Ziekenhuizen behandelen meer patiënten

De ziekenhuizen hebben in de eerste helft van dit jaar meer mensen behandeld dan in dezelfde periode in 2000. Het is echter nog onduidelijk of dat invloed heeft op hun wachtlijsten.

Bij de thuiszorg, verpleeghuizen en inrichtingen zijn de wachttijden wel aanzienlijk afgenomen.

Dit blijkt uit de halfjaarlijkse rapportage die Zorgverzekeraars Nederland (ZN) gisteren naar minister Borst (Volksgezondheid) zond over de besteding van de ruim drie miljard gulden die de zorgsector er dit jaar extra bij heeft gekregen. Borst moet daarover twee keer per jaar in het kabinet verantwoording afleggen. ZN vermoedt – de beschikbare informatie is niet betrouwbaar genoeg voor een echt oordeel – , dat de wachttijden in de ziekenhuizen niet noemenswaard korter zijn geworden. De verzekeraars schatten dat ruim de helft van de mensen op de wachtlijst binnen de geldende `normtijd' wordt behandeld.

De bezettingsgraad van de ziekenhuisbedden is dit jaar verder afgenomen en beweegt zich nu in de richting van de 60 procent. Dit komt door een toenemende daling van het aantal opnames en van het aantal verpleegdagen. Wel nam in de eerste helft van dit jaar het aantal patiënten dat in `dagopname' wordt behandeld fors toe: er werden er ruim 36.000 meer verwerkt dan in dezelfde periode in 2000. ZN constateert daarbij dat door het tekort aan personeel de ziekenhuizen worden gedwongen efficiënter en effectiever te werken. Bijkomend voordeel is, aldus ZN, dat de kosten van dagbehandeling veel lager zijn dan die van opname.

Bij de thuiszorg, verpleeghuizen en inrichtingen heeft het extra geld al tot een zichtbare daling van het aantal wachtenden en tot kortere wachttijden geleid. De te leveren extra productie ,,ligt min of meer op schema'', zo merkt ZN op. In deze sector komen mensen pas voor behandeling (en daarmee ook voor plaatsing op een wachtlijst) in aanmerking nadat zij daar door onafhankelijke organisaties zijn geïndiceerd.