Anonieme vechtmachines van Tajiri

Als telg van een samoeraigeslacht dat zijn afstamming kan traceren tot een in de derde eeuw levende Chinese prins, kreeg beeldhouwer Shinkichi Tajiri een opvoeding die doordrongen was van aristocratische erecodes. Hoewel Tajiri in 1923 werd geboren in Californië, hield zijn familie vast aan de oude Japanse waarden van de krijgerskaste. Zelf vervulde hij zijn dienstplicht tijdens de Tweede Wereldoorlog als infanterist in het Amerikaanse leger. Het werk dat hij vanaf de jaren vijftig maakte,

loopt dan ook over van de verwijzingen naar strijd, eer, agressie en trouw.

Tajiri's eerste beelden, gemaakt van oud ijzer dat hij vond aan de oevers van de Seine, waren verwant aan het werk van zijn leermeesters Ossip Zadkine en Fernand Léger. Eenmaal in Nederland kwamen daar Cobra-invloeden bij, en ontwikkelde de Japanse Amerikaan een eigen stijl. In een poging zijn oorlogservaringen te verwerken, maakte hij samoeraibeelden van gips, brons en ijzer, waarmee hij pas na de jaren zestig stopte. In 1995 nam hij het thema weer op. Geïnspireerd door het verhaal over de zelfmoord van 47 ronin – samoerai zonder meester – in 1700 begon de kunstenaar aan een serie

krijgersbeelden, die naar verwachting over zeven jaar 47 stuks zal tellen.

Twaalf daarvan staan in het Cobra Museum, waar Tajiri's werk naast dat van zijn vrouw, kinderen en kleinkinderen is tentoongesteld. Als een legertje witte ridders staan de twee meter hoge beelden van centa-foam opgesteld in rijen van vier. Het zijn bewegingsloze cyborgs, anonieme vechtmachines. Armen zijn vervangen door speren en schilden, bepantsering is versmolten met lichamen. Eentje draagt een harnas als een West-Afrikaanse spijkerfetisj, het lichaam van een ander zit gevangen tussen twee vlindervormige schilden. De enige individuele expressie schuilt in de helmen, die de vorm aannemen van een vogelbek, een theatermasker of een reptielenkop.

Een paar beelden zijn uitgevoerd in brons, de rest is opgebouwd uit platte, uit kunststof platen gesneden sjablonen. Hoewel de kleine bronzen een zwaarte hebben die hun krijgshaftigheid benadrukt, zijn het vooral de lichte kunststof exemplaren die imponeren. Dat komt deels door hun afmetingen. Maar ze stralen ook een samengebalde energie uit die haaks staat op de breekbaarheid van het materiaal. Stokstijf en even recht als de klassiek-Griekse kouroi vormen ze een monument voor bevroren, onderhuidse dynamiek.

Het spanningsveld tussen mens en machine, leven en technologie duikt overal op in Tajiri's werk, waarvan in Amstelveen een redelijke dwarsdoorsnede te zien is. Zijn soms smoezelige, soms haarscherpe pentekeningen worden bevolkt door science fiction-achtige superkanonnen op pootjes.Hoe anders zijn de fantasiebeesten die Ferdi Tajiri-Jansen, tussen 1951 en haar vroegtijdige dood in 1969 Tajiri's echtgenote, maakte onder de titel Hortis Sculpturen. Damsel-Dragonfly, een enorme libelle van groen, geel en lila kunstbont, heeft een hoge aaibaarheidsfactor. Ook de Wombtomb, een kruising tussen ligbank en lijkkist, straalt een zinnelijkheid uit die helemaal bij de psychedelische jaren zestig hoort.

Het huwelijk tussen Jansen en Tajiri vormde het begin van de Nederlands-Amerikaans-Japanse kunstenaarsfamilie waar de tentoonstelling zich op richt. Er is zelfs een hoekje ingeruimd voor de droedels van kleinkinderen Tanea Ferdi (1992) en Shakuru Shin (1994), maar dat kan niet serieus genomen worden. Van de tweede generatie is de oudste dochter, Giotta (1957) het dichtste bij het métier van haar vader gebleven. Haar bronzen bloemen met puntige bladen zijn de plantaardige tegenhangers van de ronin, in haar schilden met watermonsters klinkt moeders erfenis door. Maar in de pastelkleurige bloemstillevens heeft Giotta een eigen stem gevonden.

Origineler en krachtiger is het werk van Ryu (1959), die behalve als oprichter van popgroep Blue Murder bekend is als illustrator. Een Monty Python-achtige absurde humor kenmerkt Ryu's collages van gravures. Haar experimentele computertekeningen, die meerdere malen door een printer zijn gehaald en daardoor uniek zijn, lijken op houtsneden of geweven tapijten. Ryu bewijst zich in

eigenzinnigheid en vernieuwingsdrang de ware opvolger van haar vader.

Tentoonstelling: Tajiri and family. T/m 26-8 in: Cobra Museum voor moderne kunst, Sandbergplein 1, Amstelveen. Open: di-zo 11-17u. Entree ƒ12,50, catalogus ƒ55,-