Pearson niet meer zo dominant

Beleggers hadden verwacht dat de Britse uitgever Pearson met slechte cijfers over de eerste helft van het jaar zou komen. De koers was de afgelopen zes maanden tenslotte al met bijna 40 procent gedaald. Toch lijkt het concern vrij goed in zijn vel te zitten. De educatieve uitgeverij, die meer dan de helft van de omzet voor zijn rekening neemt, heeft de groei weer op 8 procent weten te krijgen. De divisie verwacht dat de winst dit jaar op z'n minst conform de markt zal zijn, en de aanvankelijk opgelopen achterstand lijkt eerder een incident dan het begin van een zorgelijke trend. De divisie voor consumentenuitgaven doet het ook goed.

De sterke daling van de advertentie-inkomsten blijft daarentegen zorgen baren. Pearson, ook voor de helft eigenaar van het weekblad The Economist, waarschuwt dat de winst van de Financial Times-groep dit jaar met 15 procent zal afnemen ten opzichte van vorig jaar. Hoewel dat niet erger is dan gevreesd, zou het wel eens aan de optimistische kant kunnen zijn. Pearson is tot zijn voorspelling gekomen door de advertentievolumes van het tweede kwartaal op het vierde kwartaal te projecteren. Toch verlagen nu veel bedrijven hun reclamebudgetten, omdat ze verwachten dat consumenten minder gaan uitgeven. Als dat laatste inderdaad gebeurt, komt er wellicht een tweede bezuinigingsronde. Niettemin moet Pearson zonder al te veel kleerscheuren door dit conjunctuurdal kunnen komen.

Ook al stelt het handelsniveau beleggers misschien gerust, toch wordt de belangrijkste vraag met betrekking tot Pearson er niet door beantwoord. Was het de moeite waard om het concern zijn huidige samenstelling en omvang te geven? Het is nog te vroeg om te zeggen of overnames zoals vorig jaar die van NCS - een bedrijf dat leermethoden en lesmaterialen test en dat voor 36 maal zijn operationele winst werd aangekocht - hun kapitaalkosten zullen dekken. Een andere zorg vormen de investeringen in internetbedrijven. Hoewel Pearson zich op dit terrein aan het terugtrekken is - in het tweede kwartaal wordt een inkrimping van 45 procent op jaarbasis voorzien - lijken de nettokosten van de investeringen in die periode met 60 miljoen pond nog steeds aan de hoge kant. Het is onduidelijk wanneer deze investeringen een positieve bijdrage aan het bedrijfsresultaat gaan leveren.

Veel hangt af van de vraag wanneer de visie van bestuursvoorzitter Marjorie Scardino werkelijkheid zal worden. Zij stuurt aan op een geïntegreerd, op educatie gericht concern, waarin inhoud wordt gecombineerd met methoden om deze te kunnen testen en met software voor scholen. Wellicht blijkt dit over enige tijd een gouden greep te zijn geweest.

De aantrekkelijkheid van de Amerikaanse educatieve markt is overigens niet alleen bij Pearson bekend; het Nederlandse Elsevier kocht onlangs samen met het Canadese Thomson de Amerikaanse uitgever Harcourt en het Franse Vivendi nam het Amerikaanse Houghton Mifflin over.

Het probleem is dat beleggers in Pearson hun geduld beginnen te verliezen en zich afvragen of Scardino niet te hard van stapel is gelopen. De koers is niet langer veel hoger dan die van andere bedrijven in de mediasector. Als Pearson zijn hogere koers wil terugkrijgen, zal het concern eerst moeten aantonen dat het het beter kan doen dan zijn concurrenten.

Mike Monnelly

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld