Asielgesprek niet op tape

Staatssecretaris Kalsbeek (Justitie) ziet af van plannen om gesprekken met asielzoekers voortaan op geluidsbanden vast te leggen.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft ze dat de voordelen hiervan twijfelachtig zijn. Bovendien zouden de kosten hoog zijn: een eenmalige investering van ruim elf miljoen gulden, gevolgd door jaarlijkse uitgaven van vier miljoen gulden. ,,In die context'', aldus Kalsbeek, ,,is een kostbare investering in bandopnamen van het nader gehoor moeilijk te rechtvaardigen.''

Al in 1997 werd op aanbeveling van de Nationale ombudsman besloten om steekproefsgewijs bandopnamen van gesprekken met asielzoekers te maken. De bedoeling hiervan was een extra instrument aan te dragen waarmee de kwaliteit van de gesprekken zou kunnen worden gecontroleerd. De bandopnamen zouden tevens als bewijsmateriaal bij individuele klachten kunnen worden gebruikt en wellicht ook een preventieve werking kunnen hebben op ongewenst gedrag van de betrokken ambtenaren en tolken.

Het experiment, dat op vrijwillige basis werd gehouden, werd echter geen doorslaggevend succes. Een aanzienlijk deel van de tolken en asielzoekers weigerde medewerking uit vrees dat de opnamen de sfeer van het gesprek op een ongunstige manier zouden kunnen beïnvloeden. Ook maakten asielzoekers zich zorgen dat de banden in verkeerde handen zouden belanden. Ambtenaren en tolken die wel meewerkten aan de proef toonden overigens geen merkbare verandering in hun optreden tijdens de gesprekken.

Advocaten van asielzoekers hadden weliswaar geen bezwaren tegen de bandopnamen maar ze bleken in de praktijk weinig gebruik te maken van de tapes. Het afluisteren van de vaak langdurige opnames kostte te veel tijd. Bij een evaluatie stelden experts vast dat de controle op de gesprekken inderdaad makkelijker was geworden.