Pokeren op de beurs met andermans geld

Beleggers kunnen slecht tegen hun verlies. Nu de naargeestige stemming op de effectenbeurzen maar niet omslaat, blijft de klachtencommissie van de effectenbranche overuren draaien. Ook de advocatuur ziet de groep `gedupeerde' beleggers onder haar cliëntèle groeien. ,,In Nederland moet financieel geluk ook gegarandeerd worden.''

`Het geld gutst je tegemoet'. Een slogan voor de staatsloterij, of een uitnodiging voor een bijeenkomst over piramidespelen? Nee, het is de aanhef voor een avondje `bijpraten' met Harrie Premselaar over de Premselaar Beleggingsmethode. Voor particuliere beleggers. In 1999 wel te verstaan, toen de beurs nog in de lift zat. Kern van Premselaars aanpak: opereer als een echte ondernemer en gebruik vooral ook vreemd vermogen bij beleggen in effecten. Of, zoals Premselaar en zijn collega Timmer het verwoorden in hun cursussyllabus: `Wij komen tot de conclusie dat, wil er op de effectenbeurs leven –resultaat – ontstaan, dat er dan zoveel mogelijk risico's moeten worden gelopen'.

Hoe groot die risico's waren, daar kwam een cliënt van raadsman Jurjen Lemstra, van Haagse advocatenkantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, te laat achter. Op 11 februari 2000 ging C. van den Hengel in zee met het Noordnederlands Effectenkantoor. Hij gaf er zijn vermogen van ruim 340.000 euro in beheer (een zogeheten vrije handrekening). Zijn vermogensbeheerders: Premselaar en Timmer, wiens cursus hij eerder had gevolgd.

Het duo gingen te werk volgens de beleggingsmethode van Premselaar. Die gaat uit van een effectenportefeuille die gefinancierd wordt met 50 procent geleend vermogen en 50 procent eigen geld. Deze fifty-fifty verhouding is cruciaal. Stijgt de waarde van de portefeuille, en daalt daardoor verhoudingsgewijs de debetstand, dan is dat een sein om weer bij te kopen met geleend geld. Is er echter sprake van een waardedaling, dan moet de belegger stukken verkopen om weer dat evenwicht te bereiken.

Beginner Van den Hengel stapte in op het hoogtepunt van de internetkoorts op de effectenbeurzen. Hij voegde zich bij de massa particulieren die de afgelopen jaren een gokje wilde wagen op de effectenbeurzen en alsnog hoopte te profiteren van de beurshausse. In 1999 belegden volgens het Centrum voor Marketing Analyses zo'n 1,5 miljoen particulieren op de beurs. Vorig jaar waren dat er, ondanks de kater van de internethype en debacles rond World Online en Via Networks, nog altijd zo'n 1,36 miljoen.

In dezelfde periode nam het aantal klachten van particulieren over hun banken en commissionairs, bij de klachtencommissie van DSI (Dutch Securities Institute), een enorme vlucht. Het klaagloket van het keurmerkinstituut voor de effectenbranche ontving in vorig jaar 369 klachten, een stijging van 35 procent ten opzichte van een jaar eerder. In 2000 werden er 170 uitspraken gedaan. Daarvan zijn er 110 afgewezen en 60 deels of geheel toegewezen. Dit jaar verwacht DSI, ondanks de afwezigheid van beursschandalen, op zijn minst eenzelfde aantal klachten binnen te krijgen als vorig jaar. De conflicten draaien vaak om de zorgplicht: waar houdt de verantwoordelijkheid bij vermogensbeheer- en advies van de bank op, en waar begint die bij de belegger?

