Mythen zijn de drijfveer voor geweld in het Midden-Oosten

Israël en de Palestijnen schuwen mythen niet om de

spiraal van geweld waarin beide partijen verstrikt zijn geraakt te legitimeren. En geen plan-Mitchell zal deze vicieuze cirkel kunnen doorbreken, meent Richard Chaim Schneider.

Het geweld in het Midden-Oosten is de laatste dagen gevaarlijk geëscaleerd, en weer heerst ontsteltenis alom. Toch volgt ze alleen maar een logica, een zeker teruggrijpen naar het verleden door de twee partijen in het conflict, een proces dat al vorig jaar in Camp David op gang is gekomen. Want toen de Palestijnen bij de mislukte onderhandelingen aldaar de vluchtelingenkwestie ter sprake brachten, en voor zo'n 3,8 miljoen Palestijnen het recht op terugkeer naar het hart van Israël eisten, was dat vooral voor links Israël een schok. Die eis kwam in feite neer op opheffing van de joodse staat met vreedzame middelen.

In het publieke debat in Israël vroeg niemand meer naar details: of dit recht op terugkeer misschien alleen maar symbolisch bedoeld was, en of Arafat misschien ook genoegen zou hebben genomen met financiële schadeloosstelling en de officiële erkenning dat de Israëliërs mede schuldig waren aan hetleed van de Palestijnse vluchtelingen. De ontsteltenis over het recht op terugkeer stak te diep, en ze maakte de vooruitstrevende Israëliërs in één klap duidelijk dat de kern van het conflict niet `1967' is – de Zesdaagse Oorlog en de huidige bezette gebieden – maar `1948', de zogenoemde Onafhankelijkheidsoorlog van de toen net gestichte staat – voor de Arabieren `Nabka, de catastrofe.

Voor de Israëliërs die tot vrede bereid waren, kwam deze schok als het ontwaken uit een droom, de droom dat met de teruggave van de gebieden de vrede een aanvang zou kunnen nemen. Maar in plaats van de realiteit onder ogen te zien, nam men liever zijn toevlucht tot een nieuwe illusie, die nu juist in het leven was geroepen door Israëlisch rechts, dat de Palestijnen dankbaar was voor hun voorzet. ,,Wij zitten nog altijd midden in de Onafhankelijkheidsoorlog'', galmden politici van Likud en andere rechtse partijen uit volle borst. Sommigen drukten het schijnbaar nauwkeuriger uit: het zou gaan om een `tweede Onafhankelijkheidsoorlog'. Met deze ideologische truc wist rechts een toestand te postuleren die bij haar politieke doelstellingen aansloot.

In de Onafhankelijkheidsoorlog was het erop of eronder, het was een strijd om de vestiging van de joodse staat. Rechts probeert de Israëliërs wijs te maken dat in de huidige situatie precies hetzelfde op het spel staat. Daarmee wordt iedere politieke en vooral militaire stap gelegitimeerd, want het gaat immers om het voortbestaan van het land.

Deze kunstgreep ontsluit enorme mogelijkheden: als de Onafhankelijkheidsoorlog nog gaande is, dan zijn er, net als in 1948, geengrenzen. Dan kan de `groene lijn' op de schroothoop, dan is het net zo legitiem om in de nederzetting Ariël te leven als in Tel Aviv, want dan hebben de nederzettingen in de bezette gebieden dezelfde status als de defensieve nederzettingen van de pioniers. Ze dienen om het hart van het land voor de ondergang te behoeden, en niemand behoeft zich er druk om te maken dat zíj nu juist de kern van het huidige conflict vormen, en dat de staat – anders dan in 1948 – al lang en breed is gesticht en vooral is gevestigd.

Daar komt nog bij dat de Onafhankelijkheidsoorlog van 1948 voor de jonge Israëlische natie het bewijs was dat het gebruik van geweld vruchten afwerpt. Dat is precies wat rechts opnieuw wil aantonen: onderhandelingen hebben geen zin meer, want de Arabieren verstaan toch alleen maar de taal van het geweld. En hun zogenaamde bereidheid tot onderhandelen dient slechts om Trojaanse paarden in stelling te kunnen brengen. Het recht op terugkeer zou zo'n paard zijn.

Dat recente uitspraken van vooraanstaande Palestijnse politici dit scheve wereldbeeld bevestigen, bewijst niet dat rechts in Israël gelijk heeft, maar het illustreert de absurditeit van het conflict. Ook de Palestijnse samenleving moet namelijk haar intifada met behulp van mythen in leven houden. Dat Marwan Barghouti, de leider van de Tanzim-milities in Ramallah, nog onlangs bevestigde dat het Palestijnse volk nog altijd heel Palestina wil bevrijden, kwam niet echt als een verrassing en werd in Israël dan ook kalm opgenomen.

Anders ligt het met de onlangs bekend geworden `laatste woorden' van de in mei gestorven Faisal Husseini. Husseini, een machtige vertegenwoordiger van Arafat die in Oost-Jeruzalem in het Orient House zetelde, gold ook in Israëlische kringen als een gematigd man, die zich steeds voor de coëxistentie van de twee volkeren inzette. Maar nu werden de redevoeringen bekend die hij begin dit jaar in Beirut en Teheran had gehouden. In aanwezigheid van leiders van Hezbollah en Jihad verklaarde hij dat ,,het einddoel van de Palestijnen de bevrijding van het historische Palestina is van de Jordaan tot aan de Middellandse Zee.''

Dat de berekenende politiek van Israëlisch rechts nu juist bij links een gretig onthaal vindt, doordat ze op een overeenkomstige gemoedstoestand stuit, is een nieuwe draai van de absurde spiraal die het perpetuum mobile van het Midden-Oostenconflict gaande houdt. Je zou van de typische Israëliër twee dingen kunnen zeggen: dat hij zelfs als hij de liefde bedrijft nog naar de nieuwsberichten luistert, en dat hij ieder probleem afdoet met `jihije beseder' (het zal allemaal wel goed komen). Inmiddels gaat geen van beide meer op. Het geforceerd optimisme heeft plaatsgemaakt voor een afwijzende houding, die intussen als trendy geldt.

Bij links mondt deze afwijzing uit in een vertwijfelde nostalgienaar 1948, naar de `goede oude tijd', toen het leger nog ethisch te werk ging, toen opa en oma helden waren en het land klein was maar eensgezind. Toen een oorlog nog werd gevoerd tegen legers, en niet tegen vrouwen, kinderen en `terroristen'. Dat waren de `dagen van de onschuld' die tegenwoordig in Israëlische schlagers zo vaak bezongen worden. Door deze nostalgie wordt de mythe van 1948 ook nog eens van een aureool voorzien dat het onmogelijk maakt om de realiteit van toen, die mede debet is aan de huidige situatie, onder ogen te zien.

En zo woedt nu inderdaad een nieuwe onafhankelijkheidsoorlog. Voor de Palestijnen, omdat zij vastbesloten zijn hun intifada ditmaal voort te zetten tot Jeruzalem bevrijd is. Voor de Israëliërs, omdat zij vastbesloten zijn hun land blijvend in het Midden-Oosten te vestigen, om het eens en voor al tot een veilige haven voor joden uit de hele wereld te maken.

De mythen creëren barre realiteiten, met als gevolg dat dag in dag uit aan beide zijden bloed en tranen vloeien. De oorlog wordt een identiteitsscheppend doel op zich, dat beide volkeren nodig hebben om hun interne eenheid te handhaven. Geen plan-Mitchell zal deze vicieuze cirkel kunnen doorbreken.

Richard Chaim Schneider is freelance journalist. Dit artikel verscheen gisteren in de Süddeutsche Zeitung.