Een toekomst van eindeloze wraak en tegenwraak

Premier Sharon heeft met de aanval op Hamas laten zien dat hij bereid is de wereldopinie te trotseren. Israël steunt hem, maar vrede levert het niet op.

Veel schakeringen zijn er niet meer in het Israëlische denken over de strijd tegen de Palestijnen. Alsof het land in oorlog is tegen de Palestijnse doodsvijand verstikt de kritiek op de aanslag op zes Hamasleiders in Nablus gisteren in de nationale consensus rond Ariel Sharons regering van nationale eenheid. Zelfs Jossi Sarid, de leider van de linkse oppositie, heeft geen bezwaren tegen het vermoorden van Palestijnse leiders van wie met zekerheid vaststaat dat zij terroristische aanslagen in Israël voorbereiden. Met die slag om de arm vindt hij het toch dom dat helikopters precisieraketten afvuren op een hoog flatgebouw in Nablus omdat daar ook burgers, zoals gisteren de twee kinderen, de dood kunnen worden ingejaagd. Ook vraagt hij zich af of het wel nut heeft Palestijnse terreuraanslagen te voorkomen als bij voorbaat op Palestijnse wraak moet worden gerekend waarbij misschien meer Israëliërs omkomen dan gisteren werden gered.

Premier Sharon hoeft zich geen zorgen te maken over deze kritiek uit de humanistische hoek van de Israëlische politiek. Hij heeft de steun van de publieke opinie. Deze is sedert het uitbreken van de Palestijnse Al-Aqsa opstand door vrijwel alle media tot een eenheidsworst gekneed. De vorige premier, Ehud Barak, is met zijn hier breed geaccepteerde bewering dat de Palestijnse leider Yasser Arafat in Camp David zijn royale vredesaanbod heeft geweigerd de architect van de intellectuele ontmanteling van links. Als gevolg daarvan klinkt de rechtse, ook de ultra-nationalistische, retoriek geloofwaardig in de oren.

De `echte Sharon', die zijn achterban in het verleden in Gaza en Libanon heeft bewezen hoe de Palestijnse terreur moet worden aangepakt, heeft gisteren zijn masker voor die militante nationalistische stromingen in zijn regering en daarbuiten afgedaan. Hij heeft de om oorlog en wraak smekende kolonisten en nationalisten in de praktijk laten zien dat hij weliswaar geen conventionele maar wel een technologische guerrillaoorlog voert tegen de Palestijnen en er niet tegen opziet de wereldopinie te trotseren, zelfs de VS. Het militaire kunststukje van gisteren, gebaseerd op uitzonderlijke precieze informatie, is het Israëlische alternatief voor een landoorlog tegen de Palestijnen. Sharon, wiens tactische militaire gaven de Palestijnen en Arabische wereld angst inboezemen, veronderstelt dat deze vorm van oorlogvoering tegen de Palestijnen escalatie tot een regionale oorlog voorkomt en daarom de diplomatieke schade voor zijn land ondanks uitbranders hier en daar beperkt.

Het is echter de vraag of deze interpretatie van Sharons tactiek de test van de werkelijkheid kan doorstaan. Gisteren is hij met zijn chef-staf, generaal Shaul Mofaz, de Rubicon overgegaan doordat hij politieke leiders van Hamas liet vermoorden. Een van hen, sjeik Jamal Mansur, genoot als geestelijk leider van de moslim-fundamentalistische organisatie grote populariteit onder de Palestijnse bevolking op de Westelijke Jordaanoever. Als argument voor deze escalatie zegt Israël dat de politieke leiding van Hamas en de militaire vleugel, Ezzedin al-Qassem, twee gezichten van dezelfde organisatie zijn. Extrapolatie van deze stelling betekent dat leiders van Yasser Arafats organisatie Al-Fatah nu ook in het Israëlische vizier komen te liggen. Het scenario voor een eindeloze Palestijnse wraak en Israëlische tegenwraak is gisteren nog onafwendbaarder geworden dan het al was.

Terwijl Sharons kabinet zich vanmorgen moest buigen over Palestijnse wraakacties en de diplomatieke schade van de actie in Nablus opmaakte, kan de Palestijnse leider Yasser Arafat zich vergenoegd in de handen wrijven. Evenals de Israëliërs rond Sharon schaart het Palestijnse volk zich in nood rond hem. De nationale eenheid rond beide leiders is de meeste onheilspellende aanwijzing van het afsterven van de vredeshoop. Het Israëlisch-Palestijnse bestand, dat overigens nooit een handtekening kreeg, is in de prullenbak van de geschiedenis beland. Uitvoering van het plan-Mitchell is de huidige sfeer van haat en wantrouwen tussen twee stammen die om hetzelfde land vechten, een fata morgana geworden.

Sharon heeft tanks en helikopters maar geen vredesplan dat een brug over de afgrond naar de Palestijnen kan slaan. Arafat stelt voorwaarden die zeker Sharon en ook Barak niet konden aanvaarden. Terugkeer naar status quo van voor 1967 is voor Israël onaanvaardbaar. Arafat legt zich daar nu steviger dan voorheen op vast.

Israël zegt en hoopt dat een Palestijns leiderschap ná Arafat wel het historische vredescompromis zal sluiten dat Barak en daarna Clinton in Camp David en Taba formuleerden. Tot die tijd putten beide partijen zich uit in een nationalistische en/of religieuze fantasie in bloed en tranen. Internationaal ingrijpen, waarom Arafat vraagt ter bescherming van het Palestijnse volk tegen de Israëlische agressie, zou tot scheiding en einde aan het bloedbad kunnen leiden. Israël is daar echter radicaal tegen omdat ,,de hele wereld tegen ons is''.