Deze vraag staat ook centraal in het conflict tussen particulier Van den Hengel en het Noordnederlands Effectenkantoor. ,,Mijn cliënt krijgt op 5 december voor het eerst een briefje dat het niet zo goed gaat met de portefeuille. In het briefje staat dat hij gewoon geduldig moet wachten'', zegt zijn raadsman Lemstra. Ruim 70 procent van het vermogen van Van den Hengel is dan al in rook opgegaan. ,,In het cursusmateriaal wordt nooit een negatief voorbeeld gegeven. Hoe werkt de Premselaar-methode als de beurs voortdurend omlaag gaat? Dan word je gedwongen om steeds te verkopen. om de verhouding tussen eigen- en vreemd vermogen recht te trekken. Je kan dan niet op betere tijden wachten.''

In een jaar tijd, tussen maart 2000 en maart 2001, was Lemstra's cliënt 95 procent van zijn ingebrachte vermogen kwijtgeraakt. ,,Terwijl de AEX in die periode tien procent verloor en de Nasdaq 65 procent. Maar de provisies gaan lekker door, bij stijging en daling. Premselaar en Timmer hebben toen veel gekocht op de Nasdaq, waar je dan als belegger ook nog met wisselkoerskosten zit. En je betaalt natuurlijk nog rente over je debetstand. Voor mijn cliënt zijn in één jaar 220 transacties verricht. Kosten: 21.727 euro, exclusief Nasdaq-provisies en betaalde rente. Je praat dan al snel over een 7 procent van het ingebrachte vermogen.'' Op 8 maart volgde de complete ontnuchtering voor Van den Hengel. Van de oorspronkelijke 340.000 euro was nog maar 17.439 euro over.

Eigen schuld, dikke bult? Nee, zegt raadsman Lemstra natuurlijk. ,,Het effectenhuis heeft zijn zorgplicht verzaakt.'' Op basis van de overeenkomst zou de opbouw van de effectenportefeuille grofweg bestaan uit 14 procent langlopende callopties, 36 procent `consolidatie' (defensieve fondsen, converteerbare obligaties) en 50 procent aandelen. ,,Vanaf april 2000 tot maart 2001 bestaat de portefeuille voornamelijk uit technologiefondsen. Van enige spreiding is geen sprake. Ook is er nooit gewezen op de risico's die de methode-Premselaar, waarbij de nadruk ligt op geleend geld, met zich meebrengt als de markt alleen nog maar daalt. Ik noem dat pokeren met andermans geld. Ik heb inmiddels nog twee cliënten die min of meer hetzelfde is overkomen bij het Noordnederlands Effectenkantoor.''

De laatste stelt echter dat Van den Hengel wel degelijk op de hoogte was van de methode-Premselaar, waarover hij twee keer een cursus volgde. ,,Op de risico's (..) wordt uitvoerig gewezen in het cursusmateriaal en de daarbij overgelegde modelportefeuilles'', aldus het bedrijf in een reactie. Van den Hengel stapte vorige maand naar de rechter.

Is het zo slecht gesteld met de zorgplicht bij de Nederlandse banken? ,,Het kan beter'', zegt Tom Loonen, voormalig Fortis-bankier, en auteur van boeken over onder meer opties en de klachtencommissie. Hij heeft onder meer de uitspraken van de klachtencommissie van de afgelopen vijftien jaar onderzocht. Op dit moment is Loonen bezig met een onderzoek dat moet resulteren in een proefschrift over zorgplicht van banken.

De beleggingsadviseur of vermogensbeheerder zit volgens Loonen in een nauw keurslijf. De adviseurs en beheerders hebben de afgelopen jaren de druk verhoogd door steeds hogere rendementen te eisen. En hun werknemers worden daarbij meer en meer flexibel beloond. De bonus lonkt. Hoe beter de resultaten, hoe hoger het salaris. ,,Dan heb je ook nog toezichthouders als de Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en De Nederlandsche Bank (DNB), die ook nadrukkelijker omschrijven waaraan een beleggingsadviseur zich moet houden.''

Blijft over de cliënt. De werkgever wil geen claims maar wel tevreden klanten die voor hogere winsten kunnen zorgen. ,,De belegger wil wel betalen voor adviezen, maar eist tevens dat de adviseur in een glazen bol kan kijken, een meerwaarde die nooit kan worden waargemaakt'', zegt de voormalige vermogensbeheerder.

