Sam Neill

In de reeks profielen deze week de Nieuw-Zeelander Sam Neill, die in Jurassic Park III voor de tweede keer de paleontoloog dr. Alan Grant speelt. Telkens wanneer de rol van James Bond vacant komt, wordt Neills naam genoemd, misschien wel omdat hij ook zo vaak Russische personages vertolkt.

Nieuw-Zeeland (3,8 miljoen inwoners) bracht vooraanstaande filmmakers voort als Jane Campion en Peter Jackson, wiens trilogie naar Lord of the Rings in aantocht is, maar slechts weinig sterren. De internationale carrière van Maori-acteur Temuera Morrison (Once Were Warriors) hapert, Kerry Fox zou een ster kunnen worden na haar realistische seksscènes in Intimacy en over de nationaliteit van de in Nieuw-Zeeland geboren Australische Russell Crowe voerden kranten in beide landen na zijn Oscar voor Gladiator een polemiek.

Vooralsnog is Sam Neill de onomstreden eerste Kiwi in het pantheon, ook al werd hij geboren (14 september 1947) in Omagh, Noord-Ierland. Zijn vader, zoveelste generatie beroepsofficier in het Britse leger, diende daar bij de Irish Guards, maar toen Nigel Neill zeven was keerde het gezin terug naar het Zuidereiland. Op de lagere school veranderde de jongen zijn voornaam in Sam, omdat er al zo veel Nigels in de klas waren.

Sam Neill haalde een academische graad in Engelse letterkunde en werkte zeven jaar als documentaireregisseur en -editor voor de New Zealand National Film Unit. Zijn eerste filmrol van betekenis speelde hij in 1977 in Sleeping Dogs, direct gevolgd door een hoofdrol in het feministische My Brilliant Career (Gillian Armstrong, 1978), waarvoor Neill alle schepen achter zich verbrandde en naar Sydney verhuisde. James Mason zag die film, en pleitte ervoor dat Neill de hoofdrol kreeg in The Final Conflict (1981), als de antichrist die Amerikaans ambassadeur in Engeland wordt.

Het grote publiek leerde Neill kennen door zijn titelrol in de televisieserie Reilly: Ace of Spies (1983), maar vooral als de serieuze paleontoloog dr. Alan Grant in Jurassic Park (Steven Spielberg, 1993). In deel twee keerden alleen chaosgeleerde Jeff Goldblum en de vileine Richard Attenborough terug, maar in Jurassic Park III dansen de dinosauriërs weer om Neill heen.

De films waarin Neill speelde kregen soms slechte recensies, maar hijzelf nooit. Toch vielen hem weinig prijzen ten deel, omdat hij traditioneel overvleugeld wordt door nog sterkere tegenspeelsters, zoals Judy Davis (My Brilliant Career), Isabelle Adjani (Possession), Meryl Streep (Plenty en A Cry in the Dark), Nicole Kidman (Dead Calm, 1988) en Holly Hunter (The Piano, 1993). Een andere constante in Neills filmloopbaan zijn de rollen van Russen: een spion in Enigma (1982), een onderzeebootkapitein in The Hunt for Red October (1990) en een generaal in de serie Amerika. Neills aanleg voor Koude Oorlog-films zou misschien op de achtergrond mee kunnen spelen bij het feit dat zijn naam vaak genoemd wordt als kandidaat voor James Bond: zowel toen Timothy Dalton het overnam van Roger Moore als bij de vacature die Pierce Brosnan uiteindelijk vervulde.

Opmerkelijk was Neill als koning Karel II in Restoration (1995), als de dromenverzamelaar in Until the End of the World (Wim Wenders, 1992), in twee films van zijn vriend John Carpenter (Memoirs of an Invisble Man en In the Mouth of Madness) en als het baasje van robot Robin Williams in Bicentennial Man (1999): geen topfilms, wel goede rollen.