`De prostituee emancipeert'

De zaak, gisteren, van prostituees voor de Commissie Gelijke Behandeling staat niet op zichzelf, maar is een zoveelste teken van emancipatie, al geldt dat alleen voor de `broodprostituees'.

De opheffing van het bordeelverbod vorig jaar heeft veel goeds gebracht. Christy ten Broeke (39), bestuurslid van De Rode Draad, belangenorganisatie voor prostituees, somt geroutineerd op: de GGD inspecteert sekshuizen, de belastingdienst doet invallen als dat nodig is, er komt een modelcontract voor flexwerkers.

De prostituee emancipeert, durft Ten Broeke te concluderen. ,,Ze gaat eerder over tot klagen'', zoals gisteren bij de Commissie Gelijke Behandeling omdat prostituees geen zakelijke rekening bij de Postbank kunnen openen. En dat is niet het enige. Bij sommige seksclubs geldt nog steeds: als een meisje vijftien minuten te laat terugkomt van een afspraak met een klant, betaalt ze vijftig gulden boete. Bij sommige clubs geldt nog steeds: één keer per week komt er een clubarts langs die verplicht keurt op soa. De werknemer betaalt zelf het consult, maar wordt geschorst zodra de uitslag positief is. ,,Die dwang wordt niet meer gepikt. Ze zetten een grote mond op of zoeken een betere baas. Ze zeggen: de GGD heeft een inloopspreekuur voor prostituees. Daar gaan we heen.''

Dat kúnnen ze ook zeggen, want door de legalisering van de seksbranche zijn prostituees schaars geworden. De bedrijfstak is gezuiverd van illegalen. Alleen vrouwen uit landen binnen de Europese Unie mogen zich vrij vestigen of in dienst treden van een exploitant. Die voelen zich ook erkend, zegt Ten Broeke. 78 procent van de Nederlanders zegt geen moeite te hebben met prostitutie.

,,Steeds meer vrouwen zien de prostitutie als een carrière. Een zware baan, vergelijkbaar met sociaal verpleegkundige. Je moet empatisch begaafd zijn, creatief, je moet kunnen onderhandelen, de boekhouding kunnen doen en weten wat er te koop is in de erotiek. Maar ze zijn zelfverzerd, kunnen tevreden zijn als iemand happy de deur uitstapt.''

Het is niet gemakkelijk in te schatten hoe groot het plezier is dat prostituees hebben in hun werk. Seksuele genoegens zijn moeilijk bespreekbaar, zegt Ten Broeke. Een enkele keer vertelt iemand haar dat ze is klaargekomen of dat ze een klant heeft gekust. Dat hoort niet, het is onprofessioneel. ,,Over gezelligheid, leuke mensen ontmoeten en uit eten gaan, wordt wel gepraat, maar er heerst een strikte scheiding tussen werk en privé.''

Het GAK heeft inmiddels zeventig exploitanten van prostitutiebedrijven en 343 dienstverbanden geregistreerd. De Rode Draad schat het aantal in Nederland werkzame hoeren tussen de 20.000 en 25.000. In de raam- straat- en clubprostitutie zijn volgens de mr. A. de Graafstichting - voor prostitutievraagstukken - 6.000 arbeidsplaatsen, die veelal door parttime werkende prostituees worden opgevuld. Het aantal escortclubs neemt sinds eind jaren negentig af, het eenvrouwsbedrijf is als ondernemingsvorm in opkomst. Enkele duizenden vrouwen uit het leven zijn ontraceerbaar. ,,Een groot aantal prostituees is sinds de opheffing van het bordeelverbod niet meer aanwezig in het zichtbare circuit. Ze zullen niet gestopt zijn of teruggekeerd naar hun vaderland'', vermoedt Ten Broeke.

Ze hebben de twaalf raamgebieden in de grote steden en de clubs noodgedwongen verlaten en zijn te vinden in de negen tippelzones en op de afwerkplaatsen, maar ook vaak daarbuiten. Een nieuw fenomeen is parkeerplaatsprostitutie. ,,Daar zijn ze onzichtbaar en onbeschermd. Illegale vrouwen zullen niet snel aangifte doen van geweld.''

Verslaafde Nederlandse straatprostituees evenmin. In Groningen werd twee weken geleden tippelaarster Sascha Schenker vermoord, de zevende Groningse prostituee in acht jaar. Kort daarna werd het lichaam van de Rotterdamse tippelaarster Dirkje Bosgra in Apeldoorn gevonden. Er tekent zich een tweedeling af tussen de goed verzekerde, witte prostituee die haar recht opeist bij de Commissie Gelijke Behandeling en de kwetsbare tippelaarster. Tussen de broodprostituees en de noodprostituees in het jargon van De Rode Draad. Ten Broeke: ,,Prostituees achter het raam, in clubs en met hun eenvrouwsbedrijf zijn het stigma van het zielige aan lager wal geraakte meisje kwijtgeraakt. Maar de tippelaarsters die tegen hun zin in de straatprostitutie zijn terecht gekomen, niet. Een deel van hen valt ten prooi aan de dierlijke verkniptheid van hun klanten. Moordenaars en verkrachters hebben altijd een grotere interesse gehad in prostituees dan in onderwijzers of huisvrouwen. Naarmate tippelaarsters kwetsbaarder zijn, hebben ze meer aantrekkingskracht op schimmige figuren.''

Door de drukte in de tippelzones ziet Ten Broeke een lichte verharding van de onderlinge omgangsvormen ontstaan. ,,Er zijn steeds weer nieuwe gezichten, andere nationaliteiten. Dat drukt de prijzen (die liggen tussen de 35 en 50 gulden, red.). In de raamprostitutie of een bordeel daarentegen word je met de nek aangekeken als je onder de prijs van je buurvrouw werkt. (minimumprijs 75 gulden, red.) De sociale controle is groter. Op straat heb je minder keus.''