De zogenoemde zorgplicht staat bij veel banken nog in de kinderschoenen en dat blijkt ook uit de klachten, zo concludeert Loonen. Misverstanden zijn er, volgens hem, genoeg over wat nu precies de verantwoordelijkheden van de bank en wat de eigen verantwoordelijkheden van de belegger zijn. ,,In ieder geval staat het buiten kijf dat beleggingsadviseurs nog veel meer informatie over de risico's zouden moeten geven aan hun klanten.''

Een goede beleggingsadviseur moet minimaal een beurskrach hebben meegemaakt. ,,Dan weet je tenminste hoe te reageren. Je moet meteen actie ondernemen voor je klanten, voordat de situatie verergert. Tijdens de hype lieten beleggers zich meeslepen. Een beleggingsadviseur moet dan juist een remmende kracht zijn. Een vermogensbeheerder moet stabiliteit nastreven voor de toekomst.''

Zijn beleggers te goed van vertrouwen, zijn ze te gretig? ,,Ik heb er geen problemen mee dat particuliere beleggers hun visie op de markt te gelde proberen te maken, maar dat moeten ze niet doen als ze niet begrijpen wat de risico's zijn. Bestudeer de theorie, zo zou ik beginnende beleggers aanraden. En oefen vervolgens `droog', gedurende een periode van bijvoorbeeld zes maanden. Dan leer je de gevolgen van je handelen goed kennen. Mensen geven zo makkelijk hun geld uit handen. Toen ik zelf vermogensbeheerder was, heeft geen enkele cliënt gevraagd naar mijn performance van de afgelopen jaren.''

Loonen verbaast zich niet over de mondigheid van `gedupeerde' beleggers. ,,De claimcultuur uit de VS is overgewaaid naar Nederland. In Nederland moet financieel geluk ook gegarandeerd worden, heeft mijn co-promotor wel eens gezegd.''

Twijfels bestaan er inmiddels ook bij sommige advocaten van beleggers over de onafhankelijkheid van de klachtencommissie van DSI. Die zou beslissingen te vaak in het voordeel van de banken, hun `broodheren', laten vallen. Het klachtenbureau wordt betaald door DSI, dat weer gefinancierd wordt door zijn leden, de banken en commissionairs. Loonen bestrijdt deze visie. ,,De klachtencommissie doet doorgaans zijn best om de juiste balans te vinden. Zo zitten er mensen in die beëdigd zijn door de rechtbank. Sommigen zijn zelfs lid van de Raad van State. Die mensen zijn erg gesteld op hun onafhankelijkheid.''

Maar er zijn ook andere bezwaren. Bij de klachtencommissie heeft een minder zuivere juridische toets plaats van de klacht. Er wordt vooral gekeken naar redelijkheid en billijkheid. Voor sommige advocaten is dat soms een reden om de klachtencommissie te mijden. ,,Ik doe vaak zaken met de klachtencommissie maar in mijn laatste dossier ging het om een vordering van boven de 5 miljoen euro. In dat geval kan je sowieso niet terecht bij de klachtencommissie'', zegt William Schonewille van het Haagse advocatenkantoor Barens & Krants. Schonewille vertegenwoordigt twee beleggers die een conflict hebben met hun vermogensadviseur Bank Labouchère. ,,Maar het blijft iedere keer een persoonlijke afweging. Bij een burgerrechter is de uitkomst over het algemeen beter te voorspellen dan bij de klachtencommissie. Om die reden, vanwege de meer zuivere juridische toetsing, ben ik op dit moment meer geneigd eerder naar de rechter te stappen.''

Voor de `berooide' belegger blijft het vervolgens wachten op zijn schadevergoeding. Als die er ooit komt. De financiële wereld heeft een lange adem als het gaat om rechtszaken.