WTO zinspeelt op opheffing

De trage vooruitgang die de wereldhandelsorganisatie WTO boekt bij de verdere liberalisering van de handel zet haar bestaan op het spel, zegt topman Mike Moore.

Directeur-generaal Mike Moore van de WTO speelde gisteren hoog spel. Om zijn Wereldhandelsorganisatie te redden plaatste hij tijdens een presentatie in Genève vraagtekens bij het bestaansrecht van diezelfde organisatie. Als lidstaten het niet snel eens worden over een agenda voor de ministeriële conferentie, zo waarschuwde Moore, dan staat de WTO in zijn geheel ter discussie. Niet meer alleen onder actiegroepen, maar ook onder de 142 lidstaten, straks 143 inclusief aspirant lid China. ,,Als we geen weg vooruit vinden, dan zullen velen gaan twijfelen aan het nut van het multilaterale handelssysteem'', aldus Moore. ,,In het bijzonder omdat zij de mislukking van de conferentie in Seattle [in 1999] in het achterhoofd hebben.''

Moore presenteerde gisteren een voortgangsrapportage, maar veel vooruitgang is in twee maanden van intensieve onderhandelingen nog niet bereikt. Onderhandelingen ter voorbereiding op een ministeriële conferentie van 9 tot 13 november in Doha, de hoofdstad van Quatar. ,,Niet alleen de hoeveelheid meningsverschillen baart ons zorgen, maar vooral ook de hoge verschansingen die partijen om zich heen hebben gebouwd'', zo schrijft Handelsraadvoorzitter Stuart Harbinson in de rapportage aan de lidstaten. Moore en Harbinson doen in het document een uiterste poging de partijen te bewegen de loopgraven te verlaten. ,,Op individuele standpunten is weinig progressie meer mogelijk'', zo analyseerde gisteren een WTO-functionaris in Genève. ,,Vanaf nu zullen belangen moeten worden uitgeruild. Dat is tenslotte de basis van de WTO.''

Op welke vlak de koehandel kan plaatshebben is nog onduidelijk. Centraal staat de vraag welke onderhandelingspunten in Doha op tafel mogen komen. Onderwerpen die in november worden besproken kunnen later onderdeel worden van de werkelijke agenda op een eventuele volgende ronde van liberalisering van de wereldhandel. De Europese Unie heeft zich bereid getoond tot voorzichtige verdere besprekingen over liberalisering van de landbouw, een onderwerp waarvan minder ontwikkelde landen kunnen profiteren.

Maar de EU, die zich op landbouwgebied heeft afgeschermd met hoge tariefbarrières van gemiddeld bijna vijftig procent, wil voor zijn vrijgevigheid wel wat terug. Het verlanglijstje van Europees commissaris Pascal Lamy (Handel) is aanzienlijk. Hij mikt op liberalisering van de diensten, mededinging en investeringen, striktere regels voor maatregelen tegen dumping en `verduidelijking' over het spanningsveld dat nu bestaat tussen vrijhandel en milieuverdragen. Met een vrijere markt voor diensten maakt Europa meer ruimte voor internationale vestiging van accountants, advocaten en verzekeraars. De onderhandelingen op dit terrein verlopen ,,redelijk goed'', aldus Moore. Op het terrein van de mededinging wil de EU praten over de aanpak van ,,hardcore kartels'' op thuismarkten van lidstaten. Ook op het gebied van de anti-dumping meent Lamy terrein te kunnen winnen, de manier waarop president Bush lokale staalbedrijven in bescherming neemt is hem een doorn in het oog.

Controversieel is het door de Europese Unie voorzichtig geformuleerde streven naar duurzame ontwikkeling. Ontwikkelingslanden vrezen dat Europa milieubescherming zal gebruiken als excuus voor handelsbelemmeringen. Helemaal vast zitten de besprekingen niet. ,,De VS hebben heel vaag laten doorschemeren dat ze bereid zijn te praten over mededinging, investeringen en antidumping'', zegt de WTO-functionaris. Als president Bush voldoende vertrouwen weet te winnen van het Amerikaanse Congres ligt hier ruimte voor onderhandeling tussen beide economische grootmachten.

De besprekingen in het kader van de WTO zijn nog ingewikkelder dan voorheen. Sinds het debacle van Seattle hebben ook landen met een economische achterstand een plaats bedongen aan de onderhandelingstafel. Deze arme landen, Pakistan en India voorop, vrezen dat een nieuwe handelsronde hen zal opschepen met verplichtingen waar ze niet tegen opgewassen zijn. De landen willen niet trappen in de val van de vorige handelsronde. Zonder alle consequenties te overzien tekenden zij toen voor een verdrag dat internationale regels stelt aan de bescherming van intellectueel eigendom. Door dit internationale kader moeten boeren en ziekenhuizen in ontwikkelingslanden betalen voor patenten van Westerse multinationals op landbouwproducten en geneesmiddelen. Zuidelijke lidstaten beschuldigen de rijke WTO-landen er bovendien van dat zij beloften die voortkomen uit het jongste handelsverdrag van 1994 niet zijn nagekomen. Zo zou van de beoogde liberalisering van de textielhandel nog weinig zijn terechtgekomen.

Moore wees er op dat het uitblijven van een nieuwe handelsronde de ruimte zal geven aan bilaterale verdragen, verdragen tussen individuele staten. Arme landen, waaronder de 49 minst ontwikkelde landen ter wereld, zouden daarvan de dupe kunnen worden. ,,Het huidige systeem herbergt ongelijkheden'', zei de directeur-generaal. ,,Maar het beste antwoord aan diegenen die de merites van de wereldhandel ter discussie stellen is een onderhandelingsagenda, die tot doel heeft het systeem van de wereldhandel eerlijker te maken.''