Dat was mijn familie, zei ik

WESTELIJKE JORDAANOEVER/TEL AVIV. Op de voorste bank in de synagoge lag een machinegeweer. De eigenaar van het geweer liep tussen de gebeden door met het wapen naar buiten. Een walkietalkie had hij ook bij zich. Het huis van god is een huis van machinegeweren. Altijd geweest.

Ik was ostentatief te laat gekomen, en was achterin blijven staan, maar ze hadden me meegetrokken naar de tweede rij, en nu zat ik achter het machinegeweer en hoorde mijn neef ritueel volwassen worden.

Hij kon goed tafeltennissen. Wat was er ook te doen in de nederzetting? Bidden en sporten. Zelfs zijn broertje van negen had me verslagen.

De kinderen van het extremisme hadden zich het genot van het tafeltennissen eigengemaakt.

Toen het donker was, kon de terugtocht naar de bewoonde wereld beginnen. Weer een gewapend konvooi.

Het was na middernacht toen ik voor het Dan Hotel in Tel Aviv werd afgezet. Het hotel was nog net zo leeg als twee dagen geleden.

Ik moest drie keer kloppen. Toen deed Aap open. ,,Ik was in slaap gevallen'', zei ze. Ik gaf haar een vluchtig kusje. Tenslotte had ik bijna 48 uur dezelfde kleren aan gehad. Uit protest tegen de wetten die ik niet als de mijne erkende. Ik rook mezelf niet meer, en liep zenuwachtig heen en weer, zoals je doet als je net bent thuisgekomen van een lange reis.

,,Hoe was het'', vroeg Aap.

,,Oké'', zei ik, ,,ze worden er niet normaler op.''

,,Maar jij bent normaal.''

,,Ja. Vroeger niet, in mijn puberteit. Nu wel. Ik heb me volledig hersteld.''

Ik liep naar de slaapkamer. Het bed was over de gehele oppervlakte versierd met bloemen. De bloemen waren in kleine stukjes geknipt en gerangschikt volgens een zorgvuldig uitgedacht en symmetrisch patroon. Het leek wel geborduurd. Het had ook iets achttiende-eeuws, al zou ik niet uit kunnen leggen waarom.

,,Jezus, Aap'', zei ik, ,,dit is uren werk.''

,,Vind je het mooi?''

,,Prachtig, misschien moeten we vannacht niet gaan slapen.''

,,Ik moest wel drie keer naar de receptie bellen voor ze me eindelijk een schaar kwamen brengen.''

Ik nam een douche. Daarna gingen we uit. Een bar kon je het niet noemen. Een provisorische hut waar drank werd geschonken. Met Braziliaanse muziek.

Aap ondervroeg me. Meestal doe ik de ondervragingen.

Over de boulevard liepen we terug naar het hotel. ,,Maak mijn veters dicht'', zei ik.

,,Nee'', zei ze, ,,doe het zelf.''

,,Maak ze dicht, Aap.''

,,Ik pieker er niet over. Doe het zelf.''

Het werd licht toen we eindelijk op onze kamer waren.

,,Kunnen de gordijnen dicht'', vroeg Aap, ,,Daar word ik zo depressief van. Naar bed gaan als het alweer licht is.''

Voorzichtig gingen we onder de geknipte bloemen liggen.

,,We vernietigen het kunstwerk.''

,,Dat geeft niet'', zei Aap, ,,daarvoor is het gemaakt.''

Die nacht krikten we niet. Niet voor de vrede, voor geen enkel goed doel, helemaal niet. De bloemen lagen de volgende ochtend allemaal op de grond.

,,Wacht'', zei ik, ,,ik zal er een met een veiligheidsspeld aan mijn onderbroek vastmaken.''

Het leek dure mode.

,,Volgens mij heb ik een belangrijke uitvinding gedaan'', zei ik.

Aap had geen ondergoed meer. Ze had het gewassen, maar het was nog niet droog.

,,Geef maar hier'', zei ik. Ik pakte de haardroger, en begon de onderbroek van Aap te föhnen.

,,Als ze me vragen, wat heb je gedaan in het Heilige Land, dan kan ik zeggen, ik heb mijn ondergoed laten föhnen. Je ziet er zo grappig uit.''

,,God kind'', zei ik, ,,denk je dat dit de eerste onderbroek is die ik föhn, denk je dat ik nog nooit mijn eigen onderbroeken heb geföhnd?''

Zus en moeder zouden me komen opzoeken, met de jongste twee kinderen. ,,Bereid je maar voor'', zei ik tegen Aap.

