Advocaat dient klacht in over dood van arrestant

De Amsterdamse advocaat G.P. Hamer heeft de dood van een 33-jarige Bulgaarse man aangebracht bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens. Tegelijkertijd heeft hij een klacht ingediend bij de Nationale Ombudsman tegen de hoofdofficier van justitie in Middelburg. De weduwe van Savov wil een schadevergoeding van 1 miljoen gulden.

Savov overleed op 17 oktober 1997 nadat hij ten onrechte was gearresteerd op verdenking van het plegen van een bankoverval in de Zeeuwse plaats Westdorpe. Volgens de advocaat werden Savov en een Bulgaarse vriend destijds op basis van een signalement aangezien voor bankovervallers en met geweld aangehouden door een arrestatieteam. Savov overleed circa twaalf uur na zijn arrestatie in een ziekenhuis. Volgens de patholoog-anatoom was de doodsoorzaak een hartritmestoornis als gevolg van een combinatie van factoren, waaronder de manier van vervoeren (buikligging, waardoor zuurstoftekort kan ontstaan).

Uit het dossier blijkt dat de Nederlandse autoriteiten weinig tot niets hebben gedaan om de nabestaanden van Savov voor het verlies te compenseren. Nederland wilde niet meewerken aan een Bulgaars onderzoek naar de plotselinge dood van Savov.

De betrokken leden van het arrestatieteam zijn in Nederland nooit vervolgd. Enkele van hen zijn enkele weken na het incident door de rijksrecherche gehoord, niet als verdachte, maar als getuige. Na dat onderzoek was de zaak voor de Nederlandse justitie gesloten. Voor advocaat Hamer staat vast dat de dood van Savov te wijten is aan politiegeweld.