Turkse fundamentalisten zijn liberaal geworden

De rol van Necmettin Erbakan, moslim-fundamentalist en oud-premier van Turkije, lijkt uitgespeeld: de Turkse fumdamentalisten zijn de afgelopen jaren snel veranderd.

Het zijn bittere tijden voor Necmettin Erbakan, de nestor van het Turkse moslim-fundamentalisme. Getrouwen van de oude hoca (islamitische leraar) hadden gehoopt dat het Europese Hof voor de Rechten van de Mens vandaag de Turkse staat een flinke schrobbering zou geven omdat deze in 1998 Erbakans moslim-fundamentalistische Welvaartspartij verbood.

Maar het Hof, zo bleek vandaag, rechtvaardigt het verbod en beschuldigt Erbakan er zelfs dat hij de democratie in Turkije wilde ondermijnen. Misschien nog bitterder voor de hoca dan de inhoud van het vonnis zelf, is dat de uitspraak er in het huidige Turkije al bijna niet meer toe doet. Een jaar geleden nog zou Turkije weken naar het vonnis hebben toegeleefd, maar tot gisteren zwegen de Turkse media in alle talen. Verbazingwekkend is dat niet: Erbakans rol als politiek leider lijkt uitgespeeld. De hoca heeft zijn greep op de moslim-fundamentalistische beweging verloren, alleen een groep extreem-conservatieve moslims in Turkije luistert nog naar hem.

Toen de Welvaartspartij in 1998 werd verboden, konden weinigen voorspellen dat het Turkse moslim-fundamentalisme zich zo verrassend zou ontwikkelen. Uit de as van de Welvaartspartij, die volgens het Turkse seculiere establishment van Turkije een moslim-staat had willen maken, kwam de Partij van de Deugd voort. Vanuit de coulissen geleid door Erbakan (die inmiddels een verbod om aan politiek te doen opgelegd had gekregen en dus vanuit de luwte opereerde) leek deze partij bij de verkiezingen van 1999 af te stevenen op een grote overwinning. Maar dat viel zwaar tegen (de partij eindigde als derde) en na de verkiezingen viel zij ten prooi aan verdeeldheid. Veel `moderne' moslim-fundamentalisten vonden dat de partij niet democratisch werd geleid omdat Erbakan en de zijnen alles bedisselden. En op het eerste – en overigens enige – congres van de partij in Ankara kwam het tot felle woordenwisselingen tussen `conservatief' en `modern'. Terwijl de oude garde bijvoorbeeld betoogde dat vrouwen zonder een hoofddoek er toch eigenlijk rekening mee moeten houden dat ze linea recta naar de hel gaan, verdedigden de `nieuwlichters' dat het dragen van de hoofddoek een recht is, maar absoluut geen plicht.

Zo hoog liep de spanning in de partij op, dat waarnemers ervan uitgingen dat ze in ruzie en gevechten uiteen zou vallen. Dat lot werd de partij bespaard, maar alleen omdat het Turkse Constitutionele Hof haar verbood. ,,Dat was het grootste plezier dat de Turkse staat de moderne vleugel van de partij kon doen", aldus Rusen Çakir, een expert op het gebied van het moslim-fundamentalisme. ,,Nu konden de modernen zeggen: samen in een partij kan in Turkije gewoon niet, we moeten onze eigen weg gaan."

De afgelopen weken is inmiddels duidelijk geworden hoe liberaal die eigen weg is. ,,We worden geen religieuze partij", zo zei Abdullah Gül, een van de leiders van de hervormers. ,,We worden zelfs geen partij van de gelovigen. Mensen die niet zwaar gelovig zijn, kunnen zich ook bij ons aansluiten."

