Veranderend China in stille beelden

Door de komst naar het Westen van grote aantallen films uit China sinds de jaren tachtig is `de Chinese film' bijna een genre geworden. Misschien paste dat etiket ook wel een beetje op de films van de zogeheten Vijfde Generatie: regisseurs als Zhang Yimou en Chen Kaige maakten fraai aangeklede, vaak in het verleden en/of op het platteland gesitueerde films, die alleen al om exotische redenen charmeerden. Na hen diende zich een moeilijker te plaatsen Zesde Generatie aan (Zhang Yuan, Zhang Yang, Wang Xiaoshuai), die minder stijlvast glimpjes boden van het leven in het moderne China.

En sinds kort is er een regisseur als Jia Zhangke (geboren in 1970 in Fenyang, provincie Shaanxi), die in geen enkel vakje meer past. Zijn eerste, niet in Nederland uitgebrachte film Xiaowu (1997) won prijzen op veel festivals en was een min of meer neorealistisch portret van een kruimeldief in Jia's geboortestadje. Zijn tweede film Platform (Zhantai) verraadt veel meer ambitie en talent, en roept eerder vergelijkingen op met andere filmauteurs (Theo Angelopoulos, Michelangelo Antonioni) dan met welke Chinese film ook.

Ook al is de film sinds de première in Venetië vorig jaar door de regisseur zelf teruggemonteerd van 195 naar 155 minuten, Platform blijft nog steeds een forse hap. Op zichzelf is een lengte van twee en een half uur niet bijzonder voor een film die de geleidelijke veranderingen in de Chinese samenleving wil laten zien tussen 1979 en 1989, het jaar van Tiananmen en het opnieuw aantrekken van de repressie. Jia laat die veranderingen zien aan de hand van de wederwaardighden van een rondtrekkende theatergroep, die aanvankelijk plechtige liederen ter ere van Mao zingt en aan het einde van de film twee meisjes in sexy roze pakjes rocknummers laat debiteren. De handeling is beperkt tot het noordelijke provinciestadje Fenyang, met een enkel uitstapje in de richting van Buiten-Mongolië.

Wat Platform bijzonder, maar ook bijzonder zwaar te verteren maakt, is de statische cameravoering. Bijna de hele film bestaat uit tableaux, totaalshots zonder veel beweging. Niet alleen de camera staat stil, ook binnen dat vaste kader gebeurt niet veel. Jia dwingt de kijker zijn eigen film te maken, zelf identificatiestrategieën te ontwikkelen en zich te vereenzelvigen met psychologisch zeer dun geschetste personages. Platform is geen film over mensen, maar over systemen, ideologieën, liedjes, films en voorstellingen. Hij moet zelf bedenken waarom bezoekers van een Indiase film door de politie uit de zaal geplukt worden, of wat de betekenis is van een rit van een vrachtauto naar het einde van een nergens heen leidende weg.

Angelopoulos schetste in zijn meesterwerk O thiassos (De komedianten, 1975) ook de geschiedenis in tableaux, gesitueerd rond een reizend theatergroepje. Wie niets wist van de Griekse historie kon toch meegesleept worden door de theatrale, dramatische kracht van de beelden. Over die kracht beschikt Jia nog niet, maar je moet hem nageven dat hij als volstrekt onafhankelijk filmmaker in een dit soort filmkunst niet erg welgezinde cultuur een heel eind is gekomen. De lege beelden zijn in hun minimalistische ascese soms fascinerend of zelfs dwingend. Platform is een signaal, van het bestaan van een ongekend soort film in China, en van de geboorte van een filmauteur die snel vooruitgang boekt in de richting van een groot filmmaker. Het loont de moeite – en soms de frustratie – daar nu vast kennis van te nemen.

Platform (Zhantai). Regie: Jia Zhangke. Met: Wang Hong-wei, Zhao Tao, Liang Jing-dong, Yang Tian-yi. In: Rialto, Amsterdam; Lantaren/Venster, Rotterdam; 't Hoogt, Utrecht.