm. Vliegensvlug zoeken mijn ogen in het register de naam van Van Suchtelen. En ja, daar staat hij vermeld: begraven op Solna Kyrkogard, het kerkhof aan de andere kant van de weg. Het graf moet volgens het gidsje vlakbij de ingang van het twaalfde-eeuwse kerkje liggen.

En inderdaad, ik loop naar het kerkje en zie een grote rechtopstaande steen met het opschrift dat hier begraven ligt: graaf Peter van Suchtelen. En daaronder staat dat hier ook zijn broer ligt, Rochus van Suchtelen.

De vrouw van Jan Pieter, Amarentia Wilhelmina Hartingh, was al in 1801 in Riga gestorven. Rochus was zijn broer gevolgd naar St. Petersburg. Toen Jan Pieter in Stockholm ambassadeur was geworden, voegde Rochus zich later bij hem. Het was de wens van Jan Pieter om bij zijn broer te worden begraven.

En daar ligt hij nu. Onbekend in Nederland, maar bekend in Zweden bij de administratie van Solna Kyrkogard wordt mij verzekerd dat het graf van Van Suchtelen als een historisch monument geen gevaar loopt te worden geruimd.

En bekend in Rusland, waar op 18 en 19 oktober van dit jaar in de Nationale Bibliotheek een tweedaags congres over hem wordt gehouden.

Ik leg de twee rode anjers bij zijn graf en neem de metro terug naar de stad.