Dit liberalisme legt de `hervormers' geen windeieren. Geleid door de charismatische ex-burgemeester van Istanbul, Recep Tayyip Erdogan, lijken zij er in geslaagd zich binnen een aantal weken een plaats op de Turkse politieke kaart te veroveren. Als er nu verkiezingen zouden komen, zo blijkt uit een peiling van een Turkse krant, zou maar liefst 74 procent van het traditioneel `fundamentalistische' electoraat zijn stem aan de hervormers geven.

Erbakan en de zijnen kunnen zich aanzienlijk minder in de gunst van het electoraat verheugen. Ook zij hebben inmiddels een eigen partij opgericht, maar bij verkiezingen zouden zij nu slechts 14 procent van de stemmen krijgen. En zo lijkt de rol van de aloude hoca Erbakan, die tientallen jaren lang de onbetwiste leider was van het Turkse moslim-fundamentalisme uitgespeeld.

In Turkije wordt er inmiddels al driftig gediscussieerd hoe het Turkse moslim-fundamentalisme zo kon veranderen. Was het het ingrijpen van het leger (dat Erbakan dwong af te treden en een leidende rol speelde bij het verbod van de partij) dat moslim-fundamentalisten ervan overtuigde dat er in Turkije nooit een `moslim-staat' met de islamiytische wet zal komen en dat daarom het politieke kompas moest worden bijgesteld?

Of is het `Europa' dat het Turkse moslim-fundamentalisme heeft veranderd? Erbakans Welvaartspartij had – zeker in haar verkiezingsretoriek – nogal eens de neiging om aansluiting te zoeken bij moslim-broedervolkeren in het Midden-Oosten. Maar toen Turkije in 1999 kandidaat-lid werd van de Europese Unie kwamen veel moslims tot de ontdekking dat het `christelijke' 'Europa' minder restricties legt op de uitoefening van het geloof dat het seculiere establishment in Turkije. En zo werd de Partij van de Deugd, de inmiddels ook al weer verboden opvolger van de Welvaartspartij, een van de belangrijkste verdedigers van het lidmaatschap van de Europese Unie in Turkije. ,,In Nederland is het gemakkelijker om moslim te zijn dan in Turkije", zei een van de leiders van de partij ooit. ,,Daarom willen we bij de Europese Unie."

Of markeert de transformatie van het Turkse moslim-fundamentalisme sociologische veranderingen die zich ook inmiddels in Centraal Anatolië, van oudsher het hart van de beweging, hebben voltrokken? Steeds meer gelovige dames, bijvoorbeeld, werken – met hoofddoek – buitenshuis en gebruiken termen als `mijn carrière'. Steeds meer gelovige families gaan op vakantie, soms in speciale moslim-hotels (met aparte zwembaden voor man en vrouw) maar vaak ook op het gewone strand, waar de gemiddelde bezoeker zich weinig aan de kledingvoorschriften van de islam gelegen laat liggen. Volgens een aantal sociologen is er inmiddels sprake van een `gelovige' middenklasse, die vrede met het Turkse bestel heeft gesloten. Zij zijn er niet in geïnteresseerd om in Turkije een moslim-staat te maken, maar willen slechts het recht om hun geloof ongestoord te beleven.

Hoe ver die instelling afstaat van wat de Welvaartspartij van Erbakan wilde, blijkt nog eens overduidelijk uit het vonnis van het Europese Hof van vanmorgen. Volgens het Hof was de Welvaartspartij immers wel degelijk van zin om de shari'a, de islamitische wet, in te voeren en wilde zij ,,een multi-juridisch systeem" invoeren, waarbij elke gelovige volgens de regels van zijn eigen godsdienst zou worden beoordeeld. Besefte Abdullah Gül, een van de leiders van de hervormers, hoe ver hij van Erbakan afstond toen hij enige weken geleden zijn opvattingen over het geloof uiteenzette? ,,Godsdienst is een zaak van het individu", zei hij met nadruk tegen de krant Hürriyet. Niet van de staat, dus, was de boodschap, geen islamitische agenda – de tijd van Erbakan lijkt definitief voorbij.