Een Duitser noemt zijn baas geen Piet

Europa is nog heel ver weg. Dat ondervinden grenswerkers dagelijks. Werken in het buitenland stuit in het verenigd Europa nog op veel praktische problemen. Maar ook de mentaliteit is vaak heel anders. ,,Het is een wereld van verschil.''

J. Vallinga werkte ruim 25 jaar als steward bij Lufthansa. Als grensarbeider betaalde hij al die jaren keurig zijn sociale premies in Duitsland. Maar nu het op uitkeren aankomt, valt hij tussen wal en schip. Vallinga heeft diabetes, mag 's nachts niet meer vliegen en geldt in Duitsland als gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Hij vroeg een arbeidsongeschiktheidsuitkering aan, conform de afspraken van de Lufthansa-CAO, én een aanvullende WW-uitkering. Maar de Duitse autoriteiten weigeren Vallinga deze uitkering, verwijzend naar regels in de Europese Unie dat je als grensarbeider weliswaar sociale verzekeringspremies afdraagt in je `werkland' maar een uitkering krijgt in je `woonland'.

Maar Vallinga krijgt in Nederland geen WW omdat hij door Nederlandse artsen volledig arbeidsongeschikt is verklaard. Een, voor hem ongunstige, Nederlandse WAO-uitkering wil hij niet. Vallinga strijdt nu met hulp van een advocaat tegen Nederlandse en Duitse uitkeringsinstanties. ,,Ik wil een Duitse uitkering, want daar heb ik jaren voor gewerkt.''

De zaak-Vallinga staat niet op zichzelf. Permanente grenscontroles zijn voorbij, de gemeenschappelijke munt komt eraan maar wonen in Nederland en werken in Duitsland of België veroorzaakt nog steeds problemen. Naast moeilijkheden op het terrein van de sociale verzekering zijn er obstakels op fiscaal gebied.

,,Elk probleem dat opgelost wordt, wordt vervangen door een nieuw probleem'', zegt Europarlementariër Ria Oomen (CDA) over de periode van twintig jaar waarin zij zich inzet voor de positie van grensarbeiders. ,,Europa is nog heel ver weg'', oordeelt Wim Debets, voorzitter van de Vereniging Europese Grenslandbewoners, een belangenvereniging van 3.500 grensarbeiders. ,,Ik ken'', zegt de oud-werknemer van Philips in Duitsland, ,,geen enkele wet op het gebied van sociale verzekeringen waar grensarbeiders geen problemen mee hebben.''

Op het kantoor van Euregio in Enschede melden ze zich met een plastic zak vol paperassen; de grensarbeiders die geen uitweg meer zien uit het woud van regelgeving. ,,Het is dan ook een complexe situatie'', erkent woordvoerder Rob Meijer van het grensoverschrijdend samenwerkingsverband. Euregio houdt een paar keer per maand spreekuur om grensarbeiders te helpen. Het gaat om de zieke werknemer die tot zijn schrik ontdekt dat hij in Duitsland weliswaar hoge ziektekostenpremies heeft betaald, maar een lage uitkering krijgt.

Het is de fysiotherapeut die in de ene Duitse deelstaat wel met zijn Nederlandse diploma aan de slag kan, maar in de andere staat bijgeschoold moet worden. En het is de Nederlandse bezitter van een eigen huis die zijn hypotheekrente niet van de belasting kan aftrekken omdat Duitsland een heel ander belastingsysteem kent.

,,Het vervelende is dat ze vaak pas komen als het kalf al verdronken is'', zegt Alphons Schoolkate, Eures-consulent van Euregio. Eures is het project dat de arbeidsbureaus en Euregio hebben opgezet om de mobiliteit op de Duits-Nederlandse arbeidsmarkt te vergroten. Eures brengt binnenkort als hulpmiddel een pendelaarspas uit waarin grensarbeiders persoonlijke gegevens, zoals sofinummer en pensioenopbouw, kunnen opnemen.

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek telde Nederland in 2000 ruim 19.000 mensen die in ons land wonen maar in Duitsland of België werken. Het merendeel daarvan (13.000) overschrijdt bijna dagelijks de Duits-Nederlandse grens. Ze zijn, in tegenstelling tot een kwart eeuw geleden, niet meer bijna uitsluitend werkzaam in de textiel of mijnbouw maar in allerlei sectoren: handel, industrie, dienstverlening en gezondheidszorg.

Het aantal Belgen en Duitsers dat in ons land werkt, bedraagt ruim 21.000. Onder hen veel Nederlanders die om fiscale redenen naar België zijn verhuisd. De cijfers van het CBS zijn gebaseerd op inschrijvingen bij de Nederlandse ziekenfondsen. Particulier verzekerden, uitzendkrachten en mensen die in België of Duitsland werken maar in dienst zijn van Nederlandse ondernemingen, zijn niet meegerekend. Euregio, het grensgebied met Duitsland dat loopt van Coevorden tot de Achterhoek, gaat er vanuit dat het aantal grensarbeiders dat vanuit dit gebied in Duitsland werkt, twee keer zo hoog is als het CBS aangeeft.

