Voor prinsen en glazenwassers

Geen plek op aarde waar golf zo gewoon is als in de Schotse stad St. Andrews. Iedereen slaat er een balletje in zijn vrije tijd. Ook prins William, die hier in september kunstgeschiedenis gaat studeren. Portret van de bakermat van golf.

Nee, Allistair! Je kunt niet gaan golfen vandaag. Het is míjn golfzondag en jíj past op de kinderen.'' Liz Hamilton, moeder van twee dochters van zeven en drie, laat zich haar zondag op de golfbaan niet afpakken door haar echtgenoot. Liz is gehecht aan die ,,vier uur zonder gezeur van man en kinderen aan m'n kop''. Golf is van iedereen in Schotland, en zeker in St. Andrews, ,,the home of the golf''.

De café-eigenaresse, de vrouw van de elektricien, de glazenwasser, de professor en de student van de eeuwenoude universiteit ze spelen allemaal golf in hun vrije tijd. Al of niet met hun kinderen. Een zaterdag of zondagmiddag naar het puttersveld is een typisch familiedagje uit. Voor nog geen pond zijn putters te huur voor het subtiele slagwerk op de green, maar de meeste families brengen hun eigen clubs mee. Menige kleine Schot krijgt voor zijn tiende verjaardag al een wedge of putter cadeau. Vandaar wellicht dat er rondom alle stadsparken van enig formaat borden staan met `streng verboden te golfen'.

St. Andrews IS golf.

Men kan twisten over de oorsprong van golf. Hollandse zeevaarders zouden een spel met een stok en een bal dat kolf heette op de Schotse kust hebben geïntroduceerd. Vast staat dat de sport zoals die vandaag de dag gespeeld wordt, met de combinatie van lange slagen en een subtieler eindspel op de green, in St. Andrews is ontwikkeld. En daar gaat de stad prat op. In 1552 kregen alle burgers van St. Andrews in een Royal Charter het recht om te golfen op de links, de door weer en wind geteisterde stroken vlak land tussen de Noordzee en de vruchtbare heuvels van de kustprovincie Fife. Hier werd in de 18de eeuw de nu wereldberoemde Old Course aangelegd. Het licht glooiende grasland, gelardeerd met duinen, waterpartijen en zanderige kuilen (bunkers), maakte van elke hole een nieuwe uitdaging, die specifieke strategische en tactische manoeuvres vereiste. In wezen is de architectuur van alle golfbanen ter wereld met achttien holes gebaseerd op de Old Course. De straffe zeewind en plotseling opkomende mist van de zogenoemde links courses zijn extra hindernissen die je niet op elke golfbaan aantreft, en puristen beweren dan ook dat golf aan zee de enige ware golf is.

De vijf 18-holes- en de 9-holesgolfbanen van St. Andrews liggen broederlijk langs en achter elkaar gegroepeerd aan de westkant van de stad. ,,Dat zijn 99 holes bij elkaar'', verkneukelt een golffanaat zich. ,,De hemel op aarde.'' De Old Course, de New Course, de Jubilee, de Eden, de Strathtyrum en de 9-holes Balgrove zijn publiek eigendom, en niet, zoals elders vaak het geval, het bezit van golfclubs. Voor 105 pond kan een inwoner van St. Andrews een jaar op al deze banen spelen. Dat is waarom Liz, die zes dagen per week parttime werkt in een winkel voor huishoudelijke artikelen, het zich kan veroorloven om te golfen.

Een beetje zuur voor degenen die net een meter buiten de stadsgrenzen wonen, maar de inwoners van de provincie Fife kunnen spelen op de municipal courses, die gerund worden door de gemeentes. Inwoners betalen 5 pond voor een dag, en voor een lidmaatschap van 100 pond per jaar kunnen ze op elke gemeentelijke course (een stuk of vijf) in de provincie spelen. ,,Dankzij de municipal courses kan ook de gewone man in Schotland golfen'', zegt John Curry, glazenwasser van beroep. Hij zou er anders nooit aan begonnen zijn. ,,Het zijn prachtige banen, goed onderhouden, die niet onderdoen voor de club courses.''

Behalve de zes links golfbanen heeft St. Andrews ook een `inlandse' baan: de hoger gelegen Dukes biedt schitterende uitzicht over stad en zee. De baan is genoemd naar prins Andrew, Duke of York, die de Dukes enkele jaren geleden opende met een rondje 18-holes. St. Andrews onderhoudt goede relaties met de Britse prinsen. Andrews neefje, prins William, begint in september zijn studie geschiedenis aan de eeuwenoude universiteit van de stad. Naar verluidt heeft zich een fors aantal - Amerikaanse - rijkeluisdochters aangemeld bij de verschillende faculteiten.

Of William veel zal golfen is de vraag: hij staat niet bekend als een gedreven golfspeler. Maar mocht hij een balletje willen slaan op de Old Course, dan hoeft hij als inwoner van St. Andrews niet de green fee te betalen die voor buitenstaanders geldt: 85 pond. Een astronomisch bedrag voor een half dagje golf, maar menige golfer betaalt dat grif, en om een teetime te kunnen krijgen op de populairste golfbaan ter wereld moeten lootjes getrokken worden. In de zomer heb je een kans van 1 op 7 om ingeloot te worden. De eerste tee (afslag) ligt zo goed als midden in de stad, met als gevolg dat je voor die 85 pond de stress hebt van caddies, toeristen en collegagolfers die op gehoorsafstand je prestaties becommentariëren. Niemand minder dan generaal Eisenhower kon die druk niet aan en wandelde door naar de tweede tee.

Op zondag is de Old Course `van het volk'. Van oudsher mag er op deze dag niet worden gegolfd en is de baan een groot park waar inwoners van het stadje en bezoekers rondstruinen. In het seizoen staan de toeristen letterlijk in de rij om foto's te nemen op de wereldberoemde Swilken bridge op de 18de hole. Op de achtergrond de skyline van St. Andrews en het statige Victoriaanse pand van The Royal and Ancient Club - een eerbiedwaardig oude golfclub en bovendien nog altijd het internationaal erkende `wetgevend' orgaan voor het edele golfspel. Nota bene: vrouwen worden hier niet toegelaten.

Menigeen gaat vervolgens naar The British Golf Museum, waar geen detail van de golfgeschiedenis onbesproken blijft. De golfpelgrim vervolgt zijn tocht langs de vele goed gesorteerde golfwinkels en hij zal tegen het eind van de dag een pint of een wee dram (whisky) pakken in de Dunvegan, net om de hoek van de Old Course. Deze `golfers corner' maant de passant om binnen te komen en te eten `met de golfgeesten van weleer' die vanaf honderden foto's de cafébezoekers toegrijnzen. Je hebt kans dat je een - levende - golfer van formaat treft, en anders zijn er altijd wel een paar caddies die brallen over de beroemdheden waar ze voor gelopen hebben. Het zijn aardige, professionele jongens die al vanaf half twee 's nachts bij de caddie-corner posten om de volgende ochtend een klus binnen te slepen, maar ze hebben een reputatie als het om drank en vrouwen gaat.

Ook op een wandeling dieper de stad in zijn er trefpunten voor golfers. Aan de westkant, waar St. Andrews bijna de Noordzee in valt, liggen de ruïnes van de kathedraal. Op het onafzienbare kerkhof rondom de halve muren en de drie nog overeind staande torens liggen vele lokale beroemdheden begraven. De golfpelgrims zullen er even stilstaan bij de graftombes van Tom Morris, golfer, caddie en clubmaker van St. Andrews, en zijn zoon, even getalenteerd golfspeler. Zoon Morris stierf op 25-jarige leeftijd aan een gebroken hart, omdat zijn vrouw en eerste kind eerder dat jaar beiden in het kraambed overleden. Op de terugweg naar de Old Course door Market Street, passeer je het huis van Morris senior, althans de plek waar zijn huis heeft gestaan, zegt een plaquette op het huidige onopvallende pand. De antiquair even verderop verkoopt 150 jaar oude (Morris) golfclubs voor duizenden guldens volgens kenners een goede belegging.

Zelfs dwalend over de eeuwenoude binnenplaatsen van de universiteitsgebouwen blijven details uit de golfgeschiedenis de wandelaar achtervolgen. In het serene St Mary's College in South Street bijvoorbeeld staat een doornboom die nog is geplant door Mary, Queen of Scots. Koningin Mary, die vaak verbleef in St. Andrews, mocht graag een balletje slaan. Zes dagen na de dood van een van haar echtgenoten - vraag niet welke - stond ze al op de golfbaan. Zoals gezegd. Golf was en is van iedereen in St. Andrews.