`Wereldbevolking piekt rond 2070 op 9 mld zielen'

Het einde van de groei van de wereldbevolking lijkt in zicht te komen. Rond het jaar 2070, zo wijzen statistische berekeningen uit, zal waarschijnlijk een piek van 9,0 miljard wereldburgers bereikt worden, waarna een daling inzet tot 8,4 miljard aan het einde van de eeuw.

Op dit moment zijn er 6,0 miljard wereldburgers. Tegelijkertijd groeit het aandeel ouderen: in het jaar 2100 maken zestigplussers naar schatting 34 procent van de wereldbevolking uit.

Dit schrijft een internationaal team van demografen, onder wie Sergei Scherbov van de Rijksuniversiteit Groningen, vandaag in het Britse tijdschrift Nature. Op basis van een statistische aanpak, uitgaande van gegevens over sterfte, vruchtbaarheid (het aantal kinderen dat een vrouw krijgt) en migratie, is door de onderzoekers gesimuleerd hoe de wereldbevolking zich in de loop van deze eeuw zal ontwikkelen. De uitkomsten zijn, voorzien van statistische marges, uitgesplitst naar dertien regio's, waaronder Noord- en Zuid-Amerika, Afrika (zowel het gebied ten noorden als ten zuiden van de Sahara), China, West- en Oost-Europa en Zuid-Azië.

De kans dat de wereldbevolking deze eeuw haar top bereikt, bedraagt volgens de demografen 85 procent. Per regio lopen de uitkomsten echter sterk uiteen. Zo is voor het Europese deel van de oude Sovjet-Unie, waar de levensverwachting de afgelopen tijd sterk is gedaald, de kans 75 procent dat de bevolkingsomvang nu al daalt. Daarentegen zal die van Afrika ten zuiden van de Sahara, ondanks het grote aantal aidsdoden, voorlopig doorgroeien. Ook in Zuid-Azië is van een krimpende bevolking nog lang geen sprake.

China en Zuid-Azië, regio's die nu elk 1,4 miljard mensen tellen, zullen zich demografisch gezien totaal verschillend ontwikkelen. Halverwege de 21ste eeuw ligt in China, vooral als gevolg van eerder inzettende lagere vruchtbaarheidscijfers, de bevolking zo'n 700 miljoen zielen achter op die van Zuid-Azië (vooral India): 1,58 miljard tegenover 2,25 miljard. Gedurende de tweede helft van deze eeuw, zo wijzen de berekeningen uit, blijft dit verschil bestaan.

Het stabiliseren en zelfs krimpen van de wereldbevolking gaat gepaard met een verschuiving in de leeftijdsopbouw: het aantal ouderen zal drastisch toenewmen. Ligt nu het aandeel zestigplussers wereldwijd op 10 procent, in 2050 zal dat al gestegen zijn tot 22 procent en op het eind van de eeuw ligt het op 34 procent. Vergrijzing speelt in alle regio's, maar de mate waarin kan sterk uiteenlopen. Zo stijgt deze eeuw het aantal zestigplussers in West-Europa van 20 naar 45 procent, en in Japan en omgeving van 22 naar 49 procent. Afrika (beneden de Sahara) komt daarentegen uit op `slechts' 20 procent zestigplussers in het jaar 2100 - het huidige niveau van West-Europa. [Vervolg DEMOGRAFIE: pagina 5]

DEMOGRAFIE

Prognoses zitten er vaak naast

[Vervolg van pagina 1] Al deze berekeningen zijn mogelijk dankzij de krachtige computers waarover demografen inmiddels beschikken. Die voeren simulaties uit, gevoed met vele cijferreeksen aangaande heden en verleden van de wereldbevolking, en met de verwachtingen van experts. Dat neemt niet weg dat de uitkomsten staan of vallen met aannames van waaruit is vertrokken, zoals over de levensverwachting, de vruchtbaarheid en de migratie.

In het verleden hebben demografen op deze terreinen flink misgetast. Zo kwam de snelle daling van de vruchtbaarheidscijfers in West-Europa in de jaren zeventig als verrassing: het aantal geboortes was 80 procent te hoog geschat. Na de Tweede Wereldoorlog bleek de levensverwachting 1 à 2 jaar hoger dan voorspeld en waren er veel meer hoogbejaarden dan gedacht.

De waarde van de nu gepresenteerde cijfers is moeilijk vast te stellen. Behalve de gemaakte aannames is ook de gehanteerde statistische methode van invloed op de uitkomsten. Daarnaast zijn er onzekerheden waarop demografen geen vat hebben. Komt er binnen afzienbare tijd een geneesmiddel tegen aids? Hoe zal de genetische revolutie uitwerken op de voedselvoorziening? Hoe verantwoord en knap de modellen ook zijn, altijd bestaat het risico dat de uitkomsten er faliekant naast zitten. Voorspellen is lastig, in het bijzonder de toekomst.