Er was een binnen- en buitenzwembad. Allebei verlaten. We maakten gebruik van het buitenzwembad, waar we wedstrijdjes deden wie het snelst kon zwemmen. In de schoolslag, dat is de enige zwemslag die ik redelijk beheers. Officieel kan ik duiken en onder water zwemmen, maar vanaf mijn elfde heb ik me aan die activiteiten niet meer gewaagd.

Thee lieten we komen door mannen die voor de laatste gasten speelden dat ze van de room service waren.

Alles waaide weg.

,,Mijn ouders vinden je een macho, en moet je kijken hoe je daar zit'', zei Aap.

,,Je ouders zijn niet goed wijs'', zei ik.

,,Kijk dan hoe je daar zit, met je badjas en je telefoon.''

,,Zonder badjas verbrand ik Aap, en zonder telefoon kan mijn zus me niet vinden.''

Ze kwamen.

Een baby in de kinderwagen, een kind te voet, een moeder, een zus.

Zus negeerde Aap. Misschien omdat Aap behoorlijk naakt was.

Moeder zei, ,,oh dag, hallo Aap.'' Op zo'n toon van, nou dat is dus nummer 175. En tegen mij: ,,Dit kan je ons niet meer aandoen. Een onmenselijke tocht hebben we achter de rug.''

We namen plaats aan een tafel waar we het minst last zouden hebben van de wind. Ik haalde de baby uit de wagen en maakte hem aan het lachen door hem luidruchtig op zijn navel te zoenen.

Aap wilde tien kinderen. Ik niet. Maar het is altijd verstandig te laten merken dat je met baby's overweg kan.

De peuter vermaakte zich in het pierebadje.

Toen Aap even naar de wc ging, zei moeder: ,,Je komt geloof ik tot haar oksel.''

,,Tot haar kin, mama, tot haar kin.''

,,Ze heeft een mooi figuur, maar een mannelijke uitstraling, dat meisje is niets voor jou'', zei moeder.

En zus zei, terwijl ze haar baby borstvoeding gaf, ,,misschien is het wel handig in bed dat je tot haar oksel komt.''

,,Jullie zijn niet goed wijs'', zei ik.

Toen kwam Aap terug.

,,Ik heb drinken besteld, en eten'', zei ze.

,,Wat doe je, Aap'', vroeg moeder.

,,Ik ben journalist.''

,,Dan moet je maar eens opschrijven hoe het er werkelijk voorstaat'', zei moeder. ,,Niet zo pro-Palestijns.''

Aap keek mij aan, ik keek Aap aan. We zwegen.

De peuter werd drijfnat.

,,Ze moet in ieder geval een droge onderbroek aan. Anders wordt ze ziek.''

,,Kom maar'', zei ik, ,,die ga ik wel even föhnen.''

We gingen naar de kamer. Ik begon de onderbroek van mijn nichtje te föhnen.

Moeder zei, ,,dit moet een vermogen kosten.''

Aap krijste, ,,wat doe je nou?''

,,Niets.''

,,Je zit aan de onderbroek van je nichtje te sniffen.''

,,Ik snif nergens aan, maar als ik een onderbroek föhn dan ruik ik altijd even om te weten of ik door kan gaan met föhnen of dat ik hem nog even in een sopje moet doen.''

,,Je bent echt zo gestoord.''

De auto van zus was door de politie weggesleept. Moeder kreeg een paniekaanval.

Tegen Aap zei ze, ,,alle vrouwen zitten achter Arnon zijn geld aan, jij zeker ook.''

De auto werd teruggevonden.

Zus deed een kogelvrij vest aan. ,,Waarom krijg ik geen kogelvrij vest'', riep moeder. ,,En de kinderen?''

,,Het belangrijkste is dat de chauffeur kan doorrijden, als er iets gebeurt'', verklaarde zus.

Ze reden weg.

,,Dat was mijn familie'', zei ik.

Onze laatste avond in Tel Aviv. Daarna zouden onze wegen zich scheiden. Tijdelijk. Voor altijd. Dat weet je niet.

Ik dacht eraan dat Aap haar kinderen zou krijgen, niet met mij, geen kinderen voor mij, en dat ik op visite zou komen. Of niet. Dat Aap een anekdote zou worden, dat ik over haar zou vertellen aan een vrouw die vroeg, ,,vertel eens over al die scharrels van vroeger''.

Dat het niet eens nodig was ons op te laten blazen om geen toekomst te hebben.

,,Ben ik geaccepteerd als lid van je scharrelclub?''

,,Absoluut'', zei Aap. ,,Zodra ik de beschikking heb over een pritstift, maak ik een lidmaatschapskaart voor je.''

Het haalbare versus het onmogelijke.

Nog één keer de onderbroek van Aap föhnen. Dat moest haalbaar zijn.

Soms is het haalbare genoeg.