Onze postbode (2)

Anost, zo heet het dorp iets verderop, waar we beslist `eens heen moeten' van onze vertrouwde dagelijkse postbode, Michèle. Omdat het meer te bieden zou hebben dan ons eigen dorp, Cussy. Vooral voor `ons soort mensen'. Wat kon ze daarmee hebben bedoeld?

Nu goed, op een middag gingen wij dus naar het dorp Anost (spreek uit: Annóó). We hadden het al eerder gehoord: Anost, leuk dorp, dat heeft iets. En inderdaad, wanneer je er komt, dan zie je het gelijk. Maar wat eigenlijk? Anost heeft misschien tweehonderd inwoners meer dan Cussy, maar het heeft allure, de allure die ons Cussy mist. Ook bezoekers die door de streek trekken zeggen het. Dat Anost, dat is zeker groter dan jullie dorp. Nee, nauwelijks. Maar het doet wel zijn best om meer te lijken. Dat komt waarschijnlijk door Ie Bourg (de dorpskern), die iets van belang suggereert.

Er zijn ook zomers meer toeristen dan bij ons. Er zijn winkels, een hotel, enkele restaurants, een postkantoor, een apotheek. De bank Crédit Agricole houdt er een spreekuur, op donderdagochtend. Er is ook een historisch monument, een oude reliek die herinnert aan de rundermarkt van vroeger, een ingenieuze antieke weegschaal voor één rund, op een centrale plaats op het dorpsplein.

De horecabedrijven in het dorp, waaronder twee cafés, een restaurant en een hotel, zijn alle eigendom van één echtpaar, René en Cathérine Fortin, beroemd, vereerd en gehaat in de streek. Het portret van René vind je terug in elke brochure over de landstreek Bourgondië, meestal in de rubriek `Haute Cuisine' waarin hij te vinden is op een foto uit vroeger dagen, in het volle witte ornaat van chef-kok, aan het hoofd van zijn brigade, in een etablissement dat wordt aanbevolen met vele culinaire sterren.

In het dagelijks leven treffen we René Fortin aan in de bar van zijn restaurant `la Galvache' (het witte rund), druk doende telefonische aanwijzingen te geven aan zijn talrijk personeel hier en elders, zonder overigens tekort te doen aan de rechtstreekse contacten met de clientèle.

Dat laatste vormt een speciaal nummer van Fortin, een kleine kogelronde man die zijn hoofdhaar bijeenhoudt met een paardenstaart, overblijfsel uit zijn Parijse jaren van vroeger, zegt men. Zijn benadering van de klant heeft een uitstraling van grote persoonlijke warmte en vriendschap, waar iedereen zonder uitzondering door beïnvloed wordt: ,,Madame, monsieur, wat leuk dat u bent gekomen! Heeft u al een tafel gevonden? Nee? Wacht even...'' En hij mobiliseert het personeel om snel de beste tafel aan het raam vrij te maken.

Eerst voel je je verlegen en een beetje gegeneerd over zoveel gastvrijheid. Maar ook daarin is Fortin je voor. Je krijgt de kans niet om onder zijn offensieve benadering uit te komen. En je laat je graag door hem inpakken, zo overtuigend is hij in zijn charme-offensief. En zo ook door hem bekwaam gedirigeerd, maken we kennis met Cathérine, zijn vrouw, met Geneviève, de dienster en de rest van het personeel. Fortin benoemt je tot vriend van het huis, of je wilt of niet. Want voor tegenspreken laat hij je geen tijd. En ook wij laten ons graag inpakken.

Op een avond, bij het natafelen in zijn restaurant, zagen we hem weer aankomen tussen de tafels door, met een papier in zijn hand. Het bleek een uitnodiging te zijn, die we dadelijk moesten lezen: ,,Cathérine en René Fortin hebben het genoegen u uit te nodigen aanwezig te zijn bij de opening van hun nieuwe pizza-restaurant `Ah... nos pizzas' op woensmiddag 17.30 uur, in het voormalige Café de la Poste tegenover het gemeentehuis in Anost.''

Hij kwam bij ons zitten om tekst en uitleg te geven. Cathérine en hij hadden, zo vertelde hij, het voormalige Café de Ia Poste aan de overkant opgekocht en verbouwd om er een pizzeria te beginnen. De nieuwe tijd, legde hij uit, vroeg om meer begrip voor de gehaastheid van jonge mensen. En, met het oog op de zomer die begonnen was, moest men ook rekenen met het toerisme. Persoonlijk, ging hij verder, hield hij niet van die snelle keuken – verre van dat zelfs – maar de nieuwe tijd vroeg om een andere aanpak. Vandaar.

,,En wat zou u ons, Cathérine en mij, een plezier doen, madame, monsieur, als u van uw kostbare tijd nog een moment kon vinden, om ook aanwezig te zijn bij de opening.''

En hij keek ons aan met een blik, zo vloeibaar van overtuigingskracht, dat elke nuchtere redenering wegsmolt en wij besloten om naar dat evenement in Anost toe te gaan. En zo geschiedde.