ESF-subsidies ten onrechte verstrekt

Ruim 40 procent van de subsidies die Nederland in de periode 1994-1996 heeft gekregen uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) is ten onrechte verstrekt. Van alle werkgelegenheidsprojecten die met ESF-geld werden gefinancieerd was nog geen kwart helemaal in orde.

Dat blijkt uit een onderzoek van de Accountantsdienst van het ministerie van Sociale Zaken, dat gisteren naar de Tweede Kamer is gestuurd. Op basis van dit onderzoek vordert de Europese Commissie ruim 440 miljoen gulden, zoals al bekend was, terug wegens de onregelmatigheden met het ESF. Vorige week hebben Eurocommissaris Diamantopoulou en het directoraat-generaal Sociale Zaken en Werkgelegenheid officieel aangekondigd dit geld met een zogeheten artikel-24-procedure terug te vorderen.

Het definitieve bedrag dat terug wordt geëist is 447.184.814 gulden. Daarin zijn voor de periode 45 projecten geselecteerd uit de circa 4.500 projecten die destijds ESF-geld kregen. De onderzochte projecten kregen samen 12,2 miljoen ESF-subsidie. In totaal kwam er tussen 1994 en 1996 ruim één miljard ESF-geld naar Nederland. Over terugvorderingen tijdens de periode 1997-1999 lopen nog onderzoeken.

Slechts bij elf van de 45 projecten is alles volgens de regels verlopen. Bij andere projecten werd de vereiste cofinanciering (Nederland moest zelf 55 procent van de projecten betalen) kunstmatig verhoogd of het aantal opleidingsuren hoger voorgesteld. Ook was bij een groot deel geen (volledige) administratie meer voorhanden.

In bedragen gerekend bleek 41 procent van het ESF-geld onjuist verstrekt of bestaat er grote onzekerheid over. Verder onderzoek zou geen zin hebben. De Europese Commissie heeft in zijn claim aan Nederland die 41 procent geëxtrapoleerd naar het hele ontvangen subsidiebedrag. Eurocommissaris Diamantopoulou schrijft aan minister Vermeend (Sociale Zaken) dat het rapport ,,de enige informatie is die we tot onze beschikking hebben om de correctie te maken'' en dat ,,wachten niet langer gerechtvaardigd is''. Vermeend heeft twee maanden om te reageren. Hij zal het rapport dat oud-Rekenkamer-president H. Koning deze maand zal publiceren, gebruiken bij het verwer. Eerder gaf het ministerie aan het niet eens te zijn met de extrapolatie van Brussel.

esf-debatpagina 3