Ori Kaplan

Het zal niet verbazen dat het Ori Kaplan Percussion Ensemble voor de helft uit slagwerkers bestaat. En dat zijn ook niet de minsten. Susie Ibarra, de gedoodverfde erfgename van freejazz drummer Rashid Ali, bespeelt op `Gongol' een uitgebreid percussie-arsenaal bestaande uit timpani, djembe, drums, kulintang, gongs en balafon. Dat ze op dit debuutalbum een tikje conventioneler klinkt dan gewoonlijk komt waarschijnlijk doordat ze gekoppeld is aan Geoff Mann, wiens ritmische wortels meer in de country & western liggen dan in het omspelen van de beat met wat John Coltrane ooit noemde `multi-directional rhythms'. Als tandem vormen ze de krachtige motor die het kwartet van een uiterst effectieve stuwkracht voorziet.

Meteen al in het openingsnummer `Crisis Dream' sleept het percussieduo zich voort met een lui en groot geluid dat doet denken aan de majestueuze tred van lang uitgestorven prehistorische reuzen. Pianist Andrew Bemkey doet er alles aan om die oerkracht te accentueren. Deze Art Tatum-adept hamert een storm aan breed uitwaaierende loopjes uit zijn klavier en betoont zich een kenner van de donkere kant van het romantische spectrum.

Maar de gezichtsbepaler van dit kwartet is leider en altsaxofonist Ori Kaplan zelf. In zijn spel zijn elementen van joodse klaagzang en Noord-Afrikaanse ritmiek verpakt in een jazzy intonatie en een krachtig, soms rafelig, geluid. Een debuut dat hongerig maakt naar meer.

Ori Kaplan Percussion Ensemble: Gongol (Knitting Factory, KFW284)