Boze Bono is geloofwaardige wereldverbeteraar

De huidige tournee van U2 heet soberder en kleinschaliger te zijn dan het Popmart-spektakel waarmee het Ierse kwartet vier jaar geleden de wereld bereisde. Maar de Nederlandse optredens werden al snel verplaatst van de Utrechtse Prins van Oranje-hal naar de meer dan twee keer zo grote Gelredome. Van kleinschaligheid kun je dan onmogelijk meer spreken natuurlijk. Hoewel dit overdekte voetbalstadion af en toe net een maatje te groot leek voor de show, kwam het allemaal relatief simpel, maar tegelijk uiterst geraffineerd en subtiel over.

Zo waren de videoprojecties van de band in stemmig zwartwit gehouden, alsof de regie werd gedaan door U2's hoffotograaf Anton Corbijn die overigens ook aanwezig was. Naarmate het optreden vorderde nam de intensiteit van de projecties toe, waarbij ook het dak en de wanden van het stadion werden benut. Ook heel slim was de hartvormige `omheining' van het podium, die tevens een loopplank vormde waarop zanger Bono en gitarist The Edge naar hartelust het publiek in konden rennen. Bij een van die excursies nam Bono zelfs de vingers van een bezoeker in de mond. Heel veel dichter kunnen artiest en publiek op dit niveau niet bij elkaar komen.

Dat dat ding per se in de vorm van een hart moest, was van een symboliek die er iets dik op lag. Dat zat in meer zaken. Leuk dat de bandleden nogal terloops opkwamen, waarbij ze zich onder het oog van het publiek een weg moesten banen tussen de kratten en kisten naast het podium, maar dat moest dan wel overduidelijk zichtbaar in hetzelfde volle zaallicht waarin zij ook tijdens het openingsnummer Elevation baadde. En ontroerend dat Bono een traantje moest wegpinken nadat hij een nummer aan zijn vader had opgedragen, maar natuurlijk wel in close-up voor de camera.

Een meisje uit het publiek plukken om daar een dansje mee te maken is ook al zo'n obligate kunstgreep om het publiek plat te krijgen. Maar het moet gezegd: Bono kan het maken, in zijn handen werkt die truc. Het meisje van gisteravond bleek zo klein dat ze mooi op zijn schouders paste. Bono plukte haar zelfs nog eens terug om met haar een rondje te rennen, alsof hij in haar het kind in zichzelf herkende of zoiets.

Voor het optreden werd er vooral zwarte muziek uit de jaren zestig, zeventig en tachtig gedraaid. Als we de groepsleden en producer Brian Eno mogen geloven was dat precies de muziek waar men zich tijdens de opnamen van de laatste cd All That You Can't Leave Behind aan spiegelde. Live vertaalde die hernieuwde interesse in `oudere' zwarte muziek zich in een onverwacht organisch rockgeluid. De inzet van samples, loops en andere grepen uit de elektronische trukendoos, prominent op de vorige paar albums, bleef tot een minimum beperkt. Hier stond een band met hart en ziel te spelen - dat was althans de boodschap van de visuele sector, die in de muziek versterkt werd.

Maar al dat luidruchtig geëtaleerde hart-en-ziel kon niet verbergen dat de repertoirekeus tamelijk voorspelbaar was. Naast wat werk van de nieuwe plaat kwam en ziel of en vooral de overbekende krakers langs: New Year's Day, I Will Follow, Where The Streets Have No Name, een uiterst `noisy' Bullet The Blue Sky, een gedragen With Or Without You, het met uitsluitend akoestische gitaarbegeleiding gebrachte Stay (Faraway So Close). Tijdens het aloude Sunday Bloody Sunday kreeg Bono een Ierse vlag aangereikt, maar anders dan bij vorige concerten liet hij 'm nu liggen om in plaats daarvan uit te weiden over de gewelddadige toestanden rond de G8 in Genua. ,,I'm angry!'' liet hij weten, en: ,,Get up, stand up for your rights!''

Het is wat volksmennerig en kort door de bocht, van de `troubles' in Noord-Ierland via Bob Marley naar de problemen van de globalisering. Maar goed, Bono meent wat hij zegt en komt volkomen geloofwaardig over in zijn rol als betrokken en charismatische rocker. Na zijn wat messianistische neigingen van vroeger en zijn ironische spel met consumptie-clichés van daarna voelt hij zich nu kiplekker in zijn leren jekkie, dat hij dan ook de hele avond aanhield.

de handel rondom u2: pagina 15