Telemeisje voelt vaderstranen op haar dijen

Een roze-rood rozenbehangetje zoals je dat alleen nog maar aantreft op plafonds van goedkope Parijse hotels siert het omslag van het zomernummer van Bunker Hill, dat gewijd is aan romantiek. Alle teksten (poëzie en korte verhalen) gaan over de liefde, die zoals bekend vele gezichten kent. Op het achterplat staat, tegen de achtergrond van de roze-rode rozen, een mooi gedicht van Menno Wigman over een gekmakend dilemma: `Ik kan niet leven met gemis/ en als ik bij Larissa blijf/ verlies ik tijd. Tot aan mijn dood/ zal ik mijn grootste vijand zijn'.

Verrassend zijn ook de gedichten van romanschrijfster Maria Barnas, gepresenteerd als drie ansichtkaarten. Binnenkort verschijnt bij de Arbeiderspers haar debuutbundel. Wie ook gaat debuteren, niet als dichteres maar als romancière, is de literatuurcritica van De Groene Amsterdammer, Marja Pruis. Bunker Hill publiceert een fragment voor uit haar roman Bloem: bloemrijk proza, misschien iets te bloemrijk, over overspel met de buurvrouw en wat daar voor ellende van komt.

Relatieleed is eveneens het thema van een fragment uit Revolutionary Road (1961), de eerste roman van Richard Yates. De voortreffelijke vertaalster Marijke Emeis schreef er een korte inleiding bij, waarin ze Nederlandse uitgevers oproept het werk van deze in 1992 overleden Amerikaanse schrijver in vertaling uit te brengen.

Bij het sobere, angstwekkend eerlijke fragment van Yates – een monoloog van een vrouw over de wurgende narigheid van het gezinsleven – steken de meeste verhalen in Bunker Hill nogal pover af. Positieve uitzonderingen zijn Wanda Reisels Telemeisje en de toneelmonoloog I love you in de bosjes van Pam Emmerik, verhalen die min of meer spiegelbeeldig zijn. In Telemeisje kleedt een callgirl zich na haar werk uit voor haar verdrietige stokoude vader. `Zo, zoals ik was, ben ik bij hem op schoot gaan zitten en ik sloeg mijn armen om hem heen om hem te troosten. Hij omarmde mij ook stevig. Ik voelde hoe zijn tranen mijn dijen natmaakten.'

Pam Emmerik schrijft over een meisje dat juist wraak neemt op haar liefdeloze vader, die haar nooit heeft omhelsd of zelfs maar aangeraakt, waardoor ze in de liefde tot haar grote verdriet zo koud is geworden als een vis. Ze roept mannen op zich bij haar te melden:

`Ik wil mijn leven niet als wandelende koelkast doorbrengen, veilig in mijn onbedorven kou.

Ik wil warmte. Ik wil steeds warmer worden. Ontsteek het vuur!

En als het vuur ontstoken is laat dan de schepen met genoegen op mijn kust te pletter varen.

Kom dan hier liefjes, kom bij me.

Kom.'

Gelachen heb ik om het verhaal Het verschil tussen vrijen en neuken van schrijver/dichter Adriaan Jaeggi over een man die een domme maar beeldschone vriendin heeft, zo oogverblindend dat veel lesbische vrouwen met haar naar bed willen en haar viend daarbij op de koop toenemen. Triootjes maken en roerbakken zijn Ellens specialiteiten, maar deze worden door de manlijke ik-figuur niet gelijkelijk gewaardeerd.

Niet alle verhalen en romanfragmenten hebben de kwaliteit die je in een literair tijdschrift mag verwachten, maar het is prijzenswaardig dat Bunker Hill naast gerenommeerde schrijvers als Wanda Reisel ook wat minder bekende auteurs (zoals in dit nummer Yves Petry en Mirjam Pool) een kans geeft.

Deze verdienste van het tijdschrift is de Commissie Literaire Tijdschriften niet ontgaan. Ze oordeelde over de jaargang 2000 dat Bunker Hill steeds belangrijker is geworden als `kweekvijver voor beginnende auteurs', om welke reden Bunker Hill voortaan in aanmerking komt voor een structurele subsidie. `Dat betekent', aldus de redactie in een woord vooraf, `dat de financiële middelen gewaarborgd zijn, zodat we nog enige tijd door kunnen gaan met het maken van ons geliefde tijdschrift.' En dat is goed nieuws.

Bunker Hill. Tijdschrift met literatuur. Jaargang 4, nr. 15 .Uitg. Stichting Bunker Hill en Thomas Rap. Prijs f10,-