Het aantal grensarbeiders kan volgens Ria Oomen nog veel hoger liggen. ,,Verschillende regels belemmeren de groei van de grensarbeid'', zegt de Europarlementariër. Afgelopen week heeft ze de Europese Commissie maar weer eens vragen gesteld. Dit keer over buitenlandse grensarbeiders die niet of tegen torenhoge premies door particuliere ziektekostenverzekeraars geaccepteerd worden. Haar ideaal, een verenigd Europa waarbij werknemers niet meer vanwege hun nationaliteit gediscrimineerd worden, is nog ver weg. Het ministerie van Sociale Zaken buigt zich over een lijst met dertig knelpunten op het gebied van grensarbeid, opgesteld door een commissie onder leiding van oud-staatssecretaris Linschoten. Volgens Oomen toont de Nederlandse politiek te weinig aandacht voor het probleem. ,,Den Haag is te ver van de grens'', concludeert zij.

Het aantal Duitsers dat in Nederland werkt, is aanmerkelijk lager dan het aantal Nederlandse grensarbeiders dat in Duitsland een baan heeft. Opvallend omdat Duitsland kampt met een vrij hoge werkloosheid terwijl in Nederland vacatures onvervuld blijven. Een verklaring kan het verschil in beloning zijn. In Duitsland zijn de lonen bruto gemiddeld 20 procent hoger dan in Nederland, maar door een gunstiger sociaal verzekeringsstelsel en belastingsysteem is het verschil netto een stuk kleiner.

Arbeidsmarktconsulent Theo Weber van het arbeidsbureau in Nordhorn denkt dat het de onbekendheid is die onbemind maakt. De gemiddelde Duitser weet niet hoe het Nederlandse systeem van sociale zekerheid werkt en schrikt daarvoor terug. ,,Een Duitser denkt in zekerheid. We moeten eerst duidelijk maken dat werken in Nederland geen risico is maar een kans'', zegt hij.

Weinig Duitsers doen via een uitzendbureau in Nederland werkervaring op. Uitzendorganisatie Randstad heeft in een industrieel gebied als Twente ongeveer 100 Duitse arbeidskrachten aan het werk. ,,Het uitzendwerk staat in Duitsland nog in de kinderschoenen'', weet accountmanager Ingrid Kanger van Randstad. Een baan waarbij je van de ene dag op de andere kunt beginnen, zoals bij uitzendwerk, staat in Duitsland niet hoog aangeschreven. Duitsers zijn gewend een uiterst formele sollicitatieprocedure te doorlopen, waarbij iedere sollicitatiebrief van pasfoto en een cijferlijst wordt voorzien. Nederlandse werknemers moeten op hun beurt oppassen met een te vlot geschreven sollicitatiebrief. ,,Een brief schrijven met `Ik hoop u te ontmoeten, groetjes Jan' moet je in Duitsland echt niet doen, lacht consulent Schoolkate van Euregio. Zijn collega Meijer signaleert daarnaast een verschil in arbeidsmentaliteit tussen Nederlanders en Duitsers. ,,Als een baas zegt dat er iets gedaan moet worden, voert een Duitser het direct uit. Een Nederlander vraagt eerst waarom?'' Nederlandse grensarbeiders hebben daar moeite mee, vooral in creatieve beroepen als reclame. Contacten met klanten zijn vaak alleen voorbehouden aan de baas en al te veel eigen initiatief wordt ook niet echt op prijs gesteld. ,,Het is een wereld van verschil'', zegt Emiel Hesselink over de Duitse arbeidscultuur. Als bedrijfsleider van een verfgroothandel in Nordhorn stuurt hij vijf Duitsers aan. Op eigen initiatief betrapt hij ze niet. ,,Wij Nederlanders denken mee, een Duitser denkt: `ik heb werk, verder vind ik het wel goed'.''

Nederlanders die hier geen moeite mee hebben, halen in Duitsland hun pensioen, zoals bouwvakker Geert de Vries uit Oldenzaal. ,,Als het me niet bevalt, ga ik gelijk weer terug'', zei hij twaalf jaar geleden tegen zichzelf. Nu zegt hij met een Duits accent: ,,Als je je vak verstaat, kun je er prima werken.'' Met de fiscus en de sociale verzekeringen heeft hij geen probleem gehad, of het moet de lagere ziekte-uitkering zijn. Zijn oplossing: ,,Gewoon wat minder vaak ziek zijn.''

Op hun beurt moeten Duitsers wennen aan de omgangsvormen in Nederland. ,,Alleen het feit al dat je je baas bij de voornaam noemt'', zegt verkoper Kai Völkern. De Duitser bleef acht jaar geleden na een stage hangen bij machinefabriek Stork in Hengelo. Problemen met de arbeidsmentaliteit en de taal kent hij niet. ,,Dat ik geen perfect Nederlands spreek is geen probleem, het breekt juist het ijs.'' En op de onvermijdelijke grapjes over de Tweede Wereldoorlog reageert hij gevat. ,,Ik zeg altijd dat wij tenminste nog tweede zijn geworden in de oorlog. Nederland was nergens.''