Twijfel over de vele raketplannen van Bush

De reeks verdedigingssystemen die de nieuwe Amerikaanse regering onderzoekt wordt almaar langer. Trial and error, lijkt het motto. Wellicht dat er eentje tussen zit die er niet alleen veelbelovend uitziet, maar die ook echt functioneert.

,,Een succes!'', trompetterde het Amerikaanse ministerie van Defensie, het Pentagon, over de jongste proeflancering ten behoeve van het omstreden raketschild. Twee weken later al was het waarderingscijfer drastisch verlaagd. Een radar had niet gefunctioneerd en de onderscheppingsraket bleek door een elektronische baken naar de doelraket te zijn gelokt. Dat is nauwelijks een realistische nabootsing te noemen van een échte raketaanval door bijvoorbeeld Noord-Korea.

De haperende vooruitgang die met de raketverdediging wordt geboekt, rechtvaardigt echter wél de strategie van het Pentagon om, naast de `grondgebonden onderscheppinsraketten' waarvan de jongste proef deel uitmaakte, zo veel mogelijk systemen voor raketverdediging tegelijk te ontwikkelen. Misschien dat er eentje meteen goed functioneert.

De rij van nieuwe, exotische verdedigingssystemen wordt langer en langer. Na de ruimtelaser, de vliegtuiglaser en de op zee gestationeerde onderscheppingsraketten, is binnen het Pentagon nu het `kinetische energiesysteem' een toverwoord. Dit is gestoeld op de plannen van de regering van de vader van de huidige president Bush: GPALS. Pijler van dit verdedigingsconcept – dat staat voor: Global Protection Against Limited Strike – is een grote constellatie kunstmanen met aan boord kleine onderscheppingsraketjes. Deze projectielen, waarvan er in totaal duizenden in een baan rond de aarde moeten gaan cirkelen, zouden opstijgende raketten moeten vernietigen door ertegen te botsen – vandaar de `kinetische energie'.

Zegslieden van het Pentagon menen dat al in 2004 een prototype de ruimte in kan. Behalve dat deze opvolger van GPALS volgens het ABM-verdrag tegen raketverdediging verboden is, zou met dit systeem ook de controversiële militarisering van de ruimte een feit zijn. Naast GPALS is ook sprake van nieuwe `ultrasnelle onderscheppingsraketten' en kill-vehicles die doelraketten buiten de dampkring kunnen uitschakelen.

De `gelaagdheid' van de raketverdediging lijkt intussen ook een steeds breder begrip te worden. Die gelaagdheid behelsde systemen die raketten moeten uitschakelen in de boost-fase (waarin de raket opstijgt), in de mid-course fase (waarin de raketkop zijn ballistische traject buiten de dampkring volgt), en in de terminale fase (waarin de raketlading door de dampkring naar beneden suist). Maar vorige week lekte uit, dat nu ook een wapensysteem op stapel staat dat ontwikkeld lijkt om intercontinentale raketten in silo's of op mobiele lanceerinstallaties te treffen: de space-bomber.

Deze `ruimte-bommenwerper' zou elke plek op de planeet binnen anderhalf uur met geleide wapens vanaf een hoogte van 100 kilometer – eigenlijk de stratosfeer – moeten kunnen bombarderen. Hoewel zo'n wapensysteem voor een hele reeks militaire doeleinden kan worden gebruikt, lijkt de hoge snelheid van het ruimtevaartuig vooral handig binnen een scenario waarin vijandelijke raketten het doelwit zijn. Wanneer surveillance door bijvoorbeeld satellieten uitwijst dat raketten vuurklaar worden gebracht, zou de ruimte-bommenwerper snel ter plaatse kunnen zijn.

De basis van het toestel zou de X-33 Venture Star moeten vormen, de beoogde opvolger van de Spaceshuttle. Nu is de ontwikkeling van de X-33 begin dit jaar door de civiele ruimtevaartorganisatie NASA opgeschort, maar de Amerikaanse luchtmacht heeft toen direct laten weten fondsen te willen vrijmaken voor het hervatten van de ontwerpfase.

Intussen groeit in de VS het koor van waarnemers dat zich afvraagt of achter al deze jachtige, exotische plannenmakerij wel een goed doordacht masterplan zit – om nog maar te zwijgen van de financiële haalbaarheid. De meeste commentatoren twijfelen over de technische haalbaarheid van al deze onbeproefde technologieën, maar vooral ook over de definitie van `afschrikking', het vermogen een vernietigend terug te slaan bij een raketaanval. Elaine Bunn, verbonden aan de National Defense University in Washington, meende in een recente analyse dat het idee dat `schurkenstaten' zich niks van nucleaire afschrikking aantrekken – en vandaar, aldus Bush, dat de nucleair bewapende VS raketverdediging nodig hebben – en bijvoorbeeld China en Rusland wel, mank gaat.

Er zijn, aldus Bunn, veel meer variabelen in de afweging tussen afschrikking en raketverdediging. Zo is de gewenste grootte van het Amerikaanse kernarsenaal afhankelijk van de vraag of China en Rusland nu en in de toekomst als vrienden of vijanden moeten worden beschouwd. Wat zijn China en Rusland eigenlijk van elkaar? Hoe hun arsenalen aan kernkoppen en raketten zich ontwikkelen, kan het effect hebben van een steen in een vijver. Hoe reageren India, Pakistan en Israël op de houding van die twee landen? En hoe reageren op hun beurt de `schurkenstaten' daar mogelijk weer op? Bunn wil deze vragen eerst beantwoord zien, voordat het Pentagon zoveel middelen in het raketschild investeert.

Ook commentator Thomas Friedman van The New York Times riep de regering-Bush op het bijna religieuze vuur waarmee deze het raketschild nastreeft, eindelijk eens te voorzien van rationele gronden. Dat afschrikking bij leiders van `schurkenstaten' bijvoorbeeld niet zou werken, schrijft Friedman, is onzin. Zie Saddam Hussein die tijdens de Golfoorlog geen met gifgas geladen raketten op het nucleair bewapende Israël durfde af te schieten. Het raketschild, stelt Friedman, is nu zoiets als het willen hebben van bretels als je al een broekriem draagt. De Aviation Week verspilt geen lollige beeldspraken aan het raketschild. Het gezaghebbende blad noemt al Bush' plannen onomwonden murky, duister.