Paradijs voor kleuters

We zijn verdwaald, ik geef het ruiterlijk toe. Het adres en de routebeschrijving van het restaurant dat we zoeken ligt thuis in een bureaula, mijn geheugen laat me in de steek en de twee mannetjes met wie we nu al ruim een uur door het natuurgebied Delftse Hout trekken, hebben honger. We overleggen bij het hondenstrand aan een hoek van de Grote Plas. Honden mogen hier zwemmen en volgens de bordjes het hele jaar los lopen. Dat doen ze dus. Een bejaarde dame heeft de gevolgen van deze uitlaatplek al aan de wieltjes van haar rollator zitten. Ze lacht ons bij het passeren vriendelijk toe.

Zojuist zijn we restaurant De Schaapskooi gepasseerd en we besluiten terug te lopen. De Delftse Hout ligt aan de rand van de A13 Rotterdam-Den Haag. Je kunt de auto's op de snelweg horen, maar als je denkt aan het geluid van de wind die door de populieren ruist, dan valt het wel mee. In de uitgestrekte weilanden staan paarden en koeien. Daartussen wandelen, joggen en fietsen mensen met dikke dijen en bolle buiken met te korte hemdjes en te krappe zomerjurken. Het is vakantie, en dat zullen we weten.

Naast restaurant De Schaapskooi ligt een camping en het lijkt alsof deze uitspanning zich een beetje aan de buurman heeft aangepast. Het terras is ruim, aan de houten balken hangt feestverlichting en de lunchkaart oogt geschikt voor hongerige kampeerders. Tosti, soep, omelet, broodje kroket, uitsmijter en pannenkoeken, waarvan een bizarre variant met uien, champignons, kaas en tomatensaus verkrijgbaar is (ƒ12,50), maar doorgewinterde kampeerders kennen deze combinatie wellicht als mislukte pizza. Eigenlijk is alles wat de kaart biedt een beetje te duur voor de kwaliteit van de maaltijd. We kiezen de Schaapskooisnack en de Schaapskooisaté (beide ƒ19,50). De snackmaaltijd bestaat uit toast, hamrolletjes gevuld met huzarensalade, tomaat, gekookt ei overgoten met ravigotesaus en een garni van sla en geraspte wortel die bijna net zo oud is als de originele schaapskooi met het rieten dak. De kipsaté (vijf stokjes) ligt op een berg frieten, vergezeld van een gebakken ei, een petit pain, een schijfje ananas uit blik en een kronkeltje kroepoek. Hollandser hadden we het niet kunnen bedenken. De frieten zijn weliswaar geen nasi, maar zo wordt de saté op de camping gegeten. De borden zijn warm, zoals het hoort, maar dan moet er geen salade op liggen. De kinderpannenkoek (ƒ6,50) wordt met applaus begroet en op tafel staan een strooibus poedersuiker en een fles stroop, net als thuis (of op de camping).

Het personeel is bijzonder vriendelijk, zeker voor kinderen. Het bijschuiven van een kinderstoel is zo geregeld. Misschien komt het door het grote terras, de lelijke nieuwbouw naast de oude schapenstal, de bushalte voor het restaurant, de lachwekkend geklede klanten, maar deze plek lijkt een verlengstuk van de camping te zijn.

De Schaapskooi heeft volgens de uitgebreide folder een romantisch restaurant onder het rieten dak van de oude schapenstal met de rustieke boertigheid van lampjes op karrenwielen, bruine eikenhouten tafels en stoelen plus een opgezette uil aan het plafond. Daarnaast is er een à la carte afdeling in een strakke, moderne zaal in Jan des Bouvrie-tinten die uitzicht biedt op de schapenweide. Het restaurant is namelijk onderdeel van de kinderboerderij Delftse Hout. Hoewel het kleinvee tegen etenstijd op stal of op stok staat en er een kale grasvlakte te zien is, maakt het een bezoek aan de Schaapskooi zeker voor kinderen tot een feest: pannenkoeken en beesten. Geiten, ezels, pony's, schapen, kippen, pauwen alles waar een kleuter dol op is om te knuffelen, achterna te rennen en aan te trekken. De lege kinderwagens vormen een file langs het hek en vaders en moeders leggen met video- en fototoestellen vast hoe een geit de kleren van hun kind tracht op te eten. De Delftse Hout is eigenlijk puur vakantie-Hollands: een paradijs voor kinderen en honden. Er ontbreekt nog een slimme slager die naast de bushalte vette worsten en houtskool verkoopt.