Afscheid van Simone

Vandaag hoorde ik pas dat Simone enkele jaren geleden geen normale dood is gestorven, maar dat ze zich van het leven heeft beroofd. Ze was oud en ziek en is aan de Franse kust de zee ingezwommen. Simone was een mooie, statige Française, tot haar pensionering docente Engels aan een lyceum in Parijs. Meer dan vijftig jaar was ze de levensgezellin van E.M. Cioran, de uit Roemenië afkomstige radicale scepticus.

Net als Dostojevski kende Cioran de ervaring van het `eeuwige ogenblik', de inzichtelijk makende extase. Dostojevski dankzij zijn epilepsie, Cioran leed aan extreme slapeloosheid. En net als Dostojevski keerde hij – zeldzaam gegeven – `terug' van deze Erleuchtung om te schrijven tegen de illusies van het leven. Dostojevski als `een ruiter in de woestijn, met een koker vol pijlen' (Rozanov), Cioran als een scherprechter met een nachtvizier. Bijna alle denkers vóór hem oordeelde hij aan flarden, in twee, drie zinnen, alsof hij wist vanuit welke verborgen motieven zij hadden geschreven. Veelal betrof het werk dat nauwelijks nog existeerde, of dat men om een andere reden niet had gelezen. Cioran, een Dostojevski van het essay, een Nietzsche zonder afgoden.

Mijn laatste ontmoeting met Simone was een jaar na Ciorans dood. Als altijd had zij fijnzinnig gekookt. Hoe lang kende ik haar? Zestien, zeventien jaar. Voor het eerst waren we samen zonder Cioran en vertelde zij over hun eerste kennismaking; hoe warm en hoffelijk hij haar had weten te winnen. Vijfentwintig jaar woonden ze samen op hotelkamers. Wanneer zij terugkwam van school was de rook om te snijden. Hij verdomde het een raam open te zetten, uit angst verkouden te worden.

Alle grootheden kwamen bij hem op bezoek. Van Borges tot Brodsky. En altijd waren er vrouwen die contact zochten, schrijfsters, journalisten, lezers.

Twaalf jaar geleden, Simone was naar familie bij Bordeaux, bekende hij hopeloos verliefd te zijn op de vrouw van een Keulse psychiater. Wekenlang was hij 's nachts de straat op gegaan om haar vanuit een telefooncel te bellen, telkens bij voorbijgangers biljetten wisselend voor munten. ,,Maar zij houdt te veel van de mannen'', uitte hij een van zijn reserves.

In het Zwitserse Sils Maria, daar waar Nietzsche zich boven de wereld verhief, hadden hij en Simone met de Keulse en haar man enkele dagen doorgebracht, als `vrienden'. Maar tijdens een avondeten kreeg Simone de liaison in de gaten en rende overstuur de sneeuw in, Cioran achter haar aan.

Beckett, met wie Cioran vaak optrok, is slechts één keer langs geweest in het dakhuisje aan de Rue de l'Odéon, kort nadat Cioran en Simone er waren ingetrokken, begin jaren zestig, en slechts heel even. De woning bevatte geen toilet; dat bevond zich op de gang, maar dat had Beckett niet gezien. De grote toneelschrijver, wiens taal doet denken aan het geraamte dat hij was, uitgesproken door wezens die niet meer levend zijn maar ook niet dood, had een zwakke blaas. De vermeende afwezigheid van een toilet joeg hem de stuipen op het lijf. Als altijd maakte hij zich zonder iets te zeggen uit de voeten. Simone vertelde deze anekdote de laatste keer dat ik haar zag.

Heel zijn leven heeft Cioran de zelfmoord aangeprezen als dankbare ontsnapping wanneer het leven niet meer om uit te houden is. Zelf is hij afgetakeld in een kliniek gestorven. Het ging relatief snel. Ik zie hem nog zitten, in de tuin, ineengedoken, met een pet op, daaronder ogen die vroegen om een omhelzing, meewarig kijkend: `Moet het zó eindigen?' Niemand van de verpleging kende zijn werk, en dat terwijl men in een ander ziekenhuis in Parijs enkele van zijn wijsheden had aangebracht op de muren, om met zíjn woorden het armzalige lot van de patiënten te verheffen tot een ervaring van formaat.

Simone beheerde Ciorans nalatenschap met de ruimhartigheid van een weduwe die altijd in de schaduw heeft vertoefd: zíj besliste wat nog publicabel was en maakte ruzie met journalisten die háár Cioran wilden claimen, uitbuiten, of, een enkeling, zwartmaken. Succesvol was haar goedbedoelde kruistocht niet, daarvoor was ze te zachtmoedig, ondanks haar trots.

Ze gaf me een van de teksten die ze na Ciorans dood had gevonden, en die als titel droeg `Mon Pays'. Het is een soort antwoord op de vraag of hij zich nu wel of niet uit overtuiging had ingelaten met de IJzeren Garde, de fascistische groepering die zich in het vooroorlogse Roemenië breed maakte.

,,Er vormde zich in die tijd een soort beweging die alles wilde veranderen, zelfs het verleden. Ik heb er geen moment serieus in geloofd. Maar die beweging was het enige signaal dat ons land iets anders kon zijn dan een fictie. En het was een wrede beweging, een mengsel van prehistorie en van profetie, van de mystiek van het gebed en de revolver, en die door alle autoriteiten werd vervolgd en die deze vervolging provoceerde. (...) Alle leiders werden onthoofd, hun lijken werden op straat gegooid; hún lot ontsloeg het land ervan om er zelf een te hebben. (...) Wij, de jongeren van mijn land, wij lééfden in de idiotie. Het was ons dagelijks brood. (...) `Geschiedenis maken' dat was het parool dat onophoudelijk op onze lippen lag; dat was het meesterwoord.''

Eén keer heb ik Cioran zien huilen, bij zigeunermuziek, bij klanken uit zijn jeugd. Woordeloze tranen... terwijl hij het werk van Brahms, Bach, Mozart enz. puntig kon herleiden tot de verlangens die erin worden uitgedrukt. ,,In Beethovens muziek worden geen goddelijke hoogten bereikt, omdat de mens er zelf een God is; maar een God die als een mens lijdt en zich verheugt.''

Even stond ik ervan te kijken dat Simone is gestorven op een wijze die Cioran altijd aanprees; dat ze niet heeft gewacht op het moment dat haar lichaam zélf zou hebben opgegeven. Toch was ik ook weer niet zo verbaasd. Het is een fenomeen hoe men na het verlies van een geliefde geneigd is te handelen zoals hij of zij voorstond, ook al maakte hij of zij het zelf niet waar.

En toch... gewoon de zee ingezwommen... Hoever zou ze hebben gezwommen? Hoe moe en koud heeft ze zich moeten maken om te kunnen verdrinken? En wat zijn haar laatste gedachten geweest? ,,Sjoraan! Sjoraan!'' Mooie, zorgzame, humorrijke, droevige Simone; moedige Simone.