President Kenia klaagt auteur aan

President Daniel arap Moi heeft de Amerikaanse auteur en oud-ambassadeur Smith Hempstone aangeklaagd wegens smaad. Hij geeft daarmee zijn immuniteit op. Inzet is de mysterieuze moord op een minister, elf jaar geleden.

Elf jaar na zijn mysterieuze dood richten de politieke schijnwerpers zich weer op Kenia's voormalige minister van Buitenlandse Zaken, Robert Ouko. President Daniel arap Moi en diens invloedrijke minister Nicholas Biwott hebben deze week een rechtszaak aangespannen wegens smaad tegen de voormalige Amerikaanse ambassadeur in Kenia, Smith Hempstone. Deze `schurkachtige ambassadeur' beschuldigt in zijn boek Rogue Ambassador Moi en Biwott van de moord op Ouko.

Moi en Biwott slepen vier jaar na de publicatie van het omstreden boek ambassadeur Hempstone voor een Keniase rechtbank omdat Hempstone ,,hen portretteert als criminelen die ongeschikt zijn voor het ambt van bestuurder'', aldus de aanklacht. Daarnaast hebben ze een grote boekhandel in de hoofdstad Nairobi aangeklaagd wegens de verkoop van het boek. Als Hempstone besluit zich te komen verdedigen in Nairobi kan dit volgens advocaten tot belangrijke onthullingen leiden in de nooit opgeloste moordzaak. Moi geeft door Hempstone te dagvaarden zijn immuniteit op en neemt het risico dat de voormalige Amerikaanse gezant op zijn beurt de president aanklaagt.

Half februari 1990 vond een herdersjongen op drie kilometer van Ouko's boerderij in het westen van Kenia het goeddeels verbrande lichaam van de minister. In zijn rechterslaap bevond zich een kogelwond, darmen dropen uit zijn buik. De patholoog van de regering kwam rap met het resultaat van zijn onderzoek: zelfmoord. Verbijsterde Kenianen vroegen zich af hoe de minister zichzelf zo had kunnen toetakelen. De officiële versie werd met wantrouwen ontvangen en wekenlang vonden er demonstraties tegen de regering plaats. Deze riep de Engelse recherche in maar weigerde vervolgens het rapport, waarin Biwott als een hoofdverdachte staat vermeld, openbaar te maken. Een door Moi benoemde gerechtelijke commissie werd door de president weer ontbonden toen tijdens de hoorzittingen de regeringsbeerput van corruptie wijd open ging.

Volgens getuigen bij de hoorzittingen was Ouko in een conflict verwikkeld met Biwott wegens diens vermeende corruptie bij de bouw van een melassefabriek in het westen van Kenia. Ook zou Ouko de ergernis van Moi en Biwott hebben opgewekt tijdens een staatsbezoek aan Washington waarbij hij meer aandacht kreeg van de pers en Amerikaanse ambtenaren dan Moi zelf. Ouko was schijnbaar een politieke bedreiging geworden. Bij terugkeer in Kenia werd zijn paspoort afgenomen en kreeg hij opdracht naar zijn boerderij te vertrekken. Hij is nooit meer levend teruggezien.

Hempstone schrijft in zijn boek dat ,,om zelfmoord te plegen Ouko eerst zijn eigen been had moeten breken, dan drie kilometer op zijn goede been met een jerrycan vol brandstof had moeten hinken, om zich vervolgens in brand te steken, waarna hij tenslotte zichzelf twee keer door het hoofd heeft moeten schieten''. Zich baserend op bronnen rond het onderzoeksteam in de moordzaak schetst Hempstone een ander ,,mogelijk scenario''.

Ouko zou op 13 februari door leden van de geheime dienst bij zijn boerderij zijn opgehaald en na ondervraging afgeleverd in het presidentiële paleis. Moi zou daar Ouko hebben afgeranseld en hem er onder meer van hebben beschuldigd geheimen aan de Amerikanen te hebben doorgespeeld. Ouko ontkende, waarna hij opnieuw een nacht gemarteld werd op het hoofdkwartier van de geheime dienst. De volgende dag, weer bij Moi, bleek Ouko zo zwaar verminkt dat dokters adviseerden hem niet naar een ziekenhuis te brengen om een schandaal te voorkomen. Daarop zou, aldus Hempstone, Biwott hem in het aangezicht van Moi hebben doodgeschoten.

Moi en Biwott hebben steeds iedere betrokkenheid ontkend. Moi schokte twee jaar na de moord de natie door te verklaren dat hij de namen van de daders wist. Kenia heeft veel onopgeloste politieke moorden, maar die van Ouko heeft altijd de meeste opschudding veroorzaakt. Verscheidene getuigen in de zaak zijn op mysterieuze wijze om het leven gekomen. En in tegenstelling tot alle andere vermoorde politici stond Ouko niet bekend als opposant van de regering maar juist als trouwe bondgenoot.

Als Moi en Hempstone elkaar in de rechtszaal ontmoeten, zal dat bij beiden wrange herinneringen oproepen. De strijdvaardige en uitgesproken ambassadeur hij was vroeger journalist en de gesloten en traditionele Moi konden elkaar niet luchten of zien. Moi's ministers maakten Hempstone uit voor slavendrijver, racist, drugshandelaar en alcoholist. Hempstone nam het op voor de Keniase oppositie, die begin jaren negentig ijverde voor de invoering van het meerpartijenstelsel. Hij liep eens demonstratief weg bij een redevoering van de president en bij een andere gelegenheid moest hij ervan worden weerhouden om een minister een klap in zijn gezicht te geven. In een vraaggesprek hekelde hij corruptie in de Keniase regering: ,,Het Amerikaanse volk wil geen geld geven aan dieven''. Moi was ten tijde van de Koude Oorlog een van Amerika's beste bondgenoten in Afrika, maar sindsdien wordt zijn regime door het Westen beschuldigd van corruptie en wanbestuur.

Onduidelijk is waarom Moi pas vier jaar na het verschijnen van Hempstones boek naar de rechter stapt. Mogelijk wil de president, die sinds 1978 aan de macht is, zijn naam zuiveren voordat de grondwet hem volgend jaar gebiedt af te treden.