Tsjechovs Meeuw is ver weg in Hollandse duinen

`Een droeve kringloop', noemt de Russische schrijver Anton Tsjechov het leven. Modderen is de menselijke maat. In geen ander stuk dan in het symbolisch-realistische De Meeuw (1896) geeft hij dramatische kracht aan deze nooit aflatende droefheid.

Er is in de Nederlandse theatergeschiedenis nauwelijks een stuk te bedenken dat tot zo eindeloos veel visies, bewerkingen en interpretaties heeft geleid als juist De Meeuw. Elke generatie zijn eigen nieuwe, witte krijsende zeevogel. Die fascinatie heeft een reden: De Meeuw gaat over nieuwe kunst tegenover oude kunst. De jonge toneelschrijver Kostja zoekt naar `nieuwe vormen', hij vervloekt de gemakzuchtige verstarring van zijn moeder, de toneelspeelster Arkadina. Zij reikt niet verder dan de oppervlakte, hij vertegenwoordigt diepte en bezieling.

Het zomerfestival Karavaan brengt De Meeuw door Compagnie Dakar, een gezelschap van pas afgestudeerden aan de toneelschool. Dat zoeken naar `nieuwe vormen' hebben de spelers en spelbegeleider Hans Man in 't Veld, een van de oprichters van het legendarische Werkteater, hoog in het vaandel staan. Alles in deze voorstelling is, inderdaad, nieuw, anders, buitensporig zelfs. Maar dat is geen garantie voor briljant of adembenemend.

Bewerker Jeroen van den Berg heeft de spelers de schowburg uitgejaagd en laat hen optreden in de duinen van Bergen aan Zee. Een toepasselijke locatie. Overvliegende meeuwen begeleiden de uitvoering. De neergeschoten meeuw in het stuk verbeeldt de gefnuikte, artistieke zeggingskracht van toneelschrijver Kostja, die aan het slot zelfmoord pleegt. De kritiek van de oudere generatie heeft hem vleugellam gemaakt, dor van inspiratie. Daarom wil hij dood.

Kostja is geen jongeman bij Compagnie Dakar maar een drenzend meisje in flodderjurk en met bergschoenen aan dat alsmaar haar gelijk wil halen. Ze jeremieert zo over het schrijversschap dat je vanzelf een hekel aan haar vage overtuigingen krijgt. Haar woede geldt niet moeder Arkadina, zoals in het origineel, maar haar vader. Die is een loslopende acteur, volkomen onverschillig op het satanische af voor de creatieve wanhoop van zijn kind. Hans Man in 't Veld speelt hem hard, koud en bijna ouderwets met volmaakte timing van zijn vernietigende replieken. In het origineel is er ook nog de jonge, aankomende toneelspeelster Nina. Haar rol is smartelijk verdwenen. We krijgen er de acteur Mischa voor in de plaats. Ook zijn carrière mislukt. Hij eindigt als derderangs speler in provinciale schouwburgen.

De uitvoering stelt meer vragen dan ze beantwoordt, en wie nooit eerder een min of meer getrouwe uitvoering van De Meeuw zag (voorzover dat nog bestaat in Nederland) zal alle zeilen bij moeten zetten om te achterhalen waarover het toch allemaal gaat.

Tsjechov dan maar vergeten en kijken naar enkele prachtig spelende acteurs, die verveling, vergeefsheid en moedeloosheid mooi verbeelden. Ik moest het meest denken aan Een zwoele zomeravond van hetzelfde Werkteater van Hans Man in 't Veld. Rondhangen in de buitenlucht, praten over verwachtingen die toch nooit uitkomen, lekker zeuren over vergeefse liefdes en wijn en bier drinken. De Masja van Kirsten Mulder, de dokter van Koen Jantzen en de onderwijzer van Joris Leijtens zijn dwingend aanwezig in al hun hopeloosheid. Ze dragen kleding in vloekende kleuren uit de tweehandsboetiek. Kirsten Mulder toont prachtig haar ontreddering nadat Kostja een mislukte zelfmoordpoging deed. Terwijl een plastic radiootje Ik drink karnemelk speelt, opent zij de ene bierfles na de andere. In de felle kleuren van haar trui en kniehoge kousen ziet ze er, met betraande ogen, uit als een verzopen paradijsvogel.

Er gebeurt nog van alles. De toeschouwers mogen meedoen aan bingo, wat de dramatische spanning ernstig verstoort. Gewillig gaat men van de ene plek naar de andere. Een plat Friespratende reisleidster breit de scènes aan elkaar. Ze doet het innemenend, maar het is overbodig. Was dichter bij Tsjechov gebleven, dacht ik al te vaak. Hem spelen zoals Masja, de onderwijzer en de oom dat doen is meer dan voldoende. Praat maar over de droefheid van het leven op die lijzige Tsjechov-toon. Dan is het goed. De paradox van de voorstelling, en de tragiek van de Meeuw, is dat de zo felgehunkerde nieuwe vormen tot mislukken zijn gedoemd. De zelfmoord van Kostja is een niet mis te verstane waarschuwing.

Voorstelling: De Meeuw/On the Run van Anton Tsjechov door Compagnie Dakar. Bewerking: Jeroen van den Berg. Gezien: 31/7 Het Zeehuis, Bergen aan Zee. Te zien t/m 11/8 aldaar. Aanvang: 21.00u. Inl.: 023-5531484; www.karavaan.nl