Hevige gevechten Colombia: meer dan honderd doden

Bij aanhoudende gevechten tussen het Colombiaanse leger en linkse rebellen zijn de afgelopen twee dagen tenminste 105 doden gevallen. De gevechten, die behoren tot de bloedigste dit jaar, brengen een nieuwe slag toe aan de vredespogingen van president Pastrana.

De zwaarste gevechten vonden plaats bij de stad Puerto Libertador, in de noordelijke provincie Cordoba, waar de marxistische rebellenbeweging Fuerzas Armadas Revolucionarias de Colombia (FARC) een doorgang trachtte te forceren naar de kuststreek Uruba. In Arauca, in het oosten van het land, lanceerde het leger een offensief tegen FARC-rebellen, die met bomaanslagen zware schade hadden toegebracht aan de belangrijke Cano Limon-olieverbinding. In de provincie Huila streden regeringssoldaten tegen de Ejército Popular de Liberación (EPL), een kleinere linkse rebellenbeweging. Bij de gevechten zijn in totaal 84 rebellen gedood, tegen 21 regeringssoldaten, aldus de woordvoerder van het leger, generaal Tapias.

Gisteren vonden ook gevechten plaats tussen de politie en protesterende boeren, die al vanaf maandag grote verkeerswegen blokkeren. Bij de gevechten raakten enkele agenten en boeren gewond. De boeren hebben de blokkades opgeworpen uit onvrede met het overheidsbeleid. Ze eisen prijsondersteuning, minder voedselimport en kwijtschelding van hun schulden. Een woordvoerder van de FARC verklaarde voor de radio dat de rebellen de boeren steunen. Minister van Landbouw Villalba zei bereid te zijn tot overleg met de boeren.

President Pastrana voert al meer dan twee jaar tevergeefs vredesbesprekingen met de linkse rebellen. De rebellen zeggen te strijden voor economische hervormingen in een land waar de kloof tussen arm en rijk steeds groter wordt. In Colombia woedt al meer dan 37 jaar een burgeroorlog, die tot nu toe aan ongeveer 200.000 mensen, voor een groot deel burgers, het leven heeft gekost.