Hollandse toestanden

ERGENS HALVERWEGE de jaren negentig is iets helemaal misgelopen met de besteding door Nederland van ruim 400 miljoen gulden aan Europese subsidies. Niemand heeft het bedrag in eigen zak gestoken. De regels voor het subsidiegebruik waren ingewikkeld en boden misschien wat ruimte voor interpretatie. En de bedoelingen van de ontvangende autoriteiten waren op het oog niet slecht. De subsidie diende het algemeen belang. En wie maalt dan om dubieus gebruik van de steungelden? De Europese Commissie – die geeft daar om. Die heeft Nederland gemaand 440 miljoen gulden terug te betalen wegens fraude en onreglementaire aanwending van geld uit het Europees Sociaal Fonds (ESF). Europese regels schrijven voor dat geld uit de ESF-pot besteed wordt aan concrete werkgelegenheidsprojecten. Het heeft er alle schijn van dat Nederland zich niet aan die regels heeft gehouden. Deze kwestie – in Den Haag een ,,hoofdpijndossier'' genoemd – speelt al geruime tijd. Nederland en Brussel zitten duidelijk niet op één lijn. In opdracht van minister Vermeend (Sociale Zaken en Werkgelegenheid) onderzoekt de oud-president van de Rekenkamer Koning de ESF-zaak. Hij zal eind deze maand zijn conclusies bekendmaken.

INTUSSEN ZIJN een aantal onduidelijkheden opgehelderd. Onderzoek van deze krant wijst erop dat de problemen met de steungelden voortvloeien uit een akkoord dat de toenmalige minister van Sociale Zaken, de PvdA'er Melkert, in 1994 sloot met de sociale partners om bezuinigingen op de arbeidsbureaus te verzachten. Kort gezegd: de `liquiditeitsproblemen' in die hoek werden weggewerkt met hulp van de ESF-subsidies. Bezuinigingen op de arbeidsbureaus lagen destijds politiek gevoelig. Dat ze verlicht konden worden door een beroep te doen op de Europese structuurfondsen was bekend bij bewindslieden als Kok en Melkert en bij vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers. Kortom, de deelnemers aan het poldermodel wisten ervan – en handelden ernaar.

Misschien met de beste bedoelingen. Maar enkelen roken toen al onraad. ,,Dit leidt tot gedoe, dit loopt verkeerd af'', was de kernachtige conclusie van de betrokken vakbondsspecialisten die een oordeel mochten geven over de manier waarop het ESF-geld werd gebruikt. Toezicht op de besteding ervan, een taak van het ministerie van Sociale Zaken, faalde. Ministeriële accountants uitten regelmatig hun bezorgdheid (maar grepen niet in). In 1995 en 1996 belette het departement een onderzoek van politie en justitie naar mogelijk misbruik van het Europees Sociaal Fonds, omineus signaal dat er iets te verbergen viel.

WAT IS DE BETEKENIS van dit alles en wat zijn de mogelijke consequenties ervan? Het lijkt er sterk op dat Nederland met een handig geachte schuifoperatie met Brusselse miljoenen de Europese regels met voeten getreden heeft. Slechtwillendheid is waarschijnlijk niet aan de orde geweest, maar van een kwalijk dossier kan inmiddels wel worden gesproken. Nederland staat, tot het tegendeel is aangetoond, in de EU te kijk als een fraudeur. Dat is pijnlijk omdat men hier meestal als eerste de vinger heft als het om fraude van andere landen gaat. Niet voor niets is Brussel zo vasthoudend in zijn eis dat het geld terugkomt. Het EU-bestuur vaart met de controle op dergelijke zaken blind op de lidstaten. Vertrouwen daarin behoort tot de wezenskenmerken van de Unie.

Zonder vooruit te lopen op de politieke gevolgen in Nederland, is duidelijk dat Melkert als destijds verantwoordelijk minister veel heeft uit te leggen. Tot nu toe zwijgt hij. Dat is begrijpelijk, omdat rapporteur Koning zijn bevindingen nog moet presenteren. Maar verdedigingslinies als het wijzen op voorgangers of opvolgers die de ESF-gelden ook op deze manier gebruikten, dan wel reflexmatig terugvallen op de `gezamenlijkheid' van het poldermodel – alsof daarmee de kwestie van de verantwoording is geregeld – zijn niet bruikbaar. Daarvoor zijn de feiten te alarmerend. De `Italiaanse toestanden', zoals een van de betrokkenen het geschuif met de ESF-miljoenen noemde, hebben met Italië niets van doen. Ze zijn oer-Hollands en vereisen een verklaring die recht doet aan het grote belang van deze zaak. Voor Nederland én Europa.