Nog enger, sneller en echter: de spinosaurus en velociraptor

Alleen al de snelle vooruitgang in technologie en wetenschap rechtvaardigt elke vier jaar een nieuwe aflevering in de uiterst succesvolle filmserie Jurassic Park. Het stramien is bekend: een kwaadaardige pretparkondernemer kweekte in het eerste deel (1993) prehistorische monsters uit fossiel DNA, en in deel twee (The Lost World: Jurassic Park II, 1997) bleken er nog een flink aantal vrij los te lopen op een eiland voor de kust van Costa Rica. In Jurassic Park III voert een expeditie enkele wetenschappers naar dezelfde locatie, waar een daar per ongeluk beland veertienjarig jongetje al zes weken de monsters trotseert.

Producent Steven Spielberg, die voor het eerst de regie overliet aan Joe Johnston (Oscarwinnaar voor de visual effects van Raiders of the Lost Ark, voor hij zelf films maakte als Honey, I Shrunk the Kids en Jumanji), introduceert in overleg met zijn wetenschappelijk adviseur Jack Horner een nieuwe topschurk: de spinosaurus, gevaarlijker dan de tyrannosaurus rex die volgens de laatste inzichten toch meer een aaseter was. Ook de kleine, wendbare en doortrapte velociraptors zijn aangepast: ze blijken veren te hebben gedragen, en bijna zo intelligent te zijn als een chimpansee.

Er moet langzamerhand een generatie filmkijkers bestaan die niet eens meer opkijkt van de levensechtheid van dinosauriërs in films. In tegenstelling tot Disney's geheel digitaal geanimeerde Dinosaur (2000) combineren Spielberg en Johnston mnechanische (veelal hydraulisch bewegende) dieren met computeranimatie. Die laaste techniek wordt alleen toegepast als het echt niet anders kan. Het resultaat is een volstrekt overtuigende ervaring, die alleen als nadeel heeft dat je je niet eens meer realiseert hoe veel moeite het moet hebben gekost.

Het scenario van Jurassic Park III, waarvoor onder meer Alexander Payne (Election) tekende, is van ondergeschikt belang. Toch valt daar ook niet veel op aan te merken; er zijn zelfs een paar heel aardige grapjes in verwerkt, die verwijzen naar de absurditeit van een verlaten pretpark, met frisdrankautomaten en onbetrouwbare veiligheidsvoorzieningen. Het rinkelen van een satelliettelefoon op curieuze plaatsen dient als een macabere herinnering aan de menselijke onmacht. Jurassic Park III laat de industriële formulefilm op z'n best zien: niets nieuws onder de zon, geen essentiële bijdrage aan de filmcultuur, maar wel degelijk en leerzaam entertainment van de bovenste plank.

Jurassic Park III. Regie: Joe Johnston. Met: Sam Neill, Téa Leoni, William H. Macy, Alessandro Nivola, Michael Jeter, John Diehl, Trevor Morgan, Laura Dern. In: 83